30 dagen rookverbod: al gestopt?

Ellen de Bruin vraagt rokers en stoppers hoe het er voor staat, één maand na het algemeen rookverbod.

Het lukt niet iedereen. Iemand vertelde onlangs hoe ze, op haar vijftiende, een week lang heel hard geprobeerd heeft om te beginnen met roken. ,,Dat was in de tijd van dat boek van Christiane F., over die jongeren die allemaal eerst gingen roken, dan aan de hasj, dan aan de heroïne en vervolgens gingen ze het huis van hun moeder leegstelen. Ik had vreselijke ruzie met mijn moeder, dus ik dacht: dat ga ik ook doen.'' Op weg van school naar huis kwam ze langs een reclamestunt: een kooi met levende tijgers waar pakjes shag bij werden uitgedeeld. ,,Dus ik had het spul al en ik kon ook rollen, want dat vond ik stoer. Maar na twee of drie trekjes dacht ik: nou, morgen verder.'' Toen ze de volgende dag hetzelfde shaggie nog eens aanstak, smaakte het nog steeds niet. ,,Zelfs het water dat ik daarna dronk, smaakte ernaar. En toen dacht ik: laat maar zitten, dan maar geen ruzie met mijn moeder.''

Carolien Euser (39) van Cut-n-Paste Crossmedia uit Amsterdam slaagde er wel in; ze was zestien en op kampeervakantie met haar zus. ,,En ik dacht: als ik straks terugkom is het wel goed als ik ook kan roken, op het schoolplein. Stoerigheid; ik wilde erbij horen.'' Diana van Gorp (40), werkzaam bij de beroepsvereniging van Nederlandse film- en televisiemakers, rookte haar eerste sigaret tijdens het uitgaan. Journalist Henk Hofland (80) wilde er op een andere manier bijhoren. Hij werd verliefd op Hannie, ,,en die rookte al flink.'' Zijn geliefde vertrok aan het eind van de zomervakantie van 1944; ze bleven elkaar brieven schrijven, waarin onder meer het aantal gerookte sigaretten per dag werd vermeld.

Toen Janneke Goudswaard (38) uit Oud-Beijerland, secretaresse bij een dienstverlenend bedrijf, met roken begon, was ze er eigenlijk al te oud voor, zegt ze. ,,Ik was negentien, ik deed eindexamen VWO en iemand zei: hier, een sigaretje helpt tegen de zenuwen. Nou, daarna had ik buikpijn en was ik niet lekker, maar je neemt er af en toe toch nog eens eentje en ineens rook je.''

TROOST & VERSLAVING

Ineens rook je. En ineens merk je ook dat je altijd iets bij je hebt dat troost. ,,Het is net een huwelijk'', zegt Dick de Wolf (51), medewerker van bioscoop het Ketelhuis in Amsterdam – hij heeft dertig jaar gerookt. Hofland schreef ooit: `Wie in de gaten heeft dat tabak – het wonder – hem van zijn eenzaamheid verlost, heeft een onafscheidelijke vriend ontdekt; de enige vriend die hij telkens weer kan kopen, die hij in zijn zak kan stoppen en die hij, op ieder moment dat het hem belieft, tevoorschijn kan halen om hem, altijd met hetzelfde betrouwbare resultaat, te raadplegen, en die hij na gebruik kan weggooien' (Orde bestaat niet, 1985).

Toch zijn ze gestopt, Carolien, Diana, Janneke en Dick. Janneke vorig jaar februari al, toen haar bedrijf naar een nieuw pand verhuisde en er collectief besloten werd om dat maar meteen rookvrij te houden – ze hebben er nu zelfs witte vitrage. De anderen korter geleden. Niet per se op 1 januari natuurlijk. (Carolien: ,,Dan ben je ook weer zo'n massatype. Ja, heel kinderachtige gedachte natuurlijk.'') Maar evengoed gestopt. Ondanks het `betrouwbare resultaat', dat die sigaret altijd had. Hofland beschrijft het als een gevoel van verzoening. ,,Tabak verlost je van die fractie van wanhoop die er altijd is, en verandert die in – niet extase, maar een: zo is het, blij dat ik er deel van ben. Ik kan me voorstellen dat een boeddhist op een andere manier hetzelfde voelt. `Door alle zalen van het lichaam' – Belcampo – breidt zich tevredenheid uit.''

