Hollands dagboek

Hebben Nederlanders over tien jaar nog een dokter? Huisarts Hans van Santen (44) was deze week aanwezig bij het algemene overleg van de Tweede Kamer over deze vraag. Van Santen is vice-voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Hij heeft een duo-praktijk in Velp met zijn vrouw Noortje. Ze hebben vier kinderen.

Donderdag 22 januari

Vandaag en morgen ben ik op een congres over de toekomst van de gezondheidszorg die niet in een ziekenhuis wordt geleverd, de zogeheten eerstelijnsgezondheidszorg. Bijna honderd mensen die beleid maken en besturen praten daarover. Inleidingen met soms vernieuwende ideeën, door huisartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, zorgverzekeraars enzovoorts. Verhalen over hoe je dan met elkaar zou kunnen samenwerken, zodat goede zorg toegankelijk blijft voor de patiënt in een tijd van een huisartsentekort. Kernwoorden: samenwerken, het delegeren van taken, schaalvergroting.

Het zijn allemaal abstracties die ik wil blijven vertalen naar mijn huisartsenpraktijk. Het bestuurswerk is boeiend, maar dat ik ook een paar dagen per week werk, contact heb met de patiënten én met mijn collega's is voor mij essentieel. Zo moet ik denken aan een patiënt die ik deze week zag met knieklachten nadat hij zich verstapt had. In één consult besprak hij zijn klachten met mij, onderzocht ik hem, vroeg ik de fysiotherapeut even mee te kijken en stelden we een behandelplan op. Een ander voorbeeld is ons diabetesspreekuur, we hebben in de praktijk meer dan honderd patiënten met suikerziekte. De diabetesverpleegkundige speelt daarin een belangrijke rol. Zij doet het overgrote deel van de controles, geeft voorlichting en instructie en raadpleegt ons waar nodig. Dat betekent dat in onze praktijk per jaar ongeveer 300 consulten niet door de huisarts maar door de verpleegkundige gedaan worden. De patiënten zijn tevreden, wij hebben meer tijd voor andere patiënten en de kwaliteit van de zorg is aantoonbaar omhooggegaan.

's Avonds aan tafel boeiende discussies. In de ogen van huisartsen is de diagnose stellen bij uitstek een taak voor de huisarts, die niet gedelegeerd moet worden. Maar er gaan stemmen op om een verpleegkundige hiervoor als eerste aanspreekpunt te laten fungeren. De gesprekken hierover zijn lekker fel, maar met respect en humor. Leuke mensen.

Vrijdag

Vanmorgen vroeg verder met het programma. Langzaam maar zeker vormt zich een beeld van de `eerste lijn'. Een beeld waar ik al jaren mee rondloop: een centrum waar huisartsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, verloskundigen en anderen samenwerken in de zorg voor 10- à 15.000 mensen. Er werken 3 tot 5 huisartsen, zodat de gemiddelde praktijkgrootte tussen 3.000 en 3.300 zou liggen (nu gemiddeld 2.500). Deze schaalgrootte zit de menselijke maat niet in de weg. Het centrum moet in de buurt zijn, goed bereikbaar, goed georganiseerd, en de zorg afgestemd op de patiënten daar: dus kijken naar leeftijdsopbouw, aantal chronisch zieken, wensen van patiëntengroepen et cetera. Dat is nodig. Zo wilde ik, toen ik me in Velp vestigde, graag zelf sterilisaties bij mannen uitvoeren, kleine chirurgische ingrepen vind ik leuk. Maar wat bleek? Er was nauwelijks vraag naar: de bevolking was vergrijsd.

In de discussie kon ik niet nalaten nog eens te benadrukken dat deze plannen niet te realiseren zijn als de politiek niet begrijpt dat extra investeringen nodig zijn. Het gaat hier om reorganisatie en modernisering van de eerstelijnsgezondheidszorg. Samen massa maken naar de politiek lijkt dus nodig.

Aan het eind van de middag gaan we uit elkaar. Nog een lange rit naar huis, goed om een en ander nog eens te laten bezinken. Als ik thuis kom, zijn de jongsten nog net wakker. Ze hebben me gemist. Ik hen ook. Napraten met Noortje en dan rol ik moe maar voldaan mijn bed in.

