Angst voor het onbekende Turkije

Nu een EU-lidmaatschap van Turkije in het verschiet ligt, groeit het verzet. Zelfs binnen het kabinet.

De `Turkse kwestie' wordt een van de hardste noten, die Nederland krijgt te kraken tijdens zijn voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van dit jaar. Is de tijd rijp voor onderhandelingen met de Turkse regering over een EU-lidmaatschap? Over die delicate vraag moeten de EU-staten, onder Nederlands voorzitterschap, het eind dit jaar eens worden.

Alvorens premier Balkenende, minister Bot (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) zich echter op onderhandelingen met andere landen kunnen werpen, moeten ze de gelederen in eigen land zien te sluiten. En dat is geen eenvoudige opgave. Nu een Turks lidmaatschap in het verschiet ligt, groeit het verzet, zelfs binnen het kabinet.

Geleidelijk dringt het besef door dat het om een zaak van grote politieke en geo-strategische betekenis gaat. Een `ja' betekent dat de EU aan Irak, Iran en Syrië zal grenzen en dat er plotseling een groot islamitisch en relatief arm land bijkomt. Het zou ook tot extra onrust kunnen leiden onder de bevolking in de huidige lidstaten, die toch al weinig vertrouwen in de EU heeft. Een `nee' daarentegen zou een mokerslag in het gezicht betekenen van de hervormers, die er nu hard aan werken Turkije tot een volwaardige parlementaire democratie om te bouwen. ,,Het kabinet staat voor de opgave de kwadratuur van de cirkel te vinden'', meent het Tweede-Kamerlid Timmermans (PvdA).

Gisteren werd duidelijk dat enkele ministers, onder wie CDA'er Veerman (Landbouw) en VVD'er Remkes (Binnenlandse Zaken), zelfs principiële bezwaren koesteren tegen een Turks lidmaatschap. Ze vinden dat het land door zijn andere cultuur en godsdienst niet past binnen de EU.

Premier Balkenende heeft, net als Bot, niets op met die zienswijze. Het feit dat Turkije islamitisch is, vormt volgens hem geen beletsel. Er zijn Turkije in 1999 en opnieuw twee jaar geleden toezeggingen gedaan, dat het kan toetreden als het voldoet aan de politieke en economische criteria van de EU. Daaraan dienen de EU en Nederland zich te houden. ,,Er moet sprake zijn van fair play'', aldus de premier gisteren na de wekelijkse ministerraad. Hij noemde een voortgangsrapport over Turkije, dat de Europese Commissie komende herfst publiceert, van ,,doorslaggevende betekenis''.

Het kabinet telt echter meer sceptici. Ook vice-premier Zalm, tevens minister van Financiën, koestert reserves, zij het niet zozeer van principiële aard. Hij wil in geen geval een herhaling van de wijze waarop de toetreding van tien nieuwe lidstaten uit Midden-, Oost- en Zuid-Europa is geregeld. Die kregen naar zijn smaak veel te vaak het voordeel van de twijfel van de Europese Commissie en de regeringsleiders.

Ook staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) uitte onlangs in deze krant zijn afkeer van de ,,salamitactiek'', waarmee Turkije al sinds 1963 sluipenderwijs de EU wordt binnengeloodst. ,,Turkije vormt een sterk staaltje van hoe besluitvorming in Europa soms verloopt: de grootste, moeilijkste beslissingen worden het meest terloops genomen.'' Hij noemde dat ,,onverteerbaar''.

Zo mogelijk nog sterker leven zulke reserves in de Tweede Kamer, in het bijzonder bij de VVD en het CDA. Weliswaar onderstreept het VVD-Kamerlid Van Baalen dat zijn fractie niet wil morrelen aan het besluit van 1999 om Turkije de status van kandidaat-lidstaat te verlenen. ,,Maar het moet spic en span gebeuren'', zegt hij. ,,Ik geloof er niets van dat Turkije eind dit jaar al kan voldoen aan de politieke criteria, die gesteld zijn.'' Hij uit de vrees dat met name minister Bot, oud-ambassadeur in Ankara, tot de ,,rekkelijken'' zal behoren bij het antwoord op de vraag of Turkije aan de criteria voldoet.

Zijn CDA-collega Van Dijk kondigt aan dat het ,,een bikkelhard examen'' zal worden voor de Turken. Maar ook hij is van mening dat het te laat is om nu nog principiële bezwaren in te brengen tegen een Turkse kandidatuur. ,,Daar kunnen we niet meer onderuit.'' Dit tot ongenoegen van een kleine minderheid in zijn eigen partij, die meer op de lijn van minister Veerman zit. ,,Bij sommigen in de partij heerst een soort angst voor het onbekende'', stelt Van Dijk. In de VVD-achterban leven zulke gevoelens eveneens. Bij een partijraad in Ermelo vorige herfst stemde een ruime meerderheid tegen een Turks lidmaatschap van de EU.

Kan Turkije dus wat aanstaand EU-voorzitter Nederland betreft verder fluiten naar zijn lidmaatschap? Zo ver is het nog lang niet. De VVD liet ook bij de uitbreiding van de EU, die dit voorjaar zijn beslag krijgt, luide protesten horen om zich er later toch bij neer te leggen. Het CDA lijkt in meerderheid nog steeds de EU-lijn te willen volgen: laat Turkije toe mits het voldoet aan de EU-criteria. Hetzelfde geldt voor de PvdA, die ook tijdens de discussie over de uitbreiding de regeringspartijen CDA en D66 te hulp schoot. Dat zal de PvdA zo nodig weer doen, verzekert Timmermans. ,,Het belang van deze kwestie verdraagt zich niet met politieke spelletjes.''

Dat is taal naar het hart van de Turkse ambassadeur in Nederland, Tacin Eldem. Ook hij pleit ervoor de zaak fair en objectief af te handelen. ,,Turkije vraagt niet om een gunst'', stelt hij. Eldem waarschuwt intussen voor toenemende polarisatie in Europa tussen moslims en niet-moslims als de EU-staten zich in deze zaak laten gijzelen door ,,publieke sentimenten''.