Natuur van Biesbosch is bijzaak

VRAAG voorbijgangers wanneer de Don-Boscovloed de Biesbosch onder water zette en Biesbosch-bewoners uit hun huizen verjoeg, en men gokt vermoedelijk een middeleeuws jaartal. Bijna elke voorbijganger heeft immers wel eens gehoord van de Sint-Elisabethvloed die in 1421 een binnenzee achterliet, waarin zich de Biesbosch vormde. Maar de Don-Boscovloed verwoestte de Biesbosch-dijken pas op 31 januari 1995.

De Maas vulde Limburgse kelders en tweehonderdduizend bewoners van het rivierengebied ontvluchtten de waterdreiging. Het Deltaplan Grote Rivieren werd gelanceerd en er moest meer opvangruimte voor rivierwater komen. Door de Biesbosch uit te baggeren kwam die ruimte er en verkreeg men meteen klei voor hogere dijken. Direct werden de boeren en buitenlui uitgekocht, met onteigening als stok achter de deur.

Voor de Biesbosch deel van de Ecologische Hoofdstructuur bestonden ambitieuze plannen voor natuurontwikkeling. Die kwamen ineens in een stroomversnelling. De lekgeslagen dijken herstelde men niet meer en nog voor er een inrichtingsplan was, begonnen de aannemers al te graven. Want elders moesten de dijken hoger.

De laatste jaren heeft de Biesbosch er heel wat nattigheid, wilde planten en dieren bijgekregen, terwijl akkers, weilanden, boerderijen en huizen zijn afgegraven of gesloopt. Dat proces staat beschreven in het prachtig uitgevoerde De Biesbosch na de Don-Boscovloed. Het boek is vlot geschreven, op enkele alinea's na over inrichtingsplannen. Daar moet je soms door saaie ambtelijkheid heen over welk dijkje precies waar doorgestoken moest worden, terwijl een plattegrond ontbreekt. Ook leggen de auteurs niet uit hoe het kan dat een nat gebied onder invloed van de zee eb en vloed kent, terwijl het water er zoet is. Voor Biesbosch-kenners gesneden koek, maar geldt dat ook voor bewoners van de hoge zandgronden?

De vele foto's van Biesboschwachter Jacques van der Neut zijn schitterend en de liefhebber van moderne landschapsschilderijen komt dankzij Henk van Dalen aan zijn trekken. De in de Biesbosch wonende journalist Wim van Wijk schreef een verrassend verhaal. Niet het gebruikelijke gebazel over win-win-situaties van `robuuste struinnatuur' en recreatie of andere exploitatie, maar een verslag waarin veel betrokkenen aan het woord komen, ook slachtoffers en critici van de Biesbosch-natuurontwikkeling.

Die persoonlijke passages spreken tot de verbeelding. Slechts één bozige boer vindt het allemaal maar niks en wil zijn tot moeras verbouwde land niet één keer zien. De andere bewoners en bewerkers van de Biesbosch, die weg moesten, vinden het jammer van die vruchtbare klei, of klagen over de te lage vergoeding voor hun droomhuis-voor-hun-oude-dag. Maar zij hebben zich erbij neergelegd, erkenden dat ze moesten wijken voor een algemener belang of vonden het zelfs reuze-interessant. Zoals de boer die iedere van zijn land geschepte kleihomp, elke uit zijn huis gesloopte steen op video vastlegde en dagelijks inspecteerde of er bij graafwerkzaamheden geen archeologische rariteit tevoorschijn kwam.

De visser ziet zijn vangst stijgen sinds de natuur meer ruimte heeft. In elke nieuwe poel zit direct paling, glundert hij. Hij kijkt verlangend uit naar het moment dat de Haringvlietsluizen op een kier gaan zodat er minder vis zal sterven door de abrupte scheiding tussen zoet en zout water. Dat kan verrassende gevolgen hebben, zoals zeldzame zeevissen (zalm) en zelfs zeehonden in de Biesbosch. Maar zover is het nog lang niet. Het open laten van sluizen valt niet onder het Deltaplan Grote Rivieren, maar is bedoeld voor landschap en natuur en op dat gebied moeten de ambtelijke molens eerst jaren malen.

Maar ook zonder open sluizen wist de zeldzame eivormige waterbies de natuurlijker Biesbosch al te vinden. Visarenden pleisteren er jaarlijks en de beekrombout herkoloniseerde het gebied; een libel die in 1925 voor het laatst in Nederland was gezien. Toch had de natuurontwikkeling beter gekund, vindt prof. Ies Zonneveld. Volgens hem is de inrichting te veel bedacht en is te weinig aan de natuur overgelaten. Hij houdt niet van ``die groene jongens [die] met veel bulldozers het landschap eens even naar hun hand zetten''.

Zonneveld is in 1960 gepromoveerd op bodem- en vegetatieontwikkeling in de Biesbosch en heeft het gebied sindsdien altijd in de gaten gehouden. Waarom hij niet prominent bij de natuurontwikkeling betrokken werd, is een vraag die het boek niet beantwoordt. Misschien is de reden dat, om met Zonneveld zelf te spreken, niet natuurontwikkeling het hoofddoel geweest is, maar kleiwinning en waterrecreatie. De natuur is slechts bijzaak.

de biesbosch na de don-boscovloed, wim van wijk & jacques van der neut. uitgeverij aprilis, zaltbommel, 2003, 192 p., €29,50. isbn 9059940121