Zaterdag

Een echte zaterdag. Beetje aanrommelen, kinderen naar sport, koffiebezoek, vriendjes over de vloer. Noortje en ik hebben nu tijd om de afgelopen dagen door te nemen. Zij vertelt de belangrijkste gebeurtenissen uit praktijk en gezin. Meneer K. blijkt overleden te zijn. Het werd al lang verwacht, maar is juist nu toch weer onverwacht. Ik mocht hem erg graag en had bewondering hoe hij met zijn ziekte (een langzaam progressieve neurologische aandoening, waardoor hij toenemend verlamd raakte) omging. Gelukkig kende Noortje hem ook goed. Hij is in alle rust ingeslapen.

Aan het eind van de middag met de kinderen naar een borrel bij vrienden in het dorp. Heel gezellig, leuke gesprekken, lekkere pasta.

Zondag

Vroeg op om te gaan hardlopen, een vaste afspraak met een vriend uit de buurt. Het is glad, maar in het bos hebben we daar weinig last van, het is er prachtig. Vrienden, die pas gevestigd zijn als huisarts op het platteland in Friesland, komen op de koffie. Hij is teruggegaan naar zijn Friese wortels. Een praktijk met alles erop en eraan, inclusief verloskunde en apotheek. De mensen zijn anders, maar de vragen zijn hetzelfde als in Arnhem, waar hij bijna 15 jaar praktiseerde.

Daarna neem ik de post van de praktijk door. In Medisch Contact steunt de hoofdredacteur het appèl van de LHV aan de politiek om een deel van de extra gelden voor de wachtlijsten te investeren in de eerste lijn. Die beperkt namelijk juist de wachtlijsten: de Nederlandse huisarts verwijst Europees gezien, op de Ierse huisarts na, het minste naar de tweede lijn!

Maandag

Een echte maandag. Vroeg op, iedereen moet weer wennen aan het ritme van de week. Een overvol spreekuur, maar het loopt lekker. Patiënten met diverse klachten, van gordelroos tot depressie, van wondroos tot een vorm van `spierreuma', trekken aan me voorbij. Een man van 40 blijkt al jaren om half vier te moeten opstaan voor zijn werk en dagen van 12 uur te maken. Nooit ziek, maar nu is hij prikkelbaar, heeft hij paniekaanvallen en is hij doodmoe. Ik zal met zijn bedrijfsarts overleggen om te kijken of er iets aan de werksituatie is te doen.

Tussen de bedrijven door leg ik de patiënten uit wat de poster betekent in de wachtkamer. `Uw huisarts verdwijnt, als er nu niets gebeurt' staat erop. De getallen over het dreigende huisartsentekort maken indruk. Zonder uitzondering willen ze ons steunen. Radio 1 belt met de vraag of ik morgenmiddag in debat wil met een politicus en een zorgverzekeraar. Graag! 's Avonds ben ik thuis. Alle kinderen blijken vandaag hun rapporten te hebben gekregen.. Ik kan met een gerust hart gaan slapen!

Dinsdag

Vroeg op pad. Kinderen naar school brengen, naar de garage om een nieuwe spiegel op mijn auto te laten zetten, dan op weg naar Tiel. Daar pik ik mijn collega-bestuurslid Johan Reesink op om samen naar Den Haag te rijden. Onderweg bespreken we veel lopende zaken, onder meer het dreigende huisartsentekort dat ook een maatschappelijk probleem is. Onze voorstellen het tekort te bestrijden zijn glashelder: meer afgestudeerde artsen de opleiding tot huisarts laten volgen; regelingen die jonge huisartsen stimuleren om zich te vestigen; modernere praktijkvoering, met extra ondersteuning zodat huisartsen meer patiënten kunnen verzorgen; samenwerken en een seniorenbeleid om oudere huisartsen langer voor het vak te behouden. Voor deze voorstellen berekende het ministerie een jaar geleden al een bedrag van 300 miljoen euro, waarvan het grootste deel al 3 jaar geleden is toegezegd door de toenmalige minister van VWS. Aan het begin van de middag presenteert LHV-voorzitter Bas Vos dit geheugensteuntje in de vorm van een petitie aan de vaste Tweede-Kamercommissie. Voorzitter Frank de Grave zegt dat de commissie ,,indringend'' met de minister zal spreken, omdat de huisarts niet weg te denken is in de Nederlandse gezondheidszorg.