Niet dat hij mensen tot roken wil aanzetten, zegt de veelrokende journalist. Juist niet. ,,Ik ben een slecht voorbeeld. Het is een verslaving. Ken je iemand die heroïne gebruikt? Hoe die kan snákken naar een shot, op de wc een prik neemt, en herboren terugkomt. Zo ook is de roker. Ik ben naar een check-up man geweest, ik zal zijn naam niet noemen want dan kun je straks zijn wachtkamer niet meer in, die zei dat de psychische schade die het stoppen met roken mij nu zou kunnen berokkenen waarschijnlijk veel groter zou zijn dan het lichamelijk voordeel dat ik nog zou kunnen behalen. Maar iedereen die veertig is, of vijftig, of zelfs zestig, moet ermee stoppen. Meteen! Ieder mens is ook maar een huisdier dat beschermd moet worden.''

ONVEILIG VRIJEN

Alleen, de gemiddelde roker wil niet beschermd worden. De gemiddelde roker is iemand die durft, die het leven wil meemaken. Op de grens van dom en dapper, soms. Amerikaanse psychologen lieten onlangs rokers en niet-rokers een virtuele ballon opblazen, op een computerscherm. Met elk extra pufje lucht pompten ze extra geld in de ballon. De deelnemers wilden de ballonnen zo groot mogelijk opblazen, want het geld mochten ze houden. Maar als de ballon ontplofte – en het was onduidelijk wanneer dat precies zou gebeuren – kregen ze niets. De rokers durfden in dit spelletje veel verder te gaan dan de niet-rokers. En niet alleen in dit spelletje. Rokers hebben gemiddeld gevaarlijker beroepen dan niet-rokers, dragen minder vaak hun veiligheidsgordel, krijgen vaker verkeersongelukken, vrijen vaker onveilig en hebben vaker andere drugs gebruikt.

Stoere mensen dus, die rokers. Maar wel stoere mensen die niet zonder dieonafscheidelijke vriend kunnen die hun angsten moet wegnemen. Als je over roken nadenkt, zijn er ineens heel veel van dat soort tegenstellingen, lacht Carolien Euser, gestopt in januari, en bladert in het boek De Opluchting dat ze bij zich draagt. ,,Mensen willen roken als ze gestresst zijn en zich willen concentreren, maar ook als ze zich vervelen. Het kán niet dat een sigaret bij allebei helpt, schrijft Jan Geurtz hier. En mensen roken omdat het gezellig is: rokers herkennen onder elkaar echt het moment om een sigaretje op te steken – maar je rookt ook juist als je alleen bent.''

Ambivalentie alom. In De Opluchting heet het diametraal redeneren, zulke rookparadoxen. Neem Diana van Gorp, al een hele tijd gestopt, die er weer een opstak toen ze hoorde dat haar vader longkanker had. Of Janneke Goudswaard, die tijdens de Allen Carr Easyway-dag die haar werkgever had georganiseerd, merkte dat ze eigenlijk niet had durven stoppen. Ze was bang dat ze erachter zou komen dat ze het niet kon. ,,Stel dat het niet lukt, dan zit je er voor altijd aan vast. Maar inderdaad, als je niet stopt ook.'' Of je bent juist bang dat het wel lukt, denkt Carolien. Bang voor de grote zwarte leegte zonder sigaretten, voor de eenzaamheid. `Bedroefd herinnert de bevrijde zich de tijd dat hij nog slaaf was', schreef Hofland al.

SLEUR

En er moet gelééfd worden. Maar dat blijkt na het stoppen ook nog wel te lukken. ,,Ik maak best wat mee nu'', zegt Carolien. ,,Het is ook zo saai om je hele leven maar in zo'n verslaving te blijven doorzeuren. Het is een experiment met mezelf, wel een serieus experiment. Ik heb daar lol in. Ik ben veel over verslaving aan het lezen.'' Ook Dick de Wolf is ineens allerlei `stoppen met roken'-boekjes aan het lezen, niet als hulp bij het stoppen, zegt hij, maar om zichzelf nu bezig te houden – ,,ik heb veel meer energie'' – en ,,om toch te kijken of het klopt''. Hij stopte op 13 oktober, eigenlijk alleen omdat zijn broer had gezegd dat die zou stoppen. ,,Ik dacht: leuk, ik doe mee. Mijn broer heeft het drie uur volgehouden, maar ik ben nog steeds gestopt. Gewoon, door niet meer te roken. Het was ook zo'n sleur, zo'n huwelijk van dertig jaar waarin je wel weet wat er dinsdagavond op tafel komt. Dus ik was heel benieuwd wat er met me zou gebeuren. Nou, de eerste week was het leukste, dat was zo heftig! Alles in mijn lichaam schreeuwde om een sigaret. Ik was eigenlijk van plan een week niet te roken, maar het was zo bijzonder dat ik dacht: ik ga nooit meer roken. Ik gá ook nooit meer roken.''

