Gelukkig gescheiden

Elke week in Leven &cetera een column van het online jongerenmagazine Spunk, verbonden aan NRC Handelsblad. Over de wereld van de 16-plussers. Deze week de (ingekorte) column van Jan Hoek (19).

,,Als je maar weet dat het niet jouw schuld is.'' Deze opmerking krijg ik minstens drie keer per dag naar mijn hoofd geslingerd. Mijn moeder zegt het me elke dag, mijn vader zegt het me elke dag. En er is ook elke dag wel iemand anders die het tegen me zegt, een moeder van een vriendje, een oma en zelfs een overbuurvrouw die ik niet ken en waarvan ik geen fucking idee heb hoe zij weet dat mijn ouders zijn gescheiden. Ik ben een jaar of vier.

In het nieuwe huis waar ik met mijn moeder woon, hoor ik mijn moeder met mijn juffrouw praten. Mijn juf is erg begaan met kinderen. Zowel met de kinderen in Afrika, als met mij. ,,Ja, dat klopt, dat is heel belangrijk. Hij mag vooral niet het gevoel krijgen dat het zijn schuld is. Dat schijnt vaak te gebeuren hè? Dat kinderen denken dat het hun schuld is als de ouders gaan scheiden.'' Ze kakelt maar door, alsof ik haar niet kan horen omdat de televisie toevallig aan staat. Ik weet het nu wel, het is niet mijn schuld. Ik heb ook geen seconde gedacht dat het mijn schuld was. Jullie hebben besloten niet meer met elkaar in een huis te wonen en ik niet. Geen probleem en ik geef niemand de schuld, maar van dat gepraat word ik echt schijtziek. De eerstvolgende persoon die tegen mij zegt dat het niet mijn schuld is krijgt een plastic ridderzwaard door zijn ribben gedrukt.

Ook vijf jaar later heb ik nog steeds geen schuldgevoel, geen trauma of wat dan ook dat ze dachten dat ik er aan over zou houden. Ik woon bij mijn moeder en ga elke vrijdag en om het weekend naar mijn vader. De juffrouw had dat bedacht. Het is beter voor kinderen als ze een vaste plek hebben waar ze wonen, dat ze ergens het gevoel hebben thuis te zijn. Ik heb altijd bijzonder veel zin in de vrijdagen, want mijn vader heeft een computer.

Mijn vader heeft trouwens ook een vrouw. Met een serieus gezicht vertelde hij op een dag aan mij dat hij me iets moest vertellen. Hij had iemand op zijn werk ontmoet waar het bijzonder goed mee klikte. Hij hoopte erg dat het een beetje zou klikken tussen ons. Hij zei dit allemaal op een manier die verraadde dat hij het gevoel had dat ik elk moment huilend zou opspringen en zou schreeuwen: ,,Als je maar weet dat ze nooit mijn moeder zal worden. En denk ook maar niet dat ik ooit aardig zal doen tegen die kuthoer die mijn moeders plaats probeert in te nemen.'' Een paar weken later vierde ik Sinterklaas met de nieuwe vrouw van mijn vader. Ik kreeg een Turtlehouse. De dag erna vierde ik Sinterklaas met mijn moeder en haar nieuwe vriend. Ik kreeg een Gameboy.

Nog eens vijf jaar later, ik ben inmiddels 14, heb ik nog steeds geen schuldgevoel en ook geen trauma. Mijn vader is nog steeds getrouwd en mijn moeder heeft inmiddels al een aantal vriendjes versleten. Haar eerste vriendje was een klootzak en bouwvakker van beroep. Mijn moeder vond hem niet zo aardig doen tegen mij. En ook niet zo aardig tegen haar trouwens, hij ging vreemd. Nadat het uit was gegaan met hem zei mijn moeder tegen me dat ik honderd keer belangrijker ben dan welk vriendje ze ooit ook zal krijgen. En dat als ik ze niet aardig vond, ze mochten opsodemieteren. Ik kreeg dus een veto wat betreft de vriendjes van mijn moeder. Een recht dat je nooit zult krijgen als je ouders niet uit elkaar gaan. Een recht dat ik maar al te graag wou gebruiken. Niet dat ik een hekel heb aan de vriendjes van mijn moeder, in tegendeel zelfs. De bouwvakker was dan wel een klootzak, maar ik heb hem altijd wel aardig gevonden. Na de bouwvakker kreeg mijn moeder iets met een man in pak die altijd cadeautjes meebracht. Die vond ik ook wel aardig. Zijn opvolger was een vrolijke neger die ook mijn beste vriend werd. Ik heb altijd al gehouden van de afwisseling die de verschillende vriendjes van mijn moeder gaven. Ik vond het spannend wie er nu weer over de vloer zal komen. Pas na de neger heb ik een keer mijn veto moeten gebruiken. Ik zag hem voor het eerst aan de keukentafel. Hij was zeker twintig jaar jonger dan mijn moeder, hij droeg een bril en alles aan hem straalde uit dat hij een sukkel was. Het vervelendste was dat hij steeds tegen mij heel zenuwachtig aan het grinniken was, bang dat hij niet mocht blijven van mij. Maar aan de andere kant zag ik hem steeds heel geil naar mijn moeder kijken. Alsof hij haar liever direct daar op de keukentafel wilde nemen in plaats van ongemakkelijke gesprekken met mij te moeten voeren.

Nu ben ik 19, ik woon op mezelf en merk nog steeds niks van het trauma. Sterker nog, ik moet er niet aan denken dat mijn ouders bij elkaar gebleven waren.

Meer:www.spunk.nl