Goedkopere geneesmiddelen komen Europeanen duur te staan

,,Het kerkhof ligt vol met mensen die dachten dat ze onmisbaar waren.'' Zo luidt een favoriete uitdrukking van Igor Landau, de topman van het Frans-Duitse geneesmiddelenconcern Aventis. Maar de tijd is niet ver meer, meent het Duitse weekblad Wirtschaftswoche, dat hij zelf gemist kan worden. Het blad schrijft dat naar aanleiding van het vijandige bod van het veel kleinere Franse concern Sanofi-Synthélabo op grote broer Aventis.

De wereld van de Europese geneesmiddelenproducenten zou daardoor ,,dramatisch veranderen'', omdat aftandse Duitse grootheden als Bayer, Altana en Schering steeds verder achterop raken in het veld van internationale spelers. Bayer zou door de overname afzakken naar de zestiende plaats op wereldranglijst. Maar, zo erkent het blad, een fusie tussen Aventis en Sanofi zou grote voordelen bieden. Want daardoor zou er een nieuwe Frans-Duitse onderneming ontstaan die met een omzet van 25 miljard euro en 100.000 werknemers de derde plaats op de wereldranglijst zou innemen, achter het Amerikaanse Pfizer en het Britse GlaxoSmithKline.

Landau is mordicus tegen, maar kan zich volgens het blad alleen verweren tegen de vijandige overname als hij hulp krijgt van het Zwitserse Novartis, dat ook al dertig procent bezit van de aandelen in concurrent Roche, eveneens gevestigd in Zwitserland. Ook het Britse GlaxoSmithKline is niet vies van samengaan met Aventis, denkt het blad. En zelfs de nummer één, Pfizer, kan nog wel versterking gebruiken. Want ondanks alle overnames heeft deze kampioen niet meer dan elf procent van de wereldmarkt in handen, betoogt het blad.

,,Begin jaren tachtig placht Hoechst nog de wereldranglijst aan te voeren'', herinnert het Duitse weekblad Die Zeit zich. Maar de naam Hoechst is verdwenen na de fusie met Rhône-Poulenc in het Aventis dat nu weer onder vuur ligt van ukkepuk Sanofi. En Bayer Leverkusen is ook al verdwenen uit de top tien. ,,Fusies kosten banen, en niemand weet dat beter dan de medewerkers van Aventis'', omdat de fusie waaruit het bedrijf is ontstaan nog maar vijf jaar achter hen ligt.

De Duitse geneesmiddelenproducenten wijten de malaise in de bedrijfstak aan de hervormingen van de overheid, maar die vlieger gaat niet op, meent het blad. Want de bemoeienis van de

Britse en Franse overheid is minstens even groot. Toch is het Britse GlaxoSmithKline op een na de grootste geneesmiddelenproducent ter wereld en het Franse Sanofi wordt nummer drie als de fusie met het Frans-Duitse Aventis doorgaat.

De belangrijkste reden waarom Amerika de geneesmiddelensector domineert, is dat Europa veel meer controle uitoefent op de prijzen, meent het Britse weekblad The Economist. Uit recent onderzoek blijkt volgens het blad dat ondernemingen hun onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten concentreren in landen waar ze het snelst de hoogste winsten kunnen behalen. En dat geeft Amerika een voorsprong op Europa.

Het blad doelt op een rapport van onderzoeksbureau Bain, getiteld Addressing the Innovation Divide, dat vorige week verscheen. Het onderzoek concentreerde zich op Duitsland, Europa's grootste markt voor geneesmiddelen. Het is waar dat Duitsland in 2002 19 miljard dollar bespaarde op de kosten van geneesmiddelen en dat de Duitsers per hoofd van de bevolking minder betaalden dan de Amerikanen. Daar staat tegenover dat het land volgens het rapport 22 miljard dollar verloor, onder andere door minder opbrengsten uit octrooirechten, door verlies aan hoogwaardige banen, door minder bedrijfswinsten, en door het vertrek van ondernemingen naar het buitenland. Met andere woorden, de goedkope geneesmiddelen komen Europa duur te staan.

Sanofi's bod van zestig miljard dollar op Aventis is onverstandig voor beide partijen, meent het Amerikaanse weekblad BusinessWeek. Sanofi's budget van een miljard dollar voor onderzoek en ontwikkeling is slechts een derde van dat van Aventis. En Sanofi zal de komende jaar maar één medicijn op de markt weten te brengen, schat het blad, terwijl er bij Aventis maar liefst acht in de pijplijn zitten.

Daar komt bij dat vijandige overnames in de geneesmiddelensector niet zoveel zin hebben: de producenten zijn afhankelijk van de wetenschappelijke onderzoekers. En die nemen de benen als ze te veel last hebben van megalomane managementmanoeuvres in de vorm van fusies en overnames. Bovendien is de kans groot dat Sanofi zelf doelwit wordt van een vijandig bod, omdat de belangrijkste aandeelhouders, Total en l'Oréal, zichzelf openlijk het recht hebben voorbehouden om aan het eind van dit jaar hun aandelenpakketten op de markt te brengen.

Wie zich los wil maken van de kudde die gebiologeerd wordt door de fusiemanie in de farmasector wende zich tot het Amerikaanse Merck, de belangrijkste rivaal van Pfizer en GlaxoSmithKline, betoogt het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Want de topmanager van Merck, Raymond Gilmartin, moet niets hebben van fusies en overnames. Volgens het blad wordt het tijd om aandelen Merck te kopen, omdat Wall Street ze onderwaardeert: die gaat er van uit dat de huidige negatieve trends onveranderd blijven.

Het blad wijst er op dat dit tien jaar geleden ook zo was, waarna Merck tot en met 2000 maar liefst zeventien nieuwe medicijnen introduceerde, en met succes. De onderneming heeft de traditie van wetenschappelijk toponderzoek weten voort te zetten, schrijft het blad, en heeft een ijzersterke financiële positie.