Nederland en Frankrijk in robotvliegtuig

De Nederlandse en de Franse luchtmacht gaan een gezamenlijke eenheid opzetten met onbemande, geavanceerde verkenningsvliegtuigen. Thuisbasis wordt een Frans militair vliegveld.

Dat bevestigt generaal-majoor Peter Vorderman, Directeur Materieel van de Koninklijke Luchtmacht. Beide landen moeten vanaf 2009 kunnen putten uit een pool van zestien vliegende robots. Dat moeten er uiteindelijk 24 worden. De totale kosten voor de ontwikkeling en aanschaf van de twee dozijn verkenners worden geraamd op 600 miljoen euro, waarvan Nederland een kwart bekostigt.

Aankomende juni reist personeel van de Nederlandse luchtmacht af naar een Zuid-Franse vliegbasis om ervaring op te doen met dit type vliegend materieel. De Franse en Nederlandse luchtmachten denken nog na over de exacte locatie van de toekomstige thuisbasis. Er wordt gesproken over de vliegbases van Cognac óf Mont-de-Marsan. Ook Zweden en Spanje hebben belangstelling getoond om zich in een later stadium aan te sluiten.

Nederland en Frankrijk besloten tot de oprichting van zo'n eenheid om een deel van de militair-technologische kloof tussen de Europese NAVO-partners en de Verenigde Staten te vullen. Die tekortkomingen waren met name gebleken tijdens de oorlog in de Joegoslavische provincie Kosovo. Bij de conflicten in Afghanistan en Irak maakten de VS toenemend en succesvol gebruik van zogeheten UAV's, Unmanned Aerial Vehicles. Bij hedendaagse conflicten, zegt Vorderman, ,,zijn UAV's niet meer weg te denken.''

De Frans-Nederlandse robottoestellen moeten nog wel worden ontwikkeld. Daartoe hebben de ministeries van Defensie afgelopen december een overeenkomst ondertekend. Nederland betaalt een kwart van de kosten voor de ontwikkeling die in Nederland behalve van de luchtmacht in handen is van onder andere TNO en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, NLR.

De nieuwe toestellen zijn nauwelijks te vergelijken met de UAV's van het type Sperwer die in dienst zijn bij de Koninklijke Landmacht. Die moeten vooral doelen kunnen aanwijzen voor de artillerie. Volgens luitenant-kolonel Tom Jaspers, die het ontwikkelingsproject namens de luchtmacht leidt, moeten de nieuwe, veel grotere robots op duizend kilometer afstand van de startbaan, vanaf een hoogte van meer dan twaalf kilometer de vijand tot wel twee dagen achter elkaar in de gaten kunnen houden.