Politie hoeft niet alles te weten

Peter Hustinx van het College Bescherming Persoonsgegevens hoedde twaalf jaar over de privacy van Nederlandse burgers. Vanaf maandag doet hij dat voor alle burgers in Europa.

Peter Hustinx (58) is niet iemand die veel pauzes laat vallen als hij aan het woord is. Als hij praat over zijn werk van de afgelopen twaalf jaar als voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens lijkt het alsof hij zich verdedigt nog voor hij aangevallen wordt. Zonder haperingen geeft hij de argumenten waarom bescherming van privacy en persoonsgegevens noodzakelijk is. ,,Alles wat we doen laat sporen na in de samenleving.'' Van elk telefoontje, elke surf op internet, elk doktersbezoek worden gegevens opgeslagen. Ons leven is opgeslagen in honderdduizenden computerbestanden.

Technisch is het mogelijk dat iedereen al die gegevens overal kan opvragen. Maar het mag niet. En Hustinx legt uit waarom: ,,Het is heel verleidelijk om die gegevens wel te koppelen. Maar het sluit mensen uit. De zwakkere in de samenleving, mensen met afwijkend gedrag.'' De verzekeraar ziet dat iemand heel veel naar de dokter gaat, en weigert hem een verzekering. De werkgever ziet dat een werknemer ooit meeliep met een rechts-radicale demonstratie en ontslaat hem. Ieder mens, zegt Hustinx, heeft recht op informationele zelfbeschikking. Hij bedoelt: niet iedereen mag zomaar alles van een ander weten.

Hij maakte vijf kabinetten mee, van Lubbers, Kok en Balkenende, en in die tijd zag hij `golfbewegingen' in hoe belangrijk privacybescherming werd gevonden. Het bedrijfsleven was woedend op hem toen hij wilde dat ze zorgvuldiger omgingen met persoonlijke gegeven van cliënten. Bedrijven vonden het te veel gedoe en veel te duur om al de gegevens te beveiligen.

Recent zijn het de politiechefs die de privacywetgeving liever wat minder strikt zouden zien. Want, zeggen de korpschefs, privacywetgeving is een schuilplaats voor het kwaad. Zij willen foto's van veelplegers, hooligans en winkeldieven op internet zetten. Maar, tot hun verdriet, mogen ze dat niet.

Burgers halen steeds vaker hun schouders op als het gaat om hun privacy. Misschien, zegt Hustinx, realiseren ze zich niet eens hoeveel er over hen bekend is. Tot ze met een kind met gedragsproblemen bij het consultatiebureau komen, en merken dat er daar al een dossier over hun kind is. Hoe kan dat nou? Of ze denken: best handig, dat dossier. Maar gaan ze er wel netjes mee om? Driekwart van de mensen vertrouwt erop dat dat inderdaad gebeurt. Naïef? ,,Misschien wel.'' Tegen burgers die zeggen: ze doen maar, ik heb toch niks te verbergen, kan hij kort zijn. ,,Niets te verbergen? Geef dan je pincode maar.''

Wat is privacy?

,,Het recht op privacy houdt in dat er geen inmenging is in zaken die typisch van jezelf zijn. Dat is sinds 1983 een artikel in de grondwet. Halverwege de jaren zestig kwam er opnieuw discussie over na publicatie van de beroemde foto van toenmalige prinses Beatrix met haar verloofde Claus in de tuin van Drakesteyn. Toen is de privacywetgeving up to date gemaakt, en zijn er bepalingen gekomen over het gebruik van verborgen camera`s en afluisterapparatuur.

,,Toen ging het om hetzelfde als nu. Wat is intiem? Als ik op een bankje in het park met iemand praat, dan is dat openbaar. Als iemand langsloopt en ons hoort, is dat geen schending van de privacy. Maar als iemand het gesprek afluistert met een richtmicrofoon en het publiceert wel.''

En hoe zit het dan met de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, die moest aftreden nadat hij in de kroeg een columniste had verteld over zijn hoerenbezoek?

,,Er is genoeg jurisprudentie over dit soort kwesties. En meestal komt de rechter tot het oordeel dat hoge bomen nu eenmaal veel wind vangen. De vraag is welke privé-zaken van een politicus van belang zijn. Dat is een glibberig fenomeen. Eigenlijk is alles wat het vertrouwen van de burger raakt, belangrijk.''

Waarom is er een toezichthouder gekomen?

,,Het College Bescherming Persoongegevens, toen nog de Registratiekamer, is in 1989 opgericht. In hetzelfde jaar werd de Wet persoonsregistraties ingevoerd. En ze zijn er gekomen omdat de bevolking dat eiste. Begin jaren zeventig was er een volkstelling. Dat werd elke tien jaar gedaan. Maar voor het eerst weigerden honderdduizenden mensen mee te werken. Het Centraal Bureau voor Statistiek had aangekondigd dat ze bij deze telling computers zouden gaan gebruiken. Dat maakte mensen misschien extra huiverig. Er kwam een volksbeweging op gang die eiste dat er zorgvuldig wordt omgesprongen met persoonsgegevens. En dat heeft geleid tot de wet waarop wij toezien.''

Het bedrijfsleven was niet zo blij met uw bemoeienis.

,,Het bedrijfsleven heeft een lobby gevoerd tegen ons. Privacybescherming vonden ze lastig. Maar inmiddels is het waarborgen van privacy ook een economische prikkel geworden. In Amerika, waar ze niet zulke fijnmazige opvattingen hebben over privacy, merkten bedrijven een massale aarzeling bij consumenten om iets via internet te kopen. Er was geen vertrouwen. En dus hebben bedrijven er ineens alle belang bij dat hun computersystemen zijn beveiligd en vinden ze het helemaal niet erg als wij komen kijken of ze wel doen wat ze zeggen.''

Maar nu zit de politie u weer dwars?

,,De politiechefs maken een grote vergissing. Ze hebben al enorme opsporingsbevoegdheden. Ze mogen met een foto van een verdachte langs de deuren, maar als ze hem op internet zetten, ontrekken ze zich aan het gezag dat ze zelf dienen te handhaven. Dan overtreden ze de wet. Als de politie iets vindt in de vuilniszak van een verdachte is dat geen schending van de privacy. Als ze de vuilnisbakken van alle burgers lichten, wel. Er moet een goede reden zijn om inbreuk te maken op de privacy. En die reden heeft de politie niet. De privacy van veelplegers is ook onze privacy.'' Hustinxs handen maken denkbeeldige cirkels. ,,Voor de politie kan alle informatie interessant zijn. Met wie zit de veelpleger in de kroeg, wie zitten er bij zijn kinderen op school. De kring wordt steeds wijder. Dan gaat het ineens over ons.''