Het huisartsentekort domineert het nieuws op radio, tv en in kranten. In het radiodebat constateer ik dat overheid, zorgverzekeraars, patiënten en huisartsen het wel eens zijn over de maatregelen, maar dat de financiering een probleem is. Tot mijn verbazing steunt de vertegenwoordiger van de zorgverzekeraars de aanpak van de minister. Verbazing omdat we nog geen jaar geleden gezamenlijk hebben gestreden voor de al eerder toegezegde, extra middelen ten behoeve van juist de vernieuwing in de eerste lijn.

Woensdag

Het is vandaag te glad om te gaan hardlopen, dus zit ik al vroeg op de roeimachine. Sport is voor mij onmisbaar, naast het `hoofdwerk'. Na het ontbijt handel ik een aantal praktijkzaken af. Daarna in de auto naar Utrecht. 's Middags is er een algemene ledenvergadering met op de agenda zaken als de hervorming van de vereniging, de nieuwe financieringsstructuur en de nieuwe taak- en functieomschrijving van de huisartsenzorg. Er zijn pittige discussies, maar we krijgen steun voor het uitgezette beleid. Door de sneeuwstormen rijd ik naar huis. Morgen naar de Tweede Kamer.

Donderdag 29 januari

De dag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer. In de loop van de ochtend blijkt de route Velp-Den Haag over de snelweg een mission impossible: in totaal meer dan 25 kilometer file. Ik ga met de trein, maar ook dat verloopt niet helemaal probleemloos. Ik ben net op tijd voor de start van het overleg. Het verloopt teleurstellend. Dat er `iets' moet gebeuren en dat de huisartsenzorg behouden moet blijven wordt door de gehele Tweede Kamer onderschreven. Maar concreet wordt het niet. Er ontstaan enige politieke schermutselingen over de in te voeren eigen bijdrage c.q. een eigen risico voor het bezoek aan de huisarts. Een meerderheid van oppositie en CDA vindt dat de huisartsenzorg zonder financiële drempel toegankelijk moet blijven. De minister schuift dit echter nog voor zich uit in afwachting van een wetsvoorstel dat nu bij de Raad van State ligt. Ook andere punten van discussie schuift hij voor zich uit, bijvoorbeeld wat de huisartsenzorg nu eigenlijk betekent.

Hoewel de Kamerleden anderhalf uur lang hun standpunten naar voren hebben gebracht en veel vragen hebben gesteld, is de minister snel klaar met zijn antwoorden. Hij stelt een nota in het vooruitzicht over een geïntegreerde eerste lijn en legt de verantwoordelijkheid voor het grootste deel bij zorgverzekeraars en -aanbieders.

In de trein naar huis overdenk ik de middag. Wat overblijft is een gevoel van ongeloof. Is dan bij de politiek echt niet doorgedrongen, ondanks de door ons aangedragen feiten en cijfers, dat een maatschappelijk fenomeen in zijn voortbestaan wordt bedreigd? Realiseert men zich dan echt niet dat een internationaal zeer hoog aangeschreven systeem, waarin de huisarts het eerste aanspreekpunt is voor gezondheidsklachten, verloren dreigt te gaan? Dat patiënten hier de dupe van worden en de zorg dan echt heel veel gaat kosten? Of is het gegeven dat bij ongewijzigd beleid over 4 jaar een miljoen mensen geen huisarts meer hebben gewoon te abstract of te overweldigend?

Ik begrijp er niets van.

Maar ik weet wel dat ik in hart en nieren huisarts ben. En dat ik morgen weer met plezier aan het werk ga in de praktijk.

Ik begrijp er niks van:

is nog steeds niet doorgedrongen dat de huisarts dreigt uit te sterven?