De stank van Gaza in je huid

Haat kweekt haat in Israël en de Palestijnse gebieden. Kogels in Gaza- Stad worden beantwoord met een zelfmoord- aanslag in Jeruzalem. Ruim 600 Israëlische reserve-officieren willen de geweld- dadige kringloop doorbreken. Zij weigeren dienst in Palestijnse gebie- den, `uit liefde voor mijn land'.

De spoken verjagen, ik ga de stinkende, smerige spoken van Gaza verjagen, vertelde sergeant Liran Ron Furer voor zijn vertrek naar India. Lees mijn boek maar, want erover praten wil ik toch niet. Eén besluit had de reservist al genomen: ,,Ik ga nooit meer terug, al sluiten zij mij ieder jaar opnieuw op.''

Lirans Het Checkpoint Syndroom, `Tsimonet Mahsom', is een rauw boek geworden dat geen van de grote uitgevers wilde aanpakken en dat door de boekhandelketen Steimatzky is geweigerd. Ook nadat columnist Larry Derfner van de rechtse The Jerusalem Post het ongepolijste verslag van een keurig opgevoede jongen die in de bezette gebieden een sadist werd ter lezing had aanbevolen ,,aan alle 13 miljoen joden in de wereld en aan alle vrienden van Israël''.

Een fragment: ,,Ik rende naar de groep mannen toe en sloeg de eerste Arabier vol in het gezicht. Ik had eigenlijk nog nooit iemand geslagen. Wij bonden hem vast en blinddoekten hem. Hij bloedde. We legden hem in de Jeep en stapten boven op hem. Onze Arabier hield zich redelijk stil, hij huilde zachtjes. Hij bloedde en kwijlde op mijn kogelvrij vest. Ik pakte hem bij zijn haar om zijn hoofd om te draaien. Hij schreeuwde het uit. We stampten nog harder op zijn rug. Hij werd wat rustiger, maar begon toen te schreeuwen. We dachten dat hij gek of achterlijk was.''

Als Liran, nu 26 en toen 19 jaar oud, aankomt bij het militaire kamp, wordt de gevangene in het bijzijn van een grote groep soldaten uitgeladen. ,,Hij bleef maar huilen. Iemand die Arabisch verstond, zei dat onze Arabier riep dat de plastic handboeien verschrikkelijk pijn deden. Een andere soldaat stond op en stompte hem in de maag. Onze Arabier viel kokhalzend op de grond. Het was enorm geestig. Iedereen moest lachen. Ik schopte hem nog eens hard tegen zijn reet. Ze lachten allemaal en riepen dat ik gek was, maar ik voelde mij gelukkig. Onze Arabier was, bleek naderhand, een 16-jarige geestelijk gehandicapte jongen.''

De stilte na de verschijning van dit boek in Israël is oorverdovend. Itai Swirski, een 29-jarige advocaat en luitenant in een reserve-bataljon paracommando's, weet wel hoe dat komt. ,,Iedereen in het leger weet dat zulke dingen gebeuren. En echt nieuw is het niet, omdat er in de kranten al vaak over geschreven is. Op welke schaal het gebeurt weet ik niet, maar vaker dan ons lief is. En iedereen vindt het moeilijk, pijnlijk en wil de andere kant uitkijken, omdat nadenken zoveel losmaakt.''

Nog een fragment: ,,We staan in de uitkijkpost boven een checkpoint. Een van onze soldaten denkt dat niemand hem ziet als hij de identiteitspapieren van drie Palestijnen onderzoekt. Plotseling en zonder reden ramt hij met de kolf van zijn geweer in de ribbenkast van een van de Palestijnen, die dubbelklappend van de pijn op de grond valt. Onze collega gaat gewoon door met het controleren van de papieren. Een andere soldaat komt aanlopen, ze praten wat. De Arabier ligt nog steeds op de grond te kronkelen.''

Swirski: ,,Ja, verschrikkelijk. Ik vrees dat het allemaal werkelijk zo is gegaan. Het past in mijn beeld, want ik heb zoveel dingen gezien die daar op lijken. Er zijn altijd jongens die als gekken tekeergaan. Dat zijn jongens die je als commandant in de klauwen moet houden, maar ja, dat doen niet alle commandanten. Wat wij in de bezette gebieden doen is geen oorlogsvoering, maar een hele moeilijke vorm van politiewerk. Daar zijn we niet voor opgeleid en daar is het Israëlische volksleger niet voor opgericht.''

