`Het misbruik is meestal niet vergeten, maar verzwegen'

De verklaring van de therapeut heeft weinig waarde meer in zedenzaken. Maar hoe bewijs je seksueel misbruik dan, jaren later? ,,Niet alle herinneringen zijn onbetrouwbaar''.

Tegen de rechter zeggen dat je je nu pas herinnert als kind seksueel misbruikt te zijn, dat kan echt niet meer. Ook de therapeut zal niet meer worden geloofd, nu geheugendeskundigen deze week hebben bepaald dat op basis van herinneringen niet is te zeggen of een traumatische gebeurtenis daadwerkelijk is gebeurd. Maar hoe is seksueel misbruik als kind dan nog te bewijzen op latere leeftijd?

Om een zedenzaak te winnen is, net als in andere rechtszaken, wettig en overtuigend bewijs nodig. Dat wil zeggen dat de zaak op ten minste twee bewijzen moet steunen én de rechter overtuigd moet zijn van het gelijk van het slachtoffer. De verklaring van het slachtoffer kan één bewijs zijn. De verklaring van een ander kan bewijs nummer twee zijn.

Die ander was in de jaren tachtig en negentig vaak de behandelend therapeut. ,,Maar het kan ook zijn dat het kind tijdens schoolkamp 's nachts aan drie vriendinnetjes erover heeft verteld en er bij heeft gezegd dat ze er thuis niet over mochten praten'', zegt de Alkmaarse advocate Gerda van Dijk. ,,Of er is een dagboek, waarin het kind nauwkeurig alles heeft bijgehouden. Dat kun je achteraf onmogelijk vervalsen.'' Van Dijk verdedigt al zeventien jaar slachtoffers van seksueel misbruik. Eén keer kwam een vrouw Van Dijks kantoor binnen, die gezien had dat haar man hun dochter betastte. ,,Dat is een uitzondering. Er is nooit direct bewijs.'' Soms – in een op de drie gevallen – bekent de dader, zegt Van Dijk.

De advocate is blij met het rapport van de Gezondheidsraad dat deze week uitkwam. Daarin staat dat een meisje (of jongen, maar meestal betreft het meisjes) kan vergeten dat ze seksueel is misbruikt. Emeritus-hoogleraar psychologie W. Everaerd, die het onderzoek leidde, vergelijkt het met een black-out door stress tijdens tentamens. Later zou een vrouw zich het weer kunnen herinneren, bijvoorbeeld in de veilige omgeving die de psychotherapeut biedt. Maar het kan ook zijn dat een vrouw zich dingen herinnert die nooit zijn gebeurd, vanwege de suggestieve benadering van de therapeut. Hervonden en fictieve herinneringen zijn onmogelijk van elkaar te onderscheiden, aldus de Gezondheidsraad.

,,Ik ben blij dat er duidelijkheid is'', zegt Gerda van Dijk over het advies. Honderden zaken voerde ze. Slechts vier daarvan betroffen vrouwen die zich op latere leeftijd pas seksueel misbruik herinnerden. Deze weinig voorkomende zaken trekken onevenredig veel aandacht, zegt Van Dijk, waardoor het lijkt alsof om het om heel veel zaken gaat. En alsof alle herinneringen onbetrouwbaar zijn. Van Dijk vraagt aandacht voor de grotere groep vrouwen die eveneens op latere leeftijd aangifte doen, maar om andere redenen. ,,Deze vrouwen zijn het misbruik niet vergeten maar hebben het verzwegen, en dat is heel iets anders.''

Zij is bang dat wanneer het onderscheid niet duidelijk wordt gemaakt de laatste, vele malen grotere groep vrouwen de dupe wordt. Ongeveer 90 procent van de vrouwen doet op volwassen leeftijd aangifte omdat ze dan het huis uit zijn, of dan pas inzicht hebben in wat er is gebeurd, of zien dat de dader een ander slachtoffer heeft gevonden. Bijvoorbeeld: ,,Een stiefvader die een nieuw gezin sticht en een dochter krijgt.'' Ook de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (zie inzet) waarschuwde eerder voor verwarring tussen zaken die over hervonden en over continue herinneringen gaan.

Maar volgens Chris Veraart is het onderscheid tussen het verzwijgen en vergeten van seksueel misbruik helemaal niet zo duidelijk te maken. Veraart is ook advocaat in zedenzaken, eveneens in Alkmaar. Alleen verdedigt hij de verdachten. Van Dijk en Veraart staan vaak tegenover elkaar in rechtszaken. Híj zegt enkele tientallen zaken te hebben gevoerd die voor een belangrijk deel draaiden om de herinneringen van het vermeende slachtoffer en de belastende verklaring van de therapeut. ,,Vaak zegt een vrouw in eerste instantie dat ze zich door therapie dingen is gaan herinneren. Later, tijdens de rechtszaak zegt ze: ik wist het altijd al.''

Veraart schreef een boek, Valse Zeden, over valse aangiften in zedenzaken. Hij overweegt voor verschillende van zijn cliënten in revisie te gaan bij de Hoge Raad, met het rapport van de Gezondheidsraad in de hand. ,,Er waren zaken die feitelijk niet eens mogelijk waren: een oude man die iedere dag zijn stiefdochter misbruikt zou hebben. Dan zei de rechter: wat maakt het nu uit of ze iedere dag of iedere week werd misbruikt, en de man is veroordeeld.''

Voor sommige andere cliënten wil Bullens proberen schadevergoeding te krijgen, of rehabilitatie. Dat laatste betreft zaken die geseponeerd werden wegens gebrek aan bewijs. Deze voormalige verdachten kregen een code 02 in hun documentatieregister. Veraart wil dat ze code 01 krijgen: ten onrechte als verdachte aangemerkt. Tegelijkertijd weet hij niet of veel van zijn cliënten nu, jaren later, hun gelijk alsnog willen krijgen. ,,De meesten zijn blij dat het voorbij is.''

Prof.dr. Ruud Bullens (bijzonder hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit en lid van de eerdergenoemde expertisegroep) verwacht niet dat het rapport grote juridische gevolgen zal hebben. Een onafhankelijke deskundige kan immers de plaats van de behandelend therapeut innemen. Zelf treedt hij regelmatig op als deskundige in zedenzaken, ,,maar nooit bij mensen die ik zelf onder behandeling heb''.