Debat nodig over nut van staatssteun scheepsbouw

De voorgestelde aanpak in het hoofdartikel `Geharmoniseerde steun' (NRC Handelsblad, 23 januari) ten aanzien van de staatssteun voor de noodlijdende scheepswerven is er een die vreemd genoeg in tegenspraak is met de argumentatie. Een slechte aanpak kan toch niet als basis dienen voor beleid, zelfs als het niet anders kan? De berusting in het feit dat het niet anders kan, ondermijnt ook de voorgestelde EU-geharmoniseerde afspraken.

Een felle strijd over het nut van de staatssteun kan stukken meer opleveren dan een goedbedoelde afspraak. Door een goed debat worden immers de verliezen van politieke macht bij een weigering van steun beperkt, waardoor de afweging veranderd is. Het gedogen van staatssteun geeft juist het signaal af aan de kiezer dat dit correct beleid kan zijn, waardoor bij een faillissement de politieke schade vergroot is (RSV-affaire) en de keuze voor een financiële injectie politiek aantrekkelijker wordt.

De (valse) concurrentie uit het Verre Oosten is blijkens het artikel een grote factor van de huidige problemen in de scheepsbouw. Deze factor niet meenemen in het beoogde beleid van de Europese Unie is niet alleen een gemiste kans, maar ook een verzwakking. De politieke leiders uit de EU kunnen moeilijk de strengste staatssteun-wetgeving nastreven, als banen in eigen land verloren gaan.

Als staatssteun weggegooid geld is, dan moet juist dát gezegd worden en niets anders. Alleen dan zal deze overtuiging medestanders vinden en kan een sterkere economie verwezelijkt worden.