Hij zwijgt en neemt een slok van de Indiase thee. Het is in de coffeeshop in Herzliya-Pituach nauwelijks voorstelbaar dat de slanke, zacht pratende Itai, gehuld in trendy zwart, een oorlogsveteraan is die in Libanon Hezbollah-strijders heeft gedood en jarenlang in de bezette gebieden dienst heeft gedaan. De grensstreek met Libanon, de Gaza-Strook, Tulkarem, Nablus, Jenin: hij is er geweest. Eerst tijdens zijn vier jaar durende dienstplicht en vervolgens zes jaar als reserve-officier. Maar sinds een paar jaar weigert hij nog langer naar de bezette gebieden te gaan tijdens zijn jaarlijkse tour of duty.

,,Ik wil op ieder moment van de dag en de nacht voor mijn land vechten tegen een echte vijand. Maar ik wil niet langer meewerken aan de collectieve bestraffing van 3,5 miljoen Palestijnen, die ons door deze bezetting, de Kibush, zoals premier Sharon zelf ook heeft gezegd, zijn gaan haten. We vechten daar allang niet meer tegen een paar honderd geharde terroristen, maar inmiddels tegen een heel volk, een wanhopig volk'', vertelt Itai Swirski, één van de oprichters van de beweging Ometz leSaref/Courage to Refuse.

Praat met deze paratrooper of bij het Kisufim Checkpoint met andere leden van Courage to Refuse, zoals majoor Chen Alon (38) of de broers Amir (25) en Uri (23), kersverse reserve-luitenants in de infanterie die hun achternaam niet afgedrukt willen zien, of sergeant-majoor Ariel Shatil. Het is meteen duidelijk dat zij geen lafaards, defaitisten of links-radicalen met een bloedend hart voor Arabieren zijn. Zij zijn evenmin ,,zelfhatende joden'' (Chen Alon), zij behoren niet tot de ,,joodse leunstoel-intellectuelen die vanuit hun veilige studeerkamers in Europa Israël bekritiseren'' (diplomatenzoon Ariel Shatil) maar behoren tot ,,doorsnee Israël'' (Itai Swirski).

Hun persoonlijke, vaak gruwelijke verhalen, hun demonstraties bij wegversperringen en grensovergangen, zoals twee weken geleden bij de Gaza-Strook ter hoogte van Kisufim, maken sinds enkele jaren grote indruk en lokken felle reacties uit. Verraders en terroristenvriendjes zijn de mildste verwijten. Alle kranten meenden dat zij hun uniform misbruikten voor politieke doeleinden, alsof generaties politici niet ruimschoots schitterden in de glans van hun generaalssterren.

Refuseniks

De twijfels en kritiek van binnenuit op Operation Defensive Shield in de bezette gebieden zijn hard aangekomen, ook bij de top van het leger en de politiek. Chef-staf luitenant-generaal Moshe Yaalon erkende in oktober 2003 dat wegversperringen, de uitgaansverboden en de avondklokken ,,haat en terrorisme'' aanwakkeren. Vervolgens braken vier voormalige directeuren van de veiligheidsdienst Shin Bet het beleid van de regering tot op de grond af. Bijna woordelijk gebruikten zij de argumenten van de groep reserve-piloten die zich in oktober vorig jaar openlijk distantieërde van de operaties in Palestijns gebied en die zich deze maand bij Courage to Refuse heeft aangesloten.

De legerleiding tracht met gevangenisstraffen, degradaties en verwijdering van de `refuseniks' uit hun eenheden de aanzwellende kritiek te dempen. Maar dat wordt steeds moeilijker en pijnlijker en daarom worden zij ingezet op andere plaatsen, zoals de grens bij Libanon of in Israël zelf.

De schok van het nieuws dat ook een groep commando's van Sayeret Matkal zich bij de beweging heeft aangesloten is nog niet verwerkt. Hoewel deze prestigieuze elite-eenheid zelden dienst doet in de Gaza-Strook of op de Westbank, hebben dertien van hen in een brief aan premier Sharon aangekondigd ,,niet te zullen meewerken aan de bezetting van de Palestijnse gebieden''. Zij willen niet met buitenlandse journalisten praten, omdat zij, zoals een van hen, Avner U., vertelt, niet van ,,verraad'' en ,,het buitenhangen van de vuile was'' beschuldigd willen worden: ,,Onze missie is in Israël en niet in Nederland.''

