`En toch ga ik voor een podiumplaats'

Richard Groenendaal (32) is net hersteld van een langdurige knieblessure. Hij start morgen als outsider bij het WK veldrijden in Pont-Château. ,,Soms kan ik één Belg volgen, maar nooit allemaal tegelijk.''

In het zuiden van Bretagne worden dit weekeinde de wereldkampioenschappen veldrijden verreden. Bij de beroepsrenners is Richard Groenendaal de enige Nederlander die aanspraak maakt op een podiumplaats. De wereldkampioen van 2000 is pas hersteld van een slepende knieblessure. Toch acht hij zich morgen kansrijk voor een medaille, al zal de gouden plak vermoedelijk weer naar een Belgische renner gaan.

Je bent een jaar geblesseerd geweest aan je knie. Wat was ook al weer de oorzaak en hoe staat het er nu mee?

Groenendaal: ,,Ik ben vorig jaar, op 2 januari in Sint Niklaas, gevallen op mijn knie. Toen raakte een pees ontstoken en heb ik mijn knie overbelast. Ik werd van de ene naar de andere dokter gestuurd en heb bijna alle ziekenhuizen in Nederland gezien. In augustus kon ik weer voorzichtig gaan trainen. Mijn linkerbeen was door de rustperiode vier centimeter dunner dan mijn rechterbeen, dus dat schoot niet op. Ik reed makkelijker in één tempo dan in een wisselend tempo. Dus trainen ging veel beter dan koersen. Toen kreeg mijn knie pas echt een opdonder.''

Toch behaalde je aanvankelijk redelijke resultaten en viel je pas later terug. Vanwaar deze opmerkelijke prestatiecurve?

,,In oktober ben ik weer geen koersen, ondanks een grote trainingsachterstand. Ik had in de zomer 2.000 kilometer in plaats van de gebruikelijke 30.000 kilometer gefietst. Ik miste conditie, die ik in het begin kon camoufleren door de oerbasis die ik in de loop der jaren heb opgebouwd. Ik ben als het ware over m'n toeren gaan draaien. In november en december werden mijn uitslagen minder en minder. Pas na de jaarwisseling kan ik pijnvrij rondrijden. En nu komen de resulaten vanzelf weer.''

Maak je morgen enige kans temidden van de potentiële Belgische wereldkampioenen?

,,Alle Belgen zijn dit jaar verbeterd en dan steekt Bart Wellens (de titelhouder, red.) er ook nog ver boven uit. Wat niet wil zeggen dat hij zomaar gaat winnen. Een WK kent zijn eigen wetten. Ik was ook vaak de beste in een heel seizoen en dan moest ik op een WK toch passen. Nu ben ik outsider, geen favoriet. In goeden doen kan ik op het podium rijden, maar een regenboogtrui is misschien te hoog gegrepen. Soms kan ik één Belg volgen, nooit allemaal tegelijk. Maar ik ben en blijf een winnaar en zal niet opgeven tot onder het finishdoek. Dat zit niet in mijn karakter.''

Je bent als Raborenner ploeggenoot van de Belg Sven Nys, die jou in 2000 geen strobreed in de weg legde bij het WK in Sint Michielsgestel. Hoe zit het morgen met de verstrengelde lands -en sponsorbelangen?

,,Op dat WK waren de Belgen ten onrechte aan het mienen. Alsof ik die dag niet veruit de sterkste was! Mij is toen door de Belgen veel onrecht aangedaan. Met Nys heb ik trouwens nooit problemen gehad. We zijn geen vrienden, maar goede collega's. Het is eigenlijk een simpel verhaal: Nys en ik rijden in principe om de ander niet te doen verliezen, dus rijden we stiekem een beetje voor elkaar. Maar als Sven in de eerste ronde demarreert ga ik er achteraan. En als hij halverwege demarreert, blijf ik alleen zitten als de benen niet goed voelen. Ik gun hem de regenboogtrui, die ontbreekt nog op zijn erelijst en ik weet hoe dat voelt. Ik heb er ook jaren op moeten wachten. Maar ik geef hem die trui niet cadeau. Ik heb ambitie voor mezelf en niet voor Nys. Trouwens, Bart Wellens heeft met Erwin Vervecken van Spaarselect een perfecte knecht in huis. En dan praat je over twee Belgen in hetzelfde kamp.''

Hoe is het parcours in Pont-Château?

,,Het is een mooi, snel en eerlijk parcours. Iedereen moet er uit de voeten kunnen. Tachtig procent bestaat uit grasland. De verwachting is dat het zondag gaat regenen in Bretagne. Ik reed in het verleden altijd goed in Pont-Château. Ik ben daar in 1989 wereldkampioen bij de junioren geworden en heb er later ook een wereldbekerwedstrijd gewonnen.''

Wat is er voor jou veranderd sinds het gedwongen vertrek van manager Raas bij Rabobank?

,,Niet zo gek veel. Wat er ook allemaal gezegd en geschreven wordt, ik heb geen nare ervaringen met Jan. Oké, we hadden wel eens woorden, maar als alles koek en ei was gegaan, zou hij een watje en ik een lulletje zijn geweest. We hebben de problemen altijd als volwassen mannen uitgepraat.''

Je bent 32 jaar en misschien wel in de herfst van je wielerloopbaan beland. Hoe ziet je sportieve toekomst er uit?

,,Ik heb in elk geval geen plannen om te stoppen. Ik heb nog een contract tot en met 2005 en zou graag nog een paar seizoenen crossen. Ik geniet nog van elke trainingsrit en kan mezelf nog steeds veel pijn doen. Een wielrenner van 32 is trouwens helemaal niet oud. Ik weet ook niet wat ik na het fietsen moet gaan doen. Ik heb MTS bouwkunde, maar dat diploma is nu niet veel waard. Misschien kan ik iets in de begeleiding gaan doen. Ik heb in twintig jaar een hoop kennis in het veldrijden opgedaan.''

Je blijft voorlopig de enige Nederlandse veldrijder van betekenis. Waar blijven je potentiële opvolgers?

,,Gerben de Knegt is op de sukkel geraakt en Maarten Nijland is op hetzelfde niveau gebleven. Daarom kan ik nog steeds zo domineren en kon ik ondanks gebrek aan topvorm weer makkelijk Nederlands kampioen worden. Het blijft mooi, zo'n rood-wit-blauwe trui, maar het is een troostprijs. Ik heb er nu zeventien in de kast hangen: zeven bij de profs, dertien bij de amateurs, twee bij de junioren en een bij de nieuwelingen. Allemaal leuk en aardig, maar een bietje meer concurrentie zou geen kwaad kunnen. Ik zie zeker geen supertalenten om me heen. Gelukkig zit er nu een aardige lichting veldrijders aan te komen. Een jongen als Lars Boom (Raborenner die vorig jaar wereldkampioen bij de junioren werd, red.) staat gelukkig open voor kritiek en dat is in het verleden wel eens anders geweest. Toen stonden ze me gewoon uit te lachen, als ik goede raad wilde geven. Maar presteren, ho maar.''