In de klauwen van het verval

De matriarch van de koninklijke familie viert vandaag haar 66ste verjaardag, het KNMI zijn 150ste. In zijn serie over literaire thema's schrijft Pieter Steinz deze week over stormachtige familieverhalen, met name `De tijgerkat' van Tomasi di Lampedusa.

`Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.' Met deze woorden verdedigt de jonge revolutionair Tancredi in De tijgerkat zijn beslissing om zich aan te sluiten bij het leger van de Italiaanse vrijheidsstrijder Garibaldi. Het is mei 1860, en het huis van Bourbon staat op het punt uit Sicilië verjaagd te worden. Tancredi's oom, de eigenlijke hoofdpersoon van de roman van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, beseft dat de oude aristocratische levenswijze in de verdrukking raakt: `Wij waren de tijgerkatten,' zegt hij met een verwijzing naar de luipaard uit zijn familiewapen. `Zij die hier onze plaats gaan innemen, zullen de jakhalzen zijn, de hyena's.'

Don Fabrizio Corbèra, de prins van Salina, zegt dat hij behoort `tot een ongelukkige generatie – tussen de nieuwe en de oude tijd in, en in geen van beide op haar gemak.' Maar kortzichtig is hij niet, en als hij ergens aan wil ontsnappen, is het aan de lethargie van zijn mede-Sicilianen die doorgaans `iedereen haten die hen wil wekken'. Hij besluit zijn lievelingsneef te steunen, en huwelijkt Tancredi uit aan de beeldschone dochter van een ongecultiveerde nouveau riche. Tot groot verdriet van zijn eigen dochter, die verliefd is op Tancredi en zo wordt opgeofferd aan de moderne toekomst. Maar de neergang van het prinselijk huis is niet af te wenden: als Don Fabrizio 23 jaar later op zijn doodsbed ligt – in een mooie melancholieke sterfscène –ziet hij zichzelf als een uitgemergelde reus en als de laatste Salina. `Want de betekenis van een adellijk geslacht ligt geheel en al in zijn tradities, in zijn vitale herinneringen. En hij was de laatste die nog buitengewone herinneringen had.'

De schrijver Tomasi, een man zonder geldzorgen of ambities, moet zich ongeveer zoals Don Fabrizio gevoeld hebben. Als zoon van de hertog van Palma, en kleinzoon van de prins van Lampedusa, kende hij het verval van de Siciliaanse aristocratie van binnenuit. Na de Tweede Wereldoorlog, toen het familiepaleis in Palermo door een geallieerd bombardement verwoest was, zette hij zich aan een roman die hij omschreef als `vierentwintig uur uit het leven van mijn overgrootvader'. Tomasi's model was Ulysses van James Joyce; de structuur van de kroniek van één dag – die van de landing van Garibaldi in Sicilië – is nog aanwijsbaar in het eerste hoofdstuk. Maar de roman dijde uit, en liep via momentopnamen uit 1861 en 1862 door tot de dood van Don Fabrizio in 1883 en het symbolische einde van de familie in 1910, wanneer de opgezette lievelingshond van de prins bij het grof vuil wordt gezet.

De tijgerkat verscheen in 1958 als `Il gattopardo', een jaar na de dood van de schrijver aan longkanker, en op voorspraak van zijn jongere collega Giorgio Bassani. Al snel bleek dat Tomasi's literaire debuut zich kon meten met de grote familieromans uit de wereldliteratuur – hoe fragmentarisch het verhaal naar het eind toe ook wordt. Maar De tijgerkat is meer dan een saga over aristocratie en verval. Het is ook een sublieme politieke roman over de Italiaanse eenwording, waarbij royalisten en revolutionairen, sjoemelaars en slampampers elkaar de macht betwistten. Daarnaast, en dat houdt het boek in de eenentwintigste eeuw aantrekkelijk, geeft het een memorabel beeld van `het ware gezicht van Sicilië, waarbij vergeleken barokke steden en sinaasappelboomgaarden niet meer zijn dan onbetekenende opschik.' Het Sicilië van Tomasi is een `troosteloos en onredelijk' eiland dat zucht onder het gewicht van 25 eeuwen opgelegde beschaving, en waar iedere verandering door de bewoners in golvende dorheid wordt gesmoord. Verplichte literatuur voor iedere vakantieganger op weg naar Catania of Palermo.

Reacties: steinz@nrc.nl

G. Tomasi di Lampedusa: De tijgerkat

(vert. Anthonie Kee,

uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep).

Volgende week in `Lees mee met NRC': (kwa)jongetjes. Besproken boek: `Kees de jongen' van Theo Thijssen.