Maar Avner (,,Met jou praten mag ik al eigenlijk niet'') wil wel kwijt dat hij kameraden als Itai en Chen volledig steunt: ,,Het Israëlische leger gaat kapot aan de bezetting, het morele weefsel van het leger en van de Israëlische samenleving raakt daardoor ernstig aangetast.''

Voor zeer toegewijde soldaten zijn dat zware beslissingen, nog los van de gevangenisstraffen. Ingrijpend, omdat reservedienst weigeren in de praktijk gelijk staat aan breken met een instituut dat een essentieel onderdeel van hun identiteit is. Het leger in Israël is niet alleen een bron van trots, maar bovenal een integraal en overal zichtbaar onderdeel van de joodse staat en de gemilitariseerde samenleving. Iedere gezond bevonden jongeman verricht drie, soms vier jaar dienstplicht en moet tot zijn 45ste ieder jaar een maand terug het leger in, officieren boven de rang van luitenant vaak langer. En in tijden van grote spanningen kan die ene maand per jaar verlengd worden.

De druk van familie, vrienden en collega's op het werk om geen subversieve acties te ondernemen was groot, maar lijkt af te zwakken. Itai: ,,Je houdt spanningen. Het kantoor waar ik werk wordt geleid door een vrouw wier man ieder jaar wegens zijn hoge rang langer dan een maand in de bezette gebieden is. Hij gaat wel, ik vertik het en dat leidt tot spanningen met haar.''

Voor de meeste `refuseniks' geldt dat zij Ashkenazim (joden van Westerse origine) zijn, in Tel Aviv of Jeruzalem wonen en goed zijn opgeleid. Onder de Mizrahim (joden uit de Arabische landen) bevinden zich nauwelijks `refuseniks'. Juist daarom worden de Mizrahim bij voorkeur ingezet in de bezette gebieden en komen de meeste rekruten van de beruchte grenspolitie uit deze bevolkingsgroep.

Itai: ,,Ik was een zeer gemotiveerde officier in mijn diensttijd. Ik was en ik ben nog steeds een overtuigde zionist. Je bent jong, je bent onderdeel van het systeem en je weet eigenlijk niet beter dan dat je na de middelbare school in dienst gaat. Bijna al mijn broers, neven, nichten, ooms en tantes, mijn halve schoonfamilie, hebben in het leger gezeten en gevochten in de oorlogen met de Arabische landen in 1948, 1967 en 1973. En als je aan je vrienden of je vriendin denkt die op een terras zitten, voel je je goed als je een Palestijn, een mogelijke terrorist, tegenhoudt. Pas later ga je nadenken, want eerst voel je je belangrijk en nuttig.''

Voor de meesten geldt dat zij geleidelijk tot hun beslissing zijn gekomen. Het was voor luitenant Amir niet die ene Palestijnse vrouw die bij een checkpoint van Ariel Shatil in het holst van een koude nacht een baby baarde die stierf door het ontbreken van medische hulp. Het was ook niet de zoveelste huiszoeking onder zijn leiding, waarbij een van de soldaten de huisraad kort en klein sloeg, die Itai op andere gedachten heeft gebracht. Het waren reeksen van incidenten, verspreid over verschillende jaren. En voor sergeant Ariel Shatil was de dood van een Palestijns kind door een per ongeluk afgevuurd salvo op zichzelf niet doorslaggevend. Het ging om reeksen van dit soort incidenten, die hem achteraf hebben aangezet tot nadenken. Het kan ook de zelfmoord van een vriend zijn geweest die niet langer kon leven met de gedachte dat hij een onschuldige Palestijnse vrouw had gedood.

