De wetenschap is goed in ingewikkelde rekenmodellen maar raakt in het gedrang door gepolder over kokkelvisserij

Het rapport over de schelpdiervisserij ziet er vooral leuk uit. Maar is het ook wetenschappelijk, vraagt Maarten Huygen zich af.

Dr. Bruno Ens is consultant, maar zijn verwaaide, witgrijze haar en informele werkkledij doen meer denken aan trektochten buiten in windjack met een grote verrekijker om naar vogels te spieden. Hij is wetenschappelijk bioloog en voor zijn onderzoeksinstituut Alterra heeft hij meegewerkt aan een evaluatierapport over schelpdiervisserijbeleid waar meer ophef over is ontstaan dan hem lief was. Nadat een publieke versie en een persbericht van zijn rapport waren uitgekomen, werd hij ongemakkelijk en nam hij er toch weer enige afstand van. De schelpdiervisserij had toch grotere schade aangebracht dan werd voorgesteld. Dat heb je nou altijd met beleidsonderzoek. Er worden meer conclusies uit getrokken dan je zelf als wetenschapper voor je rekening zou willen nemen.

Het beleidsonderzoek van Ens beoogde iets waar de wetenschap niet voor is bedoeld, namelijk het verzoenen van tegenstrijdige standpunten: tegelijk de Waddenzeebodem kaalschrapen en de Waddenzeebodem behouden. Tegelijk het voornaamste voedsel voor de eidereenden weghalen en de eidereenden sparen. Het is een ambitieus project. Alle geledingen waren bij de voorbereiding en begeleiding van het onderzoek betrokken, de visserij, de natuurorganisaties, de ambtenaren. Dat heet in de termen van het rapport een `win-win-situatie', waarbij vanuit `sociaal-economisch perspectief' een bijdrage is geleverd aan `ecologische doelstellingen'.

De eerste jubelende zin van het persbericht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwalitei over het rapport was dan ook geen verrassing: ,,De evaluatie van het schepdiervisserijbeleid toont niet zonder meer aan dat kokkelvisserij op de Waddenzee moet verdwijnen.'' `Verduurzaming' is nodig. Een mandaat dus om door te polderen.

Verzoening is een typisch Nederlandse opvatting van beleidsonderzoek. Maar de wetenschap is er helemaal niet voor de verzoening en neemt ook geen besluiten. Het is ook geen kwestie van de meeste stemmen gelden. Uit de onderlinge strijd van argumenten moet de beste winnen. In een overvolle, benauwde collegezaal in Groningen verdedigde Ens eergisteren zijn rapport tegenover biologen en natuur-activisten, vaak in kleurige Waddentruien. Diezelfde dag waren er van tien uur 's morgens tot half vijf 's middags presentaties, discussies en conclusies met slechts twee korte onderbrekingen. En naarmate de dag vorderde, kwam de schelpdiervisserij er steeds slechter van af.

We zagen dalende lijnen van aantallen scholeksters en kanoeten, kapotte zandplaten met minder leven. Zeker, de schelpdiervisserij is niet als enige verantwoordelijk voor de ellende, maar is het nog wel verantwoord om bij de voedselschaarste door te gaan? Aan het einde van de dag zag ik een staatje van dr. J. van der Meer van het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee, dat niet aan het polderonderzoek had meegedaan. Hij had een politiek incorrecte stelling: er is de laatste jaren te weinig voorraad schelpdieren voor de vogels op de Waddenzee. In een staatje zag ik de beschikbare voorraden schelpdieren onder de behoefte van de vogels duiken. De conclusie – dus geen schelpdiervisserij – trok hij wijselijk niet, want die stap moeten politici durven te zetten, niet de wetenschappers.

Van der Meer werkt voor een zuiver wetenschappelijk instituut dat door het NWO wordt betaald en niet van opdrachten afhankelijk is. Hij kan eisen stellen en hij hoeft geen genoegen te nemen met een gebrekkige onderzoeksopzet. Het onderzoeksinstituut Alterra heeft die luxe niet, want het moet zelf aan de kost komen. Toen Alterra nog deel uit maakte van het ministerie van Landbouw, voelden de onderzoekers zich vrijer. Een onwelkom rapport verdween wel in een la, maar het kon in ieder geval op publieke kosten worden gemaakt.

Hoe gaat het er nu aan toe? Nog steeds is er van het schelpdieronderzoek geen wetenschappelijk eindrapport met noten, verwijzingen en discussies. Maar er is wel al een publieke samenvatting op glanspapier met grote kleurenfoto's van gelukkige vogels, nijvere kokkelbaggeraars en de schelpdieren zelf. Voor die samenvatting geldt wat de Britse Lord Hutton zo mooi zei over het rapport van de Britse regering over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak: de wensen van de politiek hebben ,,op subtiele, onbewuste wijze'' de formulering beïnvloed.

De publieke versie van het rapport over de schelpdiervisserij werd gecomprimeerd in een persbericht, waarvan nieuwsuittreksels in krantenberichten verschenen die tot de kern werden teruggebracht in krantenkoppen en nieuwsaankondigingen. Verwarring ontstond. Ambtenaren en politici haalden hun favoriete onderdeeltje eruit en voor je het weet gaat de minister een besluit nemen om ,,op wetenschappelijke gronden'' onder nieuw geformuleerde voorwaarden door te gaan met de schelpdiervisserij.

Dat wil zeggen het doorgaan met het omwoelen van de Waddenbodem met een grote kokkelbaggerschuit, zodat kokkels etende scholeksters en eidereenden hongerig achterblijven en sterven. Dat mag omdat het rapport eerst de ,,relatie tussen schelpdiervisserij en de natuurwaarden van het ecosysteem in kaart heeft gebracht''.

Maar de wetenschap presenteert slechts enkele feiten en veel onzekerheden. Uit de discussie wordt me snel duidelijk dat de ecologische wetenschap bestaat uit ingewikkelde rekenmodellen die flinterdunne onderlinge verbanden aantonen. Veel onbekende factoren worden voor het gemak als vaststaande vooronderstellingen aangenomen. De werkelijkheid bestaat uit snelle getijden, veranderende zandbanken, storm, verwarming, ijsgang en algengroei. Voor betrouwbaarder langetermijnonderzoek is tijd en geld nodig.

De onderzoekers van Alterra kregen tot hun spijt geen geld voor juristen die konden uitvinden of de schelpdiervisserij voldoet aan de Europese habitat-richtlijn voor de Waddenzee. Een grote omissie, want nu gaat het Europese Hof beslissen of de schelpdiervissers mogen doorgaan. De voorlopige conclusie van de Advocaat Generaal voorspelt niet veel goeds voor de schelpdiervisserij. Dan is al het wetenschappelijke gepolder voor niks geweest.