Op zoek naar een theaterintendant

In navolging van Duitsland wordt de functie van intendant, de zakelijke en artistieke leider van een theatergezelschap, ook in Nederland gewoon. Met één verschil: hij of zij mag niet regisseren.

De aanstelling van Dieter Dorn (1935) als intendant van het Bayerisches Staatsschauspiel München is tot 2009 verlengd. Deze herbenoeming van vijf jaar is uniek in de Duitse theatergeschiedenis. Eerder is gebruikelijk een intendant na drie jaar elders een functie te geven.

De Beierse deelstaatminister Thomas Goppel (Cultuur) beargumenteerde zijn beslissing afgelopen week door te wijzen op het `buitengemene succes' van Dorn en zijn gezelschap. Onder zijn leiding heeft het ensemble ,,zijn van oudsher hoogstaande plaats onder de Duitse toneelgezelschappen opnieuw bevestigd en zelfs terugveroverd.''

Het Staatsschauspiel in München heeft als eigen huis het Residenztheater, een barokke schouwburg die onderdeel uitmaakt van de keurvorstelijke residentie. Het Staatsschauspiel behoort tot het zogeheten Duitse `Sprechtheater'. Het duurzame succes van het ensemble is te danken aan de aandacht die Dorn geeft aan de literaire kwaliteiten van de tekst. In een gesprek zegt hij dat `de taal van een toneelstuk de belangrijkste drijfveer moet zijn voor elke regisseur. ,,Wanneer ik ensceneer, dan concentreer ik me op niets anders dan het stuk.''

Dorn maakte in 2001 met een bejubelde enscenering van Shakespeares Koopman van Venetië zijn entree in München. Nu voert hij de regie over het nieuwste toneelstuk van Botho Strauss, Der Narr und seine Frau heute abend in Pancomedia. Bij zijn aanstelling als intendant benadrukte Dorn de band tussen het Staatsschauspiel en de stad: ,,Ik wil in München theater maken over München. Een regisseur moet de toeschouwers sturen. Ik wil geen eenduidig psychologisch verantwoord spel, maar zie het liefst dat de acteur alle tegenstrijdigheden die in een goede toneelrol schuilen tot uitdrukking brengt.''

Het begrip `intendant' is in het Duitse culturele leven een algemene verworvenheid in tegenstelling tot in Nederland. Dorns woordvoerder in München, Gunnar Klattenhof, beklemtoont dat het beroep van intendant niet beschermd is: ,,Elke regisseur kan tot intendant benoemd worden. Een intendant is de formele leider van een theater- of operagezelschap die verantwoordelijkheid heeft over het artistieke en financiële beleid. In München kreeg Dorn de opdracht het gezelschap een vooraanstaande betekenis te geven in het Duitse theater. Dorn is verantwoordelijk voor de keuze van repertoire, regisseur, spelers, decorontwerpers. Hij is zelf behalve intendant ook regisseur, dat is een ideale combinatie.''

Nu in Nederland steeds minder regisseurs bereid zijn, of in staat zijn, de artistieke leiding van een groot gezelschap op zich te nemen, wordt de vraag naar intendanten dringend. Hier heeft het begrip echter een andere betekenis: een intendant hier betekent niet alleen een directeur die zowel de zakelijke als de artistiek leiding heeft, maar ook dat hij niet zelf regisseert. De regisseurs van het gezelschap werken ónder hem. Het Rotterdamse gezelschap Ro Theater heeft te kennen gegeven naar een niet-regisserende intendant te zoeken, om regisserende artistiek leider Guy Cassiers op te volgen. Bij het Nationale Toneel uit Den Haag vervult Evert de Jager de rol van niet-regisserende algemeen directeur.

Zowel regisseur Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam als regisseur Johan Simons van ZT Hollandia zijn in feite intendanten naar Duits model: zij bepalen zowel het zakelijke als het artistieke beleid. Simons bevestigt dat in Nederland de naam intendant `overgevoelig' ligt: ,,In Nederland is men altijd bang voor hiërarchie. Je kunt ook iemand die puur een manager is, dus uitsluitend de zakelijke belangen behartigt, aanstellen tot intendant. Maar dat is uiteindelijk niet de juiste weg. Een intendant moet een grote artistieke gave bezitten.'' In de Münchener Kammerspiele is op dit moment Simons regie te zien van Titus Andronicus van Shakesepeare.

Guus Mostart is de enige bij de grote Nederlandse kunstinstellingen met de titel intendant. Hij leidt sinds 2000 in Enschede de Nationale Reisopera. Mostart roemt deze constructie; hij zegt: ,,Ik ben artistiek en zakelijk leider. Dat is de mooiste functie. Ik sta boven alles; ik bepaal het repertoire, zoek het orkest uit, de dirigent, decorontwerper en solisten – en ik zorg voor het geld daarvoor. Ik ben van origine regisseur. In Londen volgde ik een spoedcursus Art Administration. Een intendant moet artistieke feeling hebben; je kunt wel een regisseur de zakelijke kant van het leiderschap bijbrengen, maar niet omgekeerd. Als intendant moet je ook de gave bezitten goed te kunnen delegeren.''

De oorsprong van het intendantschap ligt in het achttiende-eeuwse Habsburgse Rijk. De intendant was toen een manusje van alles; hij beheerde het theater- of operagebouw, vervulde de taak van inspeciënt en deed een eenvoudige vorm van regie.

Mostart: ,,Een intendant kan de artistieke en financiële risico's het beste inschatten. Dat maakt zijn rol slagvaardig. Intendant is eigenlijk een chic woord voor directeur.''