Itai: ,,Je kunt niet functioneren als je alles voelt en ziet. Je moet voor dat soort zaken blind zijn. Je moet bij een checkpoint blind een onderscheid maken tussen een Arabier en een jood. De een maak je het leven moeilijk door zijn of haar papieren uitvoerig te controleren, waardoor zij niet op tijd op hun werk zijn, of in het ziekenhuis. De ander laat je door zonder dat hij of zij maar hoeft te remmen. De Palestijnse bus zet je apart, de Israëlische bus zwaai je door. Maar je gaat er wel over nadenken, over dromen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het allemaal volkomen in strijd was met de morele waarden waarmee ik ben opgegroeid en waarmee ik de joodse staat Israël vereenzelvig.''

Gekke dingen

De brede en lange Amir, een aankomend filmmaker, oogt in een T-shirt en muts met logo van de New York Yankees onschuldig, maar moet in gevechtstenue beslist intimiderend zijn: ,,Stel je voor: je bent 18, 19 jaar en opeens ontdek je dat je middelbareschooltijd voorbij is en dat je in het leger zit. Je eenheid is gestationeerd bij Nablus. Om twee uur in de ochtend word je gewekt voor een actie. De Shin Bet, de veiligheidsdienst, wil dat een terrorist wordt gearresteerd in het vluchtenlingenkamp. Jij en je mannen krijgen een kaart, een straatnaam en een huisnummer. Je klopt op de deur, maar iedereen ligt te slapen. Je ramt de deur in en stormt naar binnen. De hele familie wakker, iedereen krijst en schreeuwt. Niets te vinden, want wat blijkt: de Shin Bet heeft zich vergist. Er zijn dan jongens die hele gekke dingen doen.''

Zijn broer Uri, een computerprogrammeur: ,,Het blijkt een huis verder te zijn. Zelfde routine; klopppen, deur openrammen naar binnen. Blijkt de terrorist gevlogen te zijn. Het is allemaal voor niets geweest. Je hebt het voor niets bijna in je broek gedaan van angst en daardoor ga je de Palestijnen nog meer haten. Je kan niet aardig tegen ze zijn. Dat is onmogelijk. Hoe kan je op het ene moment iemands huis doorzoeken en de volgende dag beleefd tegen hem zijn als hij het checkpoint passeert. Je bent voortdurend moe, voortdurend verveeld, het is altijd heet en je bent bijna permanent in een klotenhumeur. Een Palestijn hoeft maar vriendelijk te lachen of je vermoedt een valstrik en dan wil je de slijmerige hufter een knal verkopen. En dat gebeurt dus ook. En natuurlijk gaan zij ons steeds meer haten. Het is uitzichtloos geworden en dat besef heeft mij ertoe gebracht dat ik maar één ding kan doen en dat is dienst weigeren in de bezette gebieden. Het is in ons eigen belang dat de Palestijnen hun eigen zaakjes opknappen.''

Amir: ,,Eerst denk je dat je het allemaal kan vergeten met een fles Johnnie Walker, of je gaat meteen na je diensttijd naar India of liever nog naar Amsterdam om de herinneringen weg te blowen. Dat helpt wel even, maar niet definitief, want als je na een jaar terugkomt, zie je dat alles hetzelfde is gebleven. De stank van Gaza kruipt in je huid.''

Itai: ,,Als Syrië, Libanon of Iran Israël aanvalt, ben ik als eerste in de kazerne, maar hoewel ik het wel moeilijk vind, heb ik die aandrang niet na een Palestijnse aanslag in Israël. Die aanslagen gaan door zolang wij in de bezette gebieden zijn met als enig doel het beschermen van de kolonisten. Ik weiger dienst uit liefde voor mijn land en voor niemand anders. Was niet een van de lessen van de holocaust dat je met macht zeer wijs en humaan moet omgaan en dat je respect moet hebben voor religieuze en etnische minderheden? Ik kan mij gewoon niet voorstellen dat wij, de klein- en achterkleinkinderen van holocaustslachtoffers, zo omgaan met de Palestijnen.''

Bittere olijven

Chen Alon was in zijn verplichte diensttijd commandant van het bataljon dat Kfar Darom, de joodse nederzetting in de Gaza-Strook bij het vluchtenlingenkamp Deir-el Balah, beschermt. De wachttorens bij Kfar Darom zijn goed zichtbaar. Gaza, met 1,2 miljoen Palestijnen die zich in een gevangenis wanen, is de gekte ten top en je hoeft geen militair te zijn om dat te begrijpen. Een heel bataljon plus tanks had Chen tot zijn beschikking om enkele tientallen orthodoxe kolonisten te beschermen.

