Cats en zuinigheid

Het artikel van Reinildis van Ditzhuyzen wekt de indruk dat sinds de aankoop door het Rijk in 1961 en de verbouwing twee jaar later onder leiding van Rijksgebouwendienst-architect Hans de Lussanet de la Sablonière er niets meer zou zijn gebeurd aan het Catshuis. Niets is minder waar. In 1977 is het Catshuis opnieuw – en grondig – onder handen genomen onder leiding van Rijksgebouwendienst-architect Joh.P.M. Goudeau (zie zijn historische en architectuur-studie `het Cats' Huis', toen gepubliceerd door het ministerie van Algemene Zaken). De foto's laten zien dat er toen – althans naar mijn smaak – een zeer geslaagde restauratie was uitgevoerd.

Is het aannemelijk dat slechts 25 jaar na een grondige verbouwing en restauratie het gebouw al weer volkomen achterhaald zou zijn? Is er toen zo slecht gewerkt? Iedereen heeft begrip voor de hedendaagse eisen ten aanzien van veiligheid en hygiëne. Dat een moderne keuken onder de grond wordt aangelegd is begrijpelijk. Maar waarom moet de oude keuken worden `gestript'?

Zo men een moderne residentie voor de minister-president wil, laat men dan een nieuw gebouw in een ander gedeelte van het park bouwen, op een goed te beveiligen locatie. En stel het Catshuis open voor het publiek. En verder verbaast het mij dat een minister-president die zo op zuinigheid hamert – en ook zo zuinig oogt – deze dure operatie ter waarde van 15 miljoen euro goedkeurt (of is het een nalatenschap van zijn voorganger?), terwijl hij niet eens van plan is er te resideren. Is zijn eigen doorzonwoning beter te beveiligen ?