Het nieuws van 31 januari 2004

`Zijnsvermoeidheid' van goden spreekt tot verbeelding

Afshin Ellian gaf zijn column van 24 januari de titel `Chagrijnige goden'. Knap gevonden en zeer tot de verbeelding sprekend, want ik zie ze al voor me, op de Olympus gezeten of ijsberend met hun goddelijke hoofden gebogen, want zo onbegrepen en moegestreden zijn zij. De metamorfosen waarin zij belichamen wat wij mogen dromen; het is voor niets wat zij vertellen, dat is gebleken. `Zijnsvermoeidheid' geldt voor hen, onze goden, wanneer wij louter in causaliteit over de aarde lopen, chagrijnig over al het onbegrip van boven voor onze daden hier beneden.

En dan is daar de ethiek waaruit ,,onze plicht, de onontkoombare noodzaak tot handelen en ondernemen voortspruit''. Wijzelf maken de ethiek. Wijzelf verzinnen een motief om ons handelend wezen te verklaren.

Wij zijn hier en het onbekende is daar; zo menen wij de wegen en de wijze waarop zij in kaart te brengen zijn te bewandelen en het reisdoel waarheen zij blijkbaar voeren, dat onbekende, als het grote ,,risicovolle avontuur'' of als het menselijk leven te duiden.

Wij maken de goden. Door toeval en tijd gedreven, kennen wij het hoe en waarom. Maar om 't even; het is een briljant stukje tekst van Ellian wiens `zijnsvermoeidheid' wellicht voortkomt uit de ethische plicht zich los te maken van zijn Allah, een god onder de goden.

En hij tuurt in de bioscoop naar het westen waarin hij zichzelf wegdroomt richting welke horizon dan ook. In ieder geval naar bevrijding van wat hem op de schouders drukt; herinnering en de wetmatigheid van toeval en tijd waarin toen, nu en later door de mens wordt bepaald.

Het massaal doden van de muskusrat is geen oplossing

De informatie in uw krant van 16 januari met een hartverscheurende foto van een rat in een klem nodigt uit tot het bieden van tegenwicht.

U laat immers boeren en muskusrattenbestrijders aan het woord, mensen die hun vernuft hebben gezet op het ene doel: massale vernietiging van dat ellendige dier, hoe ze aan hun eind komen doet er niet toe: de kogel, de klem, uitdrogen, verhongeren. Pure wraakzucht.

Berichten uit deze hoek hebben maar één doel: aan te tonen wat voor een vreselijk dier het is en hoe de edele muskusrattenbestrijders in hun nobele bedoelingen worden tegengewerkt.

Laten provinciale bestuurders, in plaats van te wijken voor deze moordenaarslobby, eens biologen opdracht geven te bekijken wat de problemen precies zijn, waarom er juist nu zoveel ratten zouden zijn, waar ze zijn en wat een meervoudige inzet van methoden is om te voorkomen dat eventueel dijken in het water storten. Vooralsnog heeft de droge zomer van afgelopen jaar meer invloed op de stevigheid van onze dijken gehad dan de muskusrat.

Eén ding is duidelijk, massaal doden is geen oplossing en dat is ook nooit een oplossing, al was het maar om ethische redenen. Ratten zijn territoriumdieren en zorgen ervoor dat de populatie weer op sterkte komt.

Het zou goed zijn als NRC Handelsblad eens de andere kant laat zien door een artikel te verzorgen waarin wetenschappers en dierenbeschermers aan het woord komen met een meer evenwichtige kijk. Of gaat deze krant mee met de modieuze verdachtmaking van alles wat opkomt voor de belangen van het dier?

Debat nodig over nut van staatssteun scheepsbouw

De voorgestelde aanpak in het hoofdartikel `Geharmoniseerde steun' (NRC Handelsblad, 23 januari) ten aanzien van de staatssteun voor de noodlijdende scheepswerven is er een die vreemd genoeg in tegenspraak is met de argumentatie. Een slechte aanpak kan toch niet als basis dienen voor beleid, zelfs als het niet anders kan? De berusting in het feit dat het niet anders kan, ondermijnt ook de voorgestelde EU-geharmoniseerde afspraken.

Een felle strijd over het nut van de staatssteun kan stukken meer opleveren dan een goedbedoelde afspraak. Door een goed debat worden immers de verliezen van politieke macht bij een weigering van steun beperkt, waardoor de afweging veranderd is. Het gedogen van staatssteun geeft juist het signaal af aan de kiezer dat dit correct beleid kan zijn, waardoor bij een faillissement de politieke schade vergroot is (RSV-affaire) en de keuze voor een financiële injectie politiek aantrekkelijker wordt.

