Kleine jongetjes

Inderdaad, de invoering van de Tweede Fase in 1998 heeft de `opstroom' van mavo (vmbo-t) naar havo en van havo naar vwo bijna doen opdrogen (Leo Prick: `Net kleine jongetjes', W&O, 10 jan.). Zo stapten volgens de Onderwijsinspectie in 1997 nog 3.607 leerlingen na hun havo-diploma over naar het vwo. Vier jaar later, in 2001, waren er dat nog maar 758. Een betreurenswaardige ontwikkeling.

Een van de gevolgen: steeds meer havisten maken gebruik van de wettelijke mogelijkheid om zich na een propedeuse van het hbo te melden aan de poorten van de universiteit. Hun rendement is in vergelijking met de instromers met een vwo-diploma bedroevend, dat heeft onderzoek aan onder andere de Katholieke Universiteit van Nijmegen meer dan duidelijk aangetoond. De route van havo, via hbo-p, naar de universiteit is dus een weinig renderende route. Reden waarom de VSNU vorig jaar april staatssecretaris Nijs verzocht het wettelijk vastgelegde recht voor studenten om zich met een hbo-propedeuse na havo in te schrijven aan een universiteit, op te heffen. Dat is toch het bewijs, dat universiteiten wel degelijk hechten aan de kwaliteit van de instroom en niet, zoals Prick schrijft, `maar één ding willen en dat is groot groeien'.

De Nijmeegse universiteit heeft al vóór het verzoek van de VSNU maatregelen genomen. Studenten die zich melden bij opleidingen die populair zijn bij de `hbo-p-ers na havo', zoals psychologie en pedagogiek, moeten met een entree-toets bewijzen dat hun wiskunde-niveau voldoende is om het propedeuse-onderwijs met enig perspectief te kunnen volgen. Na invoering van deze `drempel' is het aantal inschrijvingen voor beide opleidingen op basis van een hbo-propedeuse drastisch gedaald. Nijmegen bewijst daarmee nadrukkelijk te hechten aan kwaliteit en heeft dus écht niet de drang om, in de woorden van Prick, `de grootste te zijn, om net als kleine jongetjes te laten zien wie de grootste heeft.'