Het geweten en de muis

WEDUWE MET kattenallergie zoekt muizenverdelger. Zou het me helpen als ik zo'n advertentie in een huis-aan-huisblad zou plaatsen? Met heel mijn kennis van de literatuur, de negentiende eeuw en mijn opvoeding op het platteland krijg ik de muizenplaag in mijn Amsterdamse benedenwoning niet onder controle. Vooral die onbeheersbaarheid valt me zwaar. Ik ben van mening dat op den duur met volharding en tact vrijwel alles voor elkaar te krijgen valt, maar goedschiks of kwaadschiks, met muizen valt niet te onderhandelen.

Als academicus probeer ik de zaak systematisch aan te pakken. Muizen komen op eten af, dus moet het eten weg. Maar hoe ik ook opberg, inpak, afwas, veeg, zuig, blijkbaar blijft er altijd nog voldoende knoeisel liggen om een kolonie te voeden. In dezelfde dierenwinkel waar ze voor witte muizen in een kooi exquise lekkernijen verkopen, kun je ook muizenvergif en muizenverjagers aanschaffen. Ik laat me een apparaatje met een hoge geluidstoon voor een absurd hoog aantal euro's verkopen. Ik kan niet controleren of het werkt, want de tonen zijn niet hoorbaar voor het menselijk oor. Maar er loopt in elk geval geen muis minder in de keuken. Dan raadpleeg ik de deskundigen van de gemeenteongediertebestrijding. Ze geven lokdoosjes met giftige tarwe mee die ik op strategische plekken moet neerzetten en ze raden me aan alle gaten dicht te maken.

De lokdoosjes zijn dezelfde als die uit de dierenwinkel die de muizen al jaren mijden. Hoe vers het gif ook is, ze vreten er niet van. Gaten dichtmaken is een onbegonnen zaak in een huis van rond de voorlaatste eeuwwisseling. Een poes kan ik niet in huis hebben, vanwege allergie. Mijn hondje is bang voor muizen, maar de muizen niet voor hem. Rest nog de laatste, gemeenste en onsmakelijkste mogelijkheid: de klapval. Mijn van nature toch vrij tedere ziel heeft ook dit middel geaccepteerd.

Nu vind ik de bestrijding van ongedierte eigenlijk een mannenzaak en het is slechts uit nood dat ik me er zelf in verdiep. Mijn vader kwam 's avonds fluitend de kinderkamer binnen met een vliegenmep om de aanwezige muggen op het behang tot een bloedvlek te pletten. Er ontging hem geen vliegje, hij wapperde nog even met de gordijnen om schuilend vee te voorschijn te halen, en hij verdween weer fluitend naar beneden om in de keuken voor mijn moeder nog even een muizenval te spannen. Hij had in totaal twee vallen, die steeds opnieuw gebruikt werden. Een stukje brood, scherp zetten, de kinderen waarschuwen uit de buurt te blijven, de hond weghouden. Als hij beet had werd het lijkje uit de val gehaald, in een kuil gegooid en de val opnieuw gespannen. Ik vertel wat ik gezien heb, en mijn vader was geen bruut. De muizen trapten er steeds opnieuw in. Mijn vaders klapvallen waren voldoende om de muizenpopulatie op een aanvaardbaar laag niveau te houden.

Toen ik op kamers ging wonen was mijn eerste ervaring met de Amsterdamse onderwereld een rat. Ik had een mooie kamer in een oud pand aan de Singel, waar de muren nog met tengel bespannen waren. In de keuken rook het zoals het in oude aanrechtkastjes ruikt: een beetje zompig, naar riool en stilstaand water.

Op de benedenverdieping woonde en werkte een melkboer. 's Ochtends om een uur of vijf werden met veel lawaai de ijzeren kratten met melkflessen bezorgd. Menig vriendje dat me uit de studentensociëteit naar huis bracht, nam een flinke slok verse melk voor hij naar huis of naar boven ging. De aardigsten legden een gulden bij de aangebroken fles. Ik was alleen thuis toen ik de confrontatie met de rat had. Hij zat in het aanrechtkastje en staarde me verbolgen aan voor hij de poten nam. Ook ik nam de benen, minstens zo snel. Mijn toenmalig vriendje strooide een bus rattengif leeg in het kastje, we verdwenen enige dagen naar zijn kamer, hij ging controleren en zag dat er flink gegeten was. Waarna ik terug durfde komen. Ratten heb ik daar niet meer gehad, maar het haastige geritsel van muizenpootjes achter de tengel hoor ik nu nog als ik er aan denk. In een seconde leken ze dwars een muur te oversteken. Mijn vriendjes, en op een gegeven moment mijn man, wijdden zich aan de bestrijding ervan, buiten mijn gezichtsveld.

Alle ontwikkeling in de wetenschap ten spijt, is er nog steeds geen afdoende middel gevonden om zoiets eenvoudigs als een teveel aan muizen in huis op te lossen. Zou er ergens in de wereld een nederige onderzoeksgroep zijn die zich over dit probleem buigt en is er misschien een hoogleraar in de huismuizenbestrijding? Wie bedenkt iets eenvoudigs dat het ongedierte permanent weghoudt? Gespecialiseerde bedrijven werken al jaren op dezelfde manier met gif in lokdozen, en tijdelijk schijnt dat wel te helpen. Ze bieden langjarige contracten aan om enkele malen per jaar gebouwen te behandelen, maar om nu zo'n abonnement dat voor supermarkten en restaurants bedoeld is in te zetten voor mijn gewone huishouding, lijkt me toch wat overdreven. En bovendien: mijn muizen eten geen gif.

Ik span tegenwoordig dus zelf valletjes. Ik zet 's avonds naast de onaangebroken lokdoosjes op een stuk karton een val. 's Ochtends ga ik zonder lenzen in mijn ogen kijken of ik een grijze vlek op het karton zie en met afgewende blik schuif ik karton met val en het vermoeden van een muis in de vuilnisbak, leg er een krant op zodat ik niets hoef te zien en bind de zak dicht. Ik probeer er niet aan te denken dat er wellicht een moedermuis gevangen is die een zogend nest achtergelaten heeft, en ook wil ik niet weten of de muis wellicht nog niet geheel dood is en zachtjes om genade smeekt.

Het kan nog erger, houd ik me voor. Mijn buurman neemt uit Italië planken met een sterke lijm mee die hij langs de plinten legt en waarop muizen blijven plakken. Ik durf hem niet te vragen wat hij doet met de nog levende vastgeplakte muizen, maar hij vertelde me zelf dat hij eens een duif die erop neergestreken was de nek had moeten omdraaien. In Nederland zijn die Italiaanse planken verboden.

Een andere mogelijkheid is natuurlijk de muizen te accepteren. Als ik nu maar aanneem dat de muis een esthetisch schepsel is met een buitengewoon scherp ontwikkeld reukorgaan, zou ik er dan een beetje van kunnen gaan houden? Of zijn er wellicht grote dichters of componisten die aubades aan de muis gebracht hebben en die mij via associatie enig genoegen aan mijn eigen ongenode gasten zouden kunnen doen beleven? Ja, Fontaine heeft hele wijze ratten- en muizenfabels, maar die leiden mij toch niet naar een inburgeringproces. Tot nu toe heb ik de muizen uit mijn studeerkamer kunnen houden. Maar waar ik nu zo bang voor ben: stel dat ik mijn keuken zo schoon kan krijgen dat er geen muis meer wil komen, zouden ze dan niet naar mijn boekenkast trekken en daar het lekkere leer van de oude boeken en de beenderlijm van de ruggen gaan opsouperen?