Vies

Jonge kinderen gaan niet graag naar een vies toilet. Bij veel meisjes leidt plasophouden tot problemen met de urinewegen.

WIE EEN GROEP vier van een basisschool binnenwandelt met de mededeling een verhaal voor de krant te gaan schrijven over plassen en poepen kan op een enthousiast en mededeelzaam publiek rekenen. Want praten over plassen en poepen is leuk. Maar veel leuks valt er eigenlijk niet over te vertellen. Want in de praktijk blijken veel kinderen op school liever niet het toilet te bezoeken. Omdat het vies is en soms omdat er gepest wordt. Dat `ophouden' kan leiden tot fysieke problemen: van alle schoolgaande meisjes kampt 6 tot 10% met problemen aan de lagere urinewegen, zoals incontinentie.

``Ik ga wel als ik moet'', zegt Judith (7). ``Want ik wil niet in mijn broek plassen.'' Cenedra (8) vindt dat ook, maar betreedt de toiletten met een lichte huivering sinds zij daar een keer het donkerbruine resultaat van haar voorganger nog in de toiletpot aantrof. ``Toen heb ik wel doorgetrokken om het weg te krijgen. Maar toen kon ik zelf niet meer.'' ``En als kinderen niet doortrekken gaat het ook stinken'', vult Sophie (7) fijntjes aan. Ariaan (8) heeft een hekel aan de plas op de vloer en het wc-papier dat er slingert. En Dion (7) vindt het vies dat de bril zo vaak nat is. ``Die maak ik dan droog met wc-papier.''

Zomaar een ochtend op een basisschool in een Noord-Brabants dorp. Vandaag houdt de GGD West-Brabant hier de algehele driejaarlijkse inspectie op hygiëne en veiligheid. De school wil niet bij naam genoemd worden, uit angst kinderen kwijt te raken aan andere scholen als de uitkomsten van de inspectie niet gunstig zijn. Het probleem is namelijk dat er sinds 1997 weinig onderhoud meer is gepleegd door de gemeente, omdat er nieuwbouw op stapel staat. Dat levert minder wenselijke situaties op, maar niets schokkends, constateert verpleegkundige Dianne Snoeck. Het blijft bij een aanmerking op afgebladderde buizen achter het toilet die niet meer goed schoongehouden kunnen worden en een scheurtje in een wc-bril dat tot een onhygiënische situatie leidt. Verder zijn het praktische tips die zij meegeeft. ``De deurklinken voelen plakkerig aan. U zou een schoonmaakschema moeten opstellen waarin de klinken apart benoemd worden. En in plaats van een stuk zeep is een zeeppompje veel hygiënischer. En de handdoeken twee keer per week wassen is echt te weinig. Kinderen wassen hun handen heel slecht, dus het meeste vuil smeren ze zo aan de handdoek.''

Vuile toiletten zijn een wijdverbreid probleem, zo blijkt uit onderzoek door de Britse University of Newcastle upon Tyne en de Göteborg University in Zweden (Child: Care, Health and Development, januari 2003). Schooltoiletten in beide landen blijken vies, stinkend en een magneet voor pestkoppen. Uit gesprekken met deskundigen in de gezondheidszorg blijkt volgens de onderzoekers dat dit in heel Europa zo is. Als één van de oorzaken noemen zij het gebrek aan wetgeving, die niet verder gaat dan het omschrijven van het aantal toiletten in relatie tot het aantal kinderen.

In Nederland bleek uit een steekproef in 2000 onder 100 scholen dat in 93% van de gevallen het sanitair niet schoon genoeg was. Dat hoeft niet altijd een geldkwestie te zijn, zo lijkt af te leiden uit een onderzoek dat de OSB, de Ondernemersorganisatie Schoonmaak- & Bedrijfsdiensten op haar website aanhaalt. `Gebleken is dat de volledige schoonmaakvergoeding door het merendeel van de scholen niet besteed wordt. De door de school opgestelde begroting is in 44,6% lager dan de (vrij besteedbare) vergoeding in het kader van het bekostigingsstelsel.'

De Noord-Brabantse school heeft een schoonmaakploeg die de toiletten dagelijks reinigt. Maar als kinderen 's morgens al niet doortrekken en naast de toiletpot plassen, is dat in feite te weinig. Op dit moment onderzoekt de Stichting SOHIT (een onderzoeksstichting naar huishoudelijke en institutionele producten en diensten) in opdracht van de Vereniging Schoonmaak Research (VSR) de mogelijkheden om de reinheid van schooltoiletten te verbeteren. Paul Terpstra, hoogleraar Consumententechnologie en Productgebruik aan de Wageningen Universiteit: ``We hebben gedurende twee weken drie keer per dag op twee basisscholen monsters genomen van de toiletbrillen en de kranen om de microbacteriële besmetting in kaart te brengen. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat de maximale kiemgetallen hier 10 tot 100 keer hoger zijn dan de maxima op openbare toiletten. Ook raken de toiletbrillen in de loop van de dag steeds meer verontreinigd. Voor de kranen hebben we dat tijdeffect niet gemeten. In de tweede fase van het onderzoek gaan we bezien hoe we deze situatie kunnen verbeteren – andere schoonmaak, andere inrichting, meer voorlichting aan kinderen – en wat het effect daarvan is. Belangrijk hierbij is ook de perceptie van mensen. Als een toilet er vies uitziet, wil dat niet altijd zeggen dat het ook onhygiënisch is. En omgekeerd.''

Aan een vies toilet is te ontkomen: weinig drinken en de boel ophouden. En dat is wat kinderen dan ook wel doen. Met alle gevolgen van dien, zo benadrukken de Zweedse en Engelse onderzoekers. Want dit gedrag verhoogt het risico op problemen als infecties aan de urinewegen, incontinentie en constipatie. Daar komt nog bij, zo blijkt uit weer een ander onderzoek, van de Universiteit van Iowa, dat docenten vanaf groep 3 beginnen met het opleggen van restricties wat betreft het toiletbezoek, terwijl problemen met `het ophouden' nog vrij algemeen zijn bij kinderen van 5 tot 7 jaar.

``Als ik instructie geef, en dat duurt maar een minuut of vijf, en de kinderen moeten naar het toilet vraag ik of het écht nodig is'', vertelt juf Hanneke van groep 3 van de Noord-Brabantse school. ``Want als er één gaat moeten ze ineens allemaal. Maar als ze het echt niet kunnen ophouden, mogen ze natuurlijk.'' In de kleuterklassen mogen de kinderen altijd. Denise (5): ``Dan doe je de `w.c-ketting' om en dan ga je gewoon.'' Wel komt het voor dat kinderen niet durven, vertelt de juf, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn van het harde geluid bij het doortrekken. Dat vindt Gijs (5) niet eng, maar hij vindt wel dat de jongens soms rommel maken. Daarom gaat hij liever thuis. ``Want daar hebben we een mooiere wc.''