Allochtonendebat roept een negatief beeld op

Het allochtonendebat krijgt zo langzamerhand een onthutsend karakter. Met name van de Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroepen wordt door het voortdurend herhalen van controleerbare onjuistheden een eenzijdig negatief beeld opgeroepen. CDA-leider Verhagen had het over de derde generatie, die ook al zijn (haar) huwelijkspartner uit het land van herkomst haalt (NRC Handelsblad, 14 januari). Nu is dit een politicus, en politici zijn zelfs door collegae politici niet meer tot rede te brengen, zoals is gebleken uit de reacties op het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie. Maar ook NRC Handelsblad van 26 januari heeft het over de beteugeling van partnerimport onder de tweede en derde generatie.

De Turkse gezinsmigratie naar Nederland is op gang gekomen na 1975, de Marokkaanse is nog vijf tot tien jaar later pas van betekenis geworden. De tweede generatie Turken in Nederland bestaat derhalve uit personen onder de dertig jaar, de Marokkaanse is door de bank genomen nog vijf jaar jonger. Nu zal het beeld wel zijn dat deze jongeren er met trouwen en voortplanten bijzonder vroeg bij zijn, maar kinderen van de huwbare leeftijd hebben zij toch echt nog niet. De Turkse derde generatie telt nog (vrijwel) geen kinderen ouder dan tien jaar, de Marokkaanse derde generatie is zelfs nog jonger.

Het praten over importhuwelijken onder deze kinderen draagt alleen maar bij tot het scheppen en in stand houden van een boemanbeeld.