Spinoza

Het zijn gouden tijden voor Spinoza-adepten. Met de verschijning van het boek `Radical Enlightenment' ongeveer een jaar geleden, werd Spinoza door de bekende Engelse historicus Jonathan Israel neergezet als boegbeeld van de radicale verlichting in de zeventiende en achttiende eeuw. Een weldadig eerbetoon aan de in zijn tijd (1632-1677) door velen verguisde filosoof.

In W&O van 17 januari wordt Spinoza door de grensverleggende neurobioloog Antonio Damasio op het schild geheven. In een interview naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek `Het gelijk van Spinoza' toont de schrijver aan dat Spinoza's rationeel-deductief afgeleide opvatting over de verhouding lichaam-geest bevestigd wordt door hedendaags onderzoek van het menselijk brein.

Ook in andere tijden hebben wetenschappers van naam gezegd schatplichtig te zijn aan Spinoza. Einstein schreef in een brief aan een collega dat hij bij zijn speurtocht naar de krachten die het heelal schragen, regelmatig aan Spinoza werd herinnerd. Zijn antwoord op de vraag: `Gelooft U in God?' luidde: `Ja, in de God van Spinoza.'

Is het, naar aanleiding van deze voorbeelden, gewaagd te veronderstellen dat Spinoza nog meer te bieden heeft? Zijn er nog meer richtinggevende opvattingen uit zijn publicaties en boeken op te delven? De buitengewone scherpzinnigheid en de grote systematische denkkracht van deze `held van de geest' verdient nader onderzoek.