Solo-actie van Nederland tegen China lost niets op

Het Europese wapenembargo tegen de Volksrepubliek China werd in 1989 afgekondigd, als reactie op de bloedige onderdrukking van de studentendemonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Nu begint zich binnen de Europese Unie een meerderheid af te tekenen die er vanaf wil. De Franse president Chirac loopt in dit streven voorop, zo bleek bij de ontvangst van de Chinese president deze week in Parijs. De Duitse kanselier Schröder liet vorig jaar in Peking al weten dat hij oren heeft naar opheffing van het embargo.

Het Nederlandse kabinet zal zich niet verzetten, zo bleek gisteren na afloop van de ministerraad. Dat brengt Balkenende c.s. in botsing met de Tweede Kamer. Deze heeft zich in een opmerkelijk gezamenlijk initiatief van SP en VVD uitgesproken voor handhaving van het embargo. Zelfs als ons land alleen komt te staan binnen de EU. Dan moet het desnoods gebruik maken van zijn vetorecht om de EU tegen te houden.

De laatste maal dat Nederland zich in het geval van China tegenover een EU-meerderheid bevond vormt geen aanbeveling voor deze ramkoers. Dat was in 1997 tijdens de jaarlijke bijeenkomst van de VN-commissie voor de rechten van de mens in Genève. Nederland wilde als EU-voorzitter proberen een China-motie in te dienen, zoals ook in eerdere jaren was gedaan. Op de valreep liet de rest van de EU, met Frankrijk voorop, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken in de kou staan. Samen met Denemarken, dat wel meedeed, werd Nederland door China enige tijd in de diplomatieke strafbank gezet. Tevreden kon de Volksrepubliek terugzien op de wijze waarop zij Europa uiteen had gespeeld.

Een Nederlands veto binnen de EU oogt flink, maar doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van dit uiterste middel in andere gevallen die ons belang directer raken. En vooral, wat schieten de mensenrechten in China er mee op? Na de harde ervaring in Genève werd in Europees verband besloten tot de zogeheten ,,gemengde strategie'' van dialoog. Daarbij worden allerlei contacten aangegaan, inclusief officiële bezoeken. Daarbij dient wel steeds de mensenrechtensituatie aan de orde te worden gesteld. Aanleiding genoeg. Behalve het voortdurende probleem van de bezetting van Tibet kan een keuze worden gemaakt uit gevangenisarbeid, de aanpak van (internet-)dissidenten, politieke gevangenen en een droevig record aan doodstraffen, vaak ook nog na een oneerlijke procesgang.

Sinds 1995 hebben tenminste een paar dozijn bezoeken van Nederlandse ministers aan China plaatsgevonden (volgende week gaat er weer een), nog afgezien van het bezoek van koningin Beatrix in 1999. Het effect van de gemengde strategie is betrekkelijk, zo hebben opeenvolgende bewindslieden ook wel erkend. Maar een wapenembargo is extra kwetsbaar. Men kan zeggen dat de Volksrepubliek vooral een ,,theatrale macht'' uitoefent, zoals een expert van een Londense denktank het uitdrukte. Dat was in 1999. En toen al ging het wél om een kwart van de wereldbevolking. Na 11 september 2001 en na de toenadering van China tot de Wereldhandelsorganisatie zijn de geopolitieke verhoudingen aan het schuiven. Daar kan het mensenrechtenbeleid niet aan voorbijgaan. Daar komt bij dat opheffing van het wapenembargo kan worden gecompenseerd door de inmiddels in werking getreden gedragscode voor wapenuitvoer van de EU.

Dat is op zichzelf geen reden af te zien van het Europese wapenembargo, zolang dat de druk op de ketel van de dialoog houdt. Maar het wordt een donquichotterie wanneer Nederland – dat straks ook nog eens voorzitter is van de héle EU – zich daar in zijn eentje voor inzet.

mensenrechten op

met een veto?