Chen: ,,Het slaat helemaal nergens op, zo'n nederzetting middenin Palestijns gebied. We hadden toch afgesproken dat de Gaza-Strook van de Palestijnen is? Wat doen we daar nog eigenlijk? En waarom zijn er op de Westbank sinds 1995 alleen maar nederzettingen bij gekomen? Ik heb bij Kfar Darom en bij Netzarim en bij Hebron soldaten zien sterven; voor niets zien sterven, omdat eigenlijk alle Israëliërs in hun hart wel weten dat wij dit niet willen en niet kunnen volhouden. Iedere soldaat die in Gaza sterft, sterft voor niets.''

De reserve-majoor citeert een zin uit A Short Story van sergeant Tal Belo, wiens verhaal is afgedrukt in het boek Breaking Ranks. ,,Laat me je vertellen over de olijven van Gaza, dat zijn de bitterste olijven van de wereld. De Gazanen zeggen dat het leven onder de bezetting de olijven zo bitter maakt. Het zout van deze olijven maakt je bijna gek. Dat zout komt van de tranen van de vrouwen van Gaza. De vrouwen zijn de echte helden en als zij alleen zijn in de boomgaarden, huilen zij om hun verloren jeugd, hun dromen en om hun zonen die zijn gedood of gevangen of dat binnenkort zullen zijn.''

Hij vertelt vervolgens over de keer dat hij een groepje Palestijnse kinderen beschermde tegen stenengooiende kolonistenkinderen. ,,Ik moest ingrijpen, want anders waren er doden gevallen, maar de ouders van de kolonistenkinderen scholden ons vervolgens uit voor nazi's, collaborateurs en Arabierenvriendjes. Ik was geschokt.''

Itai, de verzorgd sprekende advocaat: ,,De kolonisten hebben Sharon bij zijn ballen, zoals wij dat hier plegen te zeggen, en heel stevig ook. Even knijpen en Sharon danst alle kanten op die zij willen. Het is ongelooflijk, maar voor de kolonisten doen we sinds 1995 alles: we bouwen voor hen steden, militaire forten en speciale wegen, we sparen kosten nog moeite om hen te beschermen en we hebben rondom de Palestijnse steden kordons gelegd. En nu bouwen wij ook nog met miljoenen dollars een muur, terwijl we tegelijkertijd de Palestijnse infrastructuur, de waterleidingen, de riolen, de scholen en de ziekenhuizen, vernietigen.''

De broers Amir en Uri: ,,Net als onze vader wilden wij het leger in om de joodse staat Israël te verdedigen en niet om een andermans land te bezetten. Onze vader, die in '67 en '73 heeft gevochten, was daarom ook fel tegen de bezetting van Libanon. Duizenden soldaten hebben toen dienst geweigerd, meer dan honderd gingen de gevangenis in. Die beweging, Yesh Gvul, is ons voorbeeld.''

Israël onder leiding van premier Barak verliet overhaast op 24 mei 2000 zuidelijk Libanon na een hoogst omstreden bezetting, achttien jaar eerder geforceerd door toenmalig minister van Defensie Sharon. De voorspellingen over het uitbreken van de anarchie in Libanon kwamen niet uit en het oordeel van nieuwe geschiedschrijvers over deze bezetting, die felle protesten in Israël had uitgelokt, is niet mals.

Itai Swirski werpt een blik op de tv-beelden uit Gaza-Stad, waar die ochtend tien Palestijnen zijn gedood. Hij moet nog aan het werk: ,,Zolang kunnen we niet meer wachten. De kolonisten zullen hun nederzettingen nooit verlaten en brengen daarmee de joodse staat in groot gevaar. Wij moeten ze daartoe dwingen. De prijs is hoog als wij dat niet doen, want dan vernietigen wij de zionistische droom met onze eigen handen.''

Een half etmaal later neemt de 24-jarige Palestijnse politieman Ali Juara in Jeruzalem wraak. Israël voelt zich daags na de vrijlating van vierhonderd Palestijnen en de bomaanslag opnieuw diep vernederd en gekwetst.

Itai belt op: ,,Mijn mening verandert niet. Wij, joodse Israëliërs, zitten met de Palestijnen in een auto die aan het crashen is en we weten niet wat we moeten doen.''