`Intellectueel klimaat in India is vergiftigd'

Duizenden boeken en manuscipten vielen deze maand ten prooi aan vandalisme in de Indiase deelstaat Maharatasha. De plaatselijke overheid doet er weinig tegen.

Een hindoe-extremistische knokploeg heeft deze maand een internationaal vermaard Indiaas onderzoeksinstituut aangevallen en tienduizenden onvervangbare manuscripten en boeken verwoest. Aanleiding was een passage uit een boek van de Amerikaanse onderzoeker James W. Laine. De regering van Maharashtra, de Indiase deelstaat waar het incident plaatsvond, lijkt de daders om politiek-opportune redenen niet aan te pakken.

De knokploeg, de Sambhaji Brigade, viel op 5 januari met ongeveer 250 man het Bhandarkar Oriental Research Institute (BORI) in Poona binnen en richtte daar binnen 40 minuten een ravage aan. Duizenden zeldzame boeken en manuscripten in Sanskriet, Pali en Ardha Magadhi, Vedische en Boeddhistische teksten, eeuwenoude geïllustreerde geschriften, indexen en foto's werden op de grond gegooid en vertrapt. Volgens de eerste schattingen gaat het om 18.000 boeken en 30.000 manuscripten. Tot de grootste verliezen behoort een Assyrisch kleitablet uit 600 v. Chr, en vijf bijzondere manuscripten die zijn gestolen.

Jan Houben, hoogleraar Sanskrit aan de École Pratique des Hautes Études in Parijs en in Leiden, die regelmatig onderzoek doet in het Bhandarkar Institute, vertelt dat het een rijke, unieke collectie bezit. Het instituut, opgericht in 1917, is ,,internationaal zeer vooraanstaand'', en gaf onder meer een kritische 19-delige editie van de Mahabaratha uit, een project dat bijna vijftig jaar duurde. ,,Het is rampzalig, vooral voor de mensen daar, die jaren van werk vernietigd zagen,'' zegt Houben.

De gewraakte passage stond in een vorig jaar verschenen onderzoek van Laine, Shivaji: Hindu King in Islamic India, over de legendevorming rond de 17de-eeuwse hindoekoning Shivaji. Shivaji wordt met name rond Poona vereerd als personificatie van hindoe-macht en onafhankelijkheid, en is een belangrijk symbool voor de huidige hindoepartijen, ook voor extreemrechtse en fundamentalistische bewegingen als de Maratha Sewa Sangh (MSS), de politieke organisatie achter de aanval. Laine suggereerde in zijn boek een alternatieve interpretatie van historische bronnen, werd gedwongen zijn excuses aan te bieden, en zijn uitgever, Oxford University Press (OUP), moest het boek in november terugtrekken van de Indiase markt.

Desondanks werd op 22 december historicus en Bhandarkar-bestuurslid S. Bahulkar aangevallen, besmeurd met teer en behangen met een slinger van schoenen, omdat hij genoemd werd in Laine's dankwoord. Volgens Houben wijst het doorgaan van de aanvallen erop dat hier geen zuiver religieuze motieven in het spel zijn. ,,De Sambhaji-brigade heeft het boek als een excuus gebruikt, maar er spelen allerlei ander dingen mee, zoals politiek en het kastesysteem.'' De aanhangers van de brigade zijn van relatief lage afkomst, en voeren geregeld actie tegen Brahmanen (de hoogste kaste), zoals de wetenschappers verbonden aan BORI.

Na de aanval werden 72 mensen opgepakt wegens vandalisme. Maar ook werden er aanklachten ingediend tegen Laine èn de OUP, dat onder dreigementen gedwongen werd het kantoor in Poona te sluiten. De deelstaatregering verbood daarop het boek. Toen de Indiase premier Vajpayee de aanval en de daarop volgende censuur veroordeelde, werd hij fel gekritiseerd door lokale politici. De Sambhaji Brigade noemde ondertussen het Bhandarkar Instituut een `centrum van cultureel terrorisme' en kondigde nieuwe acties aan. Andere hindoe-extremistische organisaties heben eveneens bedreigingen geuit, en meer censuur geëist. Wetenschappers die in het dankwoord van Laine's book voorkomen, hebben politiebescherming gekregen.

Houben: ,,India was in vroegere tijden een land waar je alles kon zeggen, waar discussie over filosofie en religie mogelijk was. Nu is het intellectuele klimaat zo vergiftigd dat vrije discussie onmogelijk is geworden. De situatie is heel ernstig, vergelijkbaar met het nazi-Duitsland van 1939.''