De (valse) concurrentie uit het Verre Oosten is blijkens het artikel een grote factor van de huidige problemen in de scheepsbouw. Deze factor niet meenemen in het beoogde beleid van de Europese Unie is niet alleen een gemiste kans, maar ook een verzwakking. De politieke leiders uit de EU kunnen moeilijk de strengste staatssteun-wetgeving nastreven, als banen in eigen land verloren gaan.

Als staatssteun weggegooid geld is, dan moet juist dát gezegd worden en niets anders. Alleen dan zal deze overtuiging medestanders vinden en kan een sterkere economie verwezelijkt worden.

Misplaatste bevlogenheid van de veel linkse politici

Na de Tweede Wereldoorlog is in ons land een politiek bestel tot ontwikkeling gekomen dat doordrongen was van linkse ethiek. Links ontleende dit mandaat aan de menslievendheid als tegenstelling met het onmenselijke regime van de voormalige bezetter.

Tegelijk gedroeg de linkse politiek zich allerminst ethisch jegens andersdenkenden en raakte zij tevens meer en meer gespeend van realisme ten aanzien van de problemen die zich in Nederland begonnen voor te doen.

Dit onverkwikkelijke tijdperk kenmerkte zich door vaagheid. Er was niemand die uitriep dat we iedere vreemdeling moesten binnen laten, er was ook niet iemand die stelde dat vreemdelingen geen Nederlands hoefden te leren en vooral hun eigen cultuur moesten behouden. Nee, er bestond een algemene consensus onder het juk van het absolute gelijk van politiek links.

In het parlement groeit op dit moment het besef dat er wezenlijke fouten zijn gemaakt, maar tot het wijzen naar politici met zeer verwijtbare (want schadelijk voor land en cultuur) standpunten die verder gingen dat de heersende consensus, is het nooit gekomen. Ze waren er wel.

Ien van den Heuvel, in 1974 voorzitter van de PvdA, verdedigde in die functie het bestaan van de Berlijnse Muur. Dat Oost-Duitsland een gevangenis was met de Stasi als oppasser en dat velen zijn vermoord bij een poging om te ontsnappen, woog bij haar minder zwaar dan het voortbestaan van een samenleving achter de muur op linkse grondslag.

De nieuwste flater komt voor rekening van Femke Halsema. Terwijl het iedereen duidelijk kan zijn hoe de mediterrane huwelijksmigratie ons land schaadt en veel politici zich beraden op (vooral!) fatsoenlijke manieren om deze praktijken een halt toe te roepen, verkondigt Femke Halsema met haar triomfantelijke aplomb: ,,Ieder heeft het recht om te trouwen met wie hij wil!''

Nog afgezien of, naar onze maatstaven, het bezit van een onmondige slavin kan doorgaan voor een huwelijk, wegen voor Halsema de regels zwaarder dan de schade die deze regels ons land toebrengen.

Iets minder bevlogenheid en wat meer gezond verstand zouden Halsema niet misstaan.

Zeven lege hulzen

Zeer geachte leraren van Nederland,

Ik ben werkelijk vreselijk geschrokken van wat u allemaal tezamen, verenigd in de SBL, heeft bedacht. Ter toelichting voor de buitenstaander: SBL staat voor Samenwerkingsorgaan Beroepskwaliteit Leraren. Daarin werken de vakbonden en de vakinhoudelijke organisaties, kortom vrijwel alle leraren, samen.

Beseft u niet, geachte leraren, dat u door uw ziel, zaligheid en het hele onderwijs uit te leveren aan agogen, uw eigen doodvonnis heeft getekend? Scholen zijn getuige uw voorstellen niet langer leerscholen, maar centra voor bezigheidstherapie.

U heeft zeven bekwaamheidseisen opgesteld waaraan leraren dienen te voldoen. De allereerste eis plus de toelichting daarbij luiden als volgt:

`De leraar voortgezet onderwijs moet ervoor zorgen dat er in de groepen leerlingen waarmee hij werkt, een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar voortgezet onderwijs en om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar interpersoonlijk competent zijn.

`Een leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding. Zo'n leraar schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer en brengt een open communicatie tot stand. Zo'n leraar leidt en begeleidt, stuurt en volgt, confronteert en verzoent, corrigeert en stimuleert.

`Dat de leraar interpersoonlijk competent is, blijkt uit zijn professionele handelen. Zo ziet de leraar bijvoorbeeld wat er gebeurt in de groepen waarmee hij werkt. Zo luistert hij naar de leerlingen en reageert hij op hen. Hij spreekt hen aan op ongewenst gedrag en hij stimuleert gewenst gedrag. Hij laat de leerlingen in hun waarde. Hij kan beschrijven en verklaren wat de communicatiepatronen zijn in de groepen waarmee hij werkt en hoe de sociale verhoudingen liggen. Hij weet hoe hij een en ander zonodig kan verbeteren. Hij kan verantwoorden hoe hij met zijn groepen omgaat en ook met individuele leerlingen. Daarbij maakt hij gebruik van relevante theoretische en methodische inzichten.'