LIEFDE

Rokers mogen dan stoer zijn, voor liefde zijn ze wel gevoelig. Carolien stopte in de eerste week van januari. Ze lag ziek thuis en haar vriend kwam langs met zijn zoon van acht. ,,Ogen dicht'', zei het jongetje, ,,we hebben een kadootje voor je en ik wil het ook heel graag.'' Wat kan dat zijn, dacht Carolien, een computerspelletje? Maar het was het een `startpakket voor stoppers', en het boek De Opluchting. ,,Mensen houden van je, ze vinden je belangrijk'', zegt ze. ,,Ik droeg vroeger ook nooit mijn autogordel, maar toen zei een vriendin: doe het dan alleen voor mij. Als ik nu instap, denk ik aan haar en dan doe ik mijn gordel om.'' Voor Diana geldt hetzelfde: ze ging het roken zelf steeds viezer vinden, maar dat haar kinderen het vreselijk vonden speelde sterk mee. ,,En ik wil ook niet dat zij gaan roken.''

Diana stopte met behulp van lasertherapie. ,,Ik wilde voor het eind van het jaar waarin ik 40 werd stoppen, maar op 20 december kreeg ik ineens de kriebels. Toen heb ik die lasertherapie opgezocht op internet en een afspraak gemaakt.'' Het is vergelijkbaar met acupunctuur, zegt ze maar de laserstralen gaan dieper. ,,Je krijgt eerst een intakegesprek, en als je dan zegt dat je moeilijk slaapt, dan behandelen ze die drukpunten óók. Zeggen ze. Tja, of het werkt? Toen ik naar buiten liep, had ik ontzettende zin in een sigaret, maar ik dacht: nee, ik ben nu gestopt.'' Zo'n gevoel had Janneke ook toen ze de Allen Carr-bijeenkomst verliet. ,,Die bijeenkomst duurt een uurtje of vijf, je zit eigenlijk de hele tijd te wachten: say the magic words. En die komen niet. Je praat vooral over wat roken psychisch voor je doet. En dan ga je naar huis en je denkt: goh. Ik ben gestopt.'' Nu al elf maanden. De helft van de deelnemers aan die dag rookt nog steeds niet. ,,Ik zou er zo reclame voor maken.''

Maar het blijft uitkijken. ,,Dan denk je, eentje na het eten kan wel, en dan kan eentje op zaterdagmiddag ook wel, en voor je het weet rook je weer'', zegt Janneke, één keer eerder gestopt. ,,Als er niks heel ergs gebeurt, als er niemand doodgaat ofzo, houd ik het wel vol'', zegt Diana, idem. En het is ook heel erg rouwen, zegt Dick. ,,Het is toch een relatie die je verbreekt.''

En die je altijd weer kunt aangaan. No hard feelings van de kant van de sigaret. Henk Hofland is ooit zeven maanden gestopt geweest, in 1985. Maar hij kon zijn verslaving niet missen. Hofland bleef ex-roker en dat ging niet over. Hij kreeg onmetelijk veel meer energie, zegt hij, en een gevoel van heiligheid, van gelijk. ,,Ook een genot.'' Maar het was niet genoeg. Meer energie, meer tijd... er kwam radeloosheid uit voort. Melancholie. Op een dag begon hij weer. `... even onverwacht als ik ermee ophield, en zo kalm als op mijn vijftiende of zestiende.'

Tot voor kort blies Derksen zijn dikke wolken voor de lens, bij voorkeur als tijdens een adempauze van de voetbalcommentator presentator Wilfred Genee goed zichtbaar in beeld had moeten zijn. Volgens Derksen heeft de antirokersclub Clean Air Now bij RTL met succes bezwaar gemaakt tegen zijn gerook. ,,Ik leg me er bij neer'', zegt hij. ,,Ik ga niet tegen de bierkaai vechten.'' Op de redactie van Voetbal International wordt wél gewoon doorgerookt, verzekert Derksen. ,,Wij hebben daarover als volwassen mensen met elkaar afspraken gemaakt.''