De wielklem

Hij is iemand die zich ongelofelijk boos kan maken, in alle variaties, virtuoos, van pisnijdig tot hyperkwaad. Een voorstelling op zichzelf. Hij meent het, maar nooit heb ik hem erop betrapt dat hij het overzicht verloor. Het is meer dan zelfbeheersing. Hij brengt zichzelf met zijn kwaad-zijn als een kanon in stelling en beheerst het sociale slagveld. Knap. Maar deze keer was het misgegaan. Zo kwaad hadden we hem nog nooit gezien. Voor het eerst had hij zich door zijn woede laten meeslepen. Hij riep: `Ik heb een wielklem!'

Het ding had toen juist zijn debuut in Amsterdam gemaakt. Parkeermeters hadden niet geholpen. De eerste parkeerder van de dag stopte kauwgum in de gleuf en beweerde dat iemand dat 's nachts had gedaan. Of ze waren door junks geleegd. Of iemand voor wiens integriteit ik verder mijn hand in het vuur steek had er Amerikaanse muntjes in gedaan, want hij had ontdekt dat zo'n automaat het verschil met een kwartje niet kon herkennen. De parkeermeter was niet tegen de automobilist bestand.

Toen heeft het Amsterdamse stadsbestuur zich laten inspireren door de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog. Vóór die was uitgebroken, hadden de Fransen en de Duitsers aan hun grens tankversperringen gebouwd, rijen van korte, dikke betonnen paalachtige versperringen. Na een behandeling door de schoonheidscommissie is daaruit het `Amsterdammertje' ontstaan. Overal waar een auto half op de stoep kon worden geparkeerd, werden een paar Amsterdammertjes gezet. `Overal' wil zeggen: langs alle grachten, straten, pleinen. Hoeveel paaltjes er staan? Geen idee. Wel weet ik dat ze bij introductie, met het arbeidsloon van het plaatsen mee, tweehonderd gulden per stuk hebben gekost.

Met het Amsterdammertje was de helft van het probleem opgelost. Maar het mislukken van de parkeermeter liet een groot gebied onverdedigd. En toen opeens was daar de wielklem. Als we het, een ogenblik waardevrij, uitsluitend over functioneel hebben, dan geloof ik dat dit apparaat een wereldprijs verdient. Het is met zijn korte, spaakachtige uitsteeksels goed van vorm. Het laat zonder vervaarlijk bedoelde toevoegsels, opsmuk, andere flauwekul weten: dit is een klem. De kleur kan niet beter, een soort geel dat verder alleen door wespen wordt gedragen. En het effect is het bedoelde: u kunt niet verder. Dus: hoeveel last u er ook van mocht hebben gehad, of misschien nog zult krijgen, bewonder de uitvinding! De vraag is dan, hoe zo'n vondst wordt gedaan, hoe de uitvinding überhaupt ontkiemt en bij wie. Eerst heb ik gedacht dat dit voor mij nog onbekende genie zich had laten inspireren door Alexandre Dumas (père), De man met het ijzeren masker, een vreselijke geschiedenis waarop ik nu niet in ga. Toen schoot me de film Alien te binnen. De ruimtereizigers zijn op een vreemde planeet. Een astronaut buigt zich over een moerassig gebiedje. Uit de modder springt een soort krab die zich op zijn gezicht klemt en er ook door de dokters niet meer van te verwijderen valt. (Deze krab is ontworpen door de Zwitser H.R. Giger, die zich door zijn hele oeuvre als een talentvolle griezelpiet doet kennen). Dan is het beest plotseling verdwenen. Later blijkt dat het een ei in de astronaut heeft gelegd. En om terug te komen op de wielklem en het parkeerprobleem: het ei is dan de boete. Of het is mogelijk dat iemand met een buitensporige vrijheidszucht op het idee is gekomen. In alles ziet zo iemand het beginsel van een klem. Dan cultiveert hij vanzelf zijn nachtmerrie, tot besluit waarvan hij de wielklem uitvindt.

Juist de voorbeeldige functionaliteit maakt de wielklem zo gehaat. En dan zie je weer de merkwaardige inconsequentie van `de mens'. We willen wel dat alle apparatuur zo eenvoudig mogelijk in elkaar zit, zo goed mogelijk werkt, en dit tegen de geringste kosten. Maar hebben we zo'n wondertje ontdekt, en wordt het op onszelf toegepast dan zijn we zo ongelofelijk boos dat het gevaarlijk wordt. Vandaar in Amsterdam de strijd tegen, de verbitterde ruzie over de wielklem of `het gele kreng'. En de antiklemmers zijn aan de winnende hand.

Iemand die nauw bij de introductie betrokken is geweest, maar ook de naam van de uitvinder niet kende, vertelde me dat de eerste klemmen zijn gebruikt door mensen die op deze manier wilden verhinderen dat hun caravan werd gestolen. Dat brengt ons wel een stap verder. Misschien moeten we de uitvinder onder de caravanbezitters zoeken. Het net sluit zich nauwer, maar het antwoord hebben we nog niet.

Google bracht ook geen uitkomst. Bij car clamp treft u een bericht over een man die in zijn vrije tijd een gouden mantel en gouden laarzen aantrekt, een goud omrande zonnebril opzet, en dan in de straten van Londen op zoek gaat naar automobilisten die in de wielklem zitten. Met zijn speciale techniek gaat hij de slachtoffers bevrijden. Van beroep kantoorbediende, doet hij dit in zijn vrije tijd, en hij vraagt er geen geld voor. Hij beschrijft zichzelf als the UK's first wheelclamp and speedcamera vigilante cum subversive superherophilantropist, en noemt zich Angle Grinder Man. Geen e-mailadres.