Zeven lege hulzen

Zeer geachte leraren van Nederland,

Ik ben werkelijk vreselijk geschrokken van wat u allemaal tezamen, verenigd in de SBL, heeft bedacht. Ter toelichting voor de buitenstaander: SBL staat voor Samenwerkingsorgaan Beroepskwaliteit Leraren. Daarin werken de vakbonden en de vakinhoudelijke organisaties, kortom vrijwel alle leraren, samen.

Beseft u niet, geachte leraren, dat u door uw ziel, zaligheid en het hele onderwijs uit te leveren aan agogen, uw eigen doodvonnis heeft getekend? Scholen zijn getuige uw voorstellen niet langer leerscholen, maar centra voor bezigheidstherapie.

U heeft zeven bekwaamheidseisen opgesteld waaraan leraren dienen te voldoen. De allereerste eis plus de toelichting daarbij luiden als volgt:

`De leraar voortgezet onderwijs moet ervoor zorgen dat er in de groepen leerlingen waarmee hij werkt, een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar voortgezet onderwijs en om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar interpersoonlijk competent zijn.

`Een leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding. Zo'n leraar schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer en brengt een open communicatie tot stand. Zo'n leraar leidt en begeleidt, stuurt en volgt, confronteert en verzoent, corrigeert en stimuleert.

`Dat de leraar interpersoonlijk competent is, blijkt uit zijn professionele handelen. Zo ziet de leraar bijvoorbeeld wat er gebeurt in de groepen waarmee hij werkt. Zo luistert hij naar de leerlingen en reageert hij op hen. Hij spreekt hen aan op ongewenst gedrag en hij stimuleert gewenst gedrag. Hij laat de leerlingen in hun waarde. Hij kan beschrijven en verklaren wat de communicatiepatronen zijn in de groepen waarmee hij werkt en hoe de sociale verhoudingen liggen. Hij weet hoe hij een en ander zonodig kan verbeteren. Hij kan verantwoorden hoe hij met zijn groepen omgaat en ook met individuele leerlingen. Daarbij maakt hij gebruik van relevante theoretische en methodische inzichten.'

Wat, geachte leraren van Nederland, bezielt u om dit soort geneuzel op te schrijven?

De tweede bekwaamheidseis is van hetzelfde treurige laken een pak: `De leraar voortgezet onderwijs moet zijn leerlingen helpen een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar voortgezet onderwijs en om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar pedagogisch competent zijn.' Nader uitgewerkt als bekwaamheidseis betekent dit: `Hij heeft voldoende pedagogische kennis en vaardigheid om een veilige leeromgeving tot stand te brengen. Voor een hele klas of groep maar ook voor een individuele leerling. En dat op een professionele, planmatige manier.'

Wat een open deuren, alles bij elkaar zo vreselijk helemaal niks. Wat, leraren van Nederland, heeft u ertoe gebracht, uw beroep te presenteren als agogische prietpraat?

Verder noemt u nog als noodzakelijk voor uzelf en uw collega's dat ze vakinhoudelijk en didactisch competent zijn, organisatorisch competent, competent in het samenwerken met collega's, competent in het samenwerken met de omgeving en, het kan niet op, competent in reflectie en ontwikkeling. Zeven bekwaamheidseisen, zeven lege hulzen.

Vakinhoudelijk, het staat er als één van de zeven competenties. De toelichting erbij is alleszins indrukwekkend. Het betekent namelijk dat de leraar de toetsjes die de leerlingen krijgen voorgelegd kan uitleggen en zelf foutloos kan maken.

Wat, leraren van Nederland, heeft u allen ertoe gebracht uw vak en uzelf zo belachelijk te maken? Ik had u waarachtig wijzer ingeschat.

Prick@nrc.nl