Wat, geachte leraren van Nederland, bezielt u om dit soort geneuzel op te schrijven?

De tweede bekwaamheidseis is van hetzelfde treurige laken een pak: `De leraar voortgezet onderwijs moet zijn leerlingen helpen een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar voortgezet onderwijs en om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar pedagogisch competent zijn.' Nader uitgewerkt als bekwaamheidseis betekent dit: `Hij heeft voldoende pedagogische kennis en vaardigheid om een veilige leeromgeving tot stand te brengen. Voor een hele klas of groep maar ook voor een individuele leerling. En dat op een professionele, planmatige manier.'

Wat een open deuren, alles bij elkaar zo vreselijk helemaal niks. Wat, leraren van Nederland, heeft u ertoe gebracht, uw beroep te presenteren als agogische prietpraat?

Verder noemt u nog als noodzakelijk voor uzelf en uw collega's dat ze vakinhoudelijk en didactisch competent zijn, organisatorisch competent, competent in het samenwerken met collega's, competent in het samenwerken met de omgeving en, het kan niet op, competent in reflectie en ontwikkeling. Zeven bekwaamheidseisen, zeven lege hulzen.

Vakinhoudelijk, het staat er als één van de zeven competenties. De toelichting erbij is alleszins indrukwekkend. Het betekent namelijk dat de leraar de toetsjes die de leerlingen krijgen voorgelegd kan uitleggen en zelf foutloos kan maken.

Wat, leraren van Nederland, heeft u allen ertoe gebracht uw vak en uzelf zo belachelijk te maken? Ik had u waarachtig wijzer ingeschat.

Het prijskaartje van de `Chinese draak' is torenhoog

In het hoofdartikel `De Chinese draak' (NRC Handelsblad, 21 januari), prijst u de zegeningen voor de consument, daar China de wereld voorziet van betaalbare producten. Helaas is niets minder waar. Voor mensen net als ik (elektronisch ontwikkelaar), die in de industrie werken, is het prijskaartje torenhoog. Namelijk verlies van mijn baan.

En van eerlijke concurrentie kan geen sprake zijn. Met kunstmatig laag gehouden lonen die slechts enkele procenten bedragen van de lonen in het Westen, is er geen beginnen aan. Multinationals zijn razendsnel bezig de productie uit het Westen weg te halen om dan het product in China te laten maken. Vervolgens leggen ze wel de spullen, voor westerse prijzen, in de winkel. Kortetermijnwinst alom. Helaas, de mede door henzelf aangewakkerde prijzenslag (een dvd-recorder kost inmiddels minder dan 50 procent van de introductieprijs) maken de producten wel goedkoop, maar ook de uiteindelijke winsten erg mager.

Het argument dat dit alles de handel vergroot – wat goed zou moeten zijn voor dienstverlenend en logistiek Nederland – gaat maar beperkt op. Onze belangrijkste handelspartner, Duitsland, heeft namelijk een economie gebaseerd op `de industrie'. De langdurige hoge werkloosheid daar, als gevolg van de verhuizing van de productie door de automobieltoeleveranciers naar Oost-Europa, heeft al een daling van de handel met Duitsland laten zien. En als binnenkort niet alleen elektronica van China naar het westen komt, maar ook de auto, zal dit uiteindelijk ook hier in Nederland desastreuze gevolgen hebben voor de handel en dienstverlening.

`Kennisland Nederland' als redder van de welvaart is slechts een geloof. Ten eerste komt het niet van de grond, en erger, ook (product)ontwikkelingskosten zijn lager in het (verre) Oosten. Bovendien, dat kleine beetje wat gepland staat (nog met veel subsidie ook), is geen compensatie voor het verlies van de vele tienduizenden relatief goed betaalde banen die reeds verdwenen zijn, en die volgens het CWI nog verdwijnen. Zuidoost-Brabant, nog slechts enkele jaren geleden banenmotor in Nederland, telt voor Eindhoven inmiddels een werkloosheidscijfer van 12 procent, tegen circa 5,5 procent landelijk.

Debat over Blair en de BBC

Hutton: betere controle nodig

De wijze waarop de media berichten [...] over zaken die relevant en belangrijk zijn voor het publiek, is een essentieel onderdeel van het leven in een democratische samenleving. Het recht om zulke inlichtingen door te geven is evenwel onderworpen aan de restrictie – die juist bestaat ten behoeve van die democratische samenleving – dat de media zich dienen te onthouden van valse beschuldigingen die twijfel zaaien aan de integriteit van anderen, inclusief politici. Wanneer een verslaggever van zins is informatie uit te zenden of te publiceren die twijfel zaait aan de integriteit van anderen, dient de leiding van zijn omroeporganisatie of krant zich ervan te verzekeren dat er een stelsel functioneert dat zorgt dat zijn redactie grote aandacht schenkt aan de formulering van het bericht, en aan de vraag of het onder alle omstandigheden correct is om het uit te zenden of te publiceren.

(Citaat uit conclusies van het rapport-Hutton).

Verhaal was juist

Het vermogen van juridische experts uit het Hogerhuis om een grote hoeveelheid gegevens te onderzoeken en vervolgens precies het tegendeel te concluderen van de rest van het land, is bijna net zo amusant als de neiging van deze nobele experts om simpele woorden op een bizarre of anachronistische manier uit te spreken.

Het is niet alleen zo dat het verhaal, zoals het op 29 mei ter tafel lag, in grote lijnen juist was, het is sindsdien ook eindeloos bevestigd. Het verhaal was als volgt: een aanzienlijk lid van de inlichtingengemeenschap had ernstige twijfels over de wijze waarop de regering de door hem en zijn collega's vergaarde gegevens gebruikte; bovendien was Alastair Campbell of zijn bureau de voornaamste verantwoordelijke voor het `opkloppen' van het dossier uit september waarin het gevaar van de zijde van Irak opzettelijk overdreven werd voorgesteld.

(Rod Little, ex-eindredacteur van het programma Today en degene die Gilligan heeft aangenomen, in The Spectator, 30 jan).

Smakeloos victoriegekraai

Het victoriegekraai van de regering over de geschokte, gedemoraliseerde BBC doet wat smakeloos aan. Smakeloos en onverstandig. De aanblik van Alastair Campbell die zich voor de gelegenheid weer als woordvoerder van de premier heeft opgeworpen , die roept dat er meer koppen moeten rollen, druist in tegen het gevoel voor fair play van het Britse volk.

Greg Dyke, de directeur-generaal van de BBC, had gisteren niet moeten aftreden. Van het eervolle vertrek van Gavyn Davies, de voorzitter van de Raad van Bestuur, kun je zeggen dat zo'n groot offer niet vereist was. Maar er valt iets te zeggen voor de ouderwetse opvatting dat de top uiteindelijk verantwoordelijk is. En als de bal eenmaal daar ligt, dan blijft hij daar; hij kaatst niet terug om in de lagere bestuursrangen nog wat kegels om te leggen. [...

De premier moet bedenken dat zijn streven om de tegenstander volkomen te vernederen, de eerste jaren van Thatcher in herinnering roept. Er is voor Blair geen betere manier om de Britten van zich te vervreemden dan te vervallen in de ergste fouten van zijn voormalige Conservatieve voorbeeld.

De indruk dat hij de BBC wil vermorzelen, maakt de gedachte onverdraaglijk dat hij verantwoordelijk is voor de benoeming van de opvolger van Davies, die op zijn beurt de opvolger van Dyke zal benoemen. [... In de rechtstreekse confrontatie tussen de regering en de BBC waar deze crisis in hun betrekkingen op is uitgelopen, mogen de ministers niet zonder meer aannemen dat het publiek partij zal kiezen voor de regering. Een gewonde, onthoofde BBC is niet wat de kiezers zich als resultaat van dit onderzoek hadden voorgesteld, en zij zouden de schuld ervan weleens bij de ministers kunnen leggen. De `overwinning' op de BBC van deze week zou zich weleens tegen de premier kunnen keren.

(Hoofdartikel The Independent, 30 jan).

Waardevolle BBC

Pas nu de BBC zulke klappen krijgt, komen wij erachter hoe waardevol zij is. Woensdagavond viel op hoe volkomen onbevooroordeeld haar nieuwsteam berichtte over de crisis waarin zij was beland. [...] het zou een dwaling zijn als de BBC zou proberen te overleven in een cultuur van gehoorzaamheid. De BBC is iets heel zeldzaams, een waardevol, uit een algemene heffing gefinancierd overheidsinstituut, dat een vrijbrief heeft om met rationele scepsis de regering in het oog te houden. Als er kritiek mogelijk is op de BBC-cultuur, dan hooguit dat het, wanneer je er eenmaal in zit, gemakkelijk is om te vergeten hoe buitengewoon geprivilegieerd ze is door de solide financiering uit de omroepbijdrage. Hoe kan de journalistiek van de BBC haar vrijheid om te analyseren en kritische vragen te stellen handhaven, en tegelijkertijd komen tot een solide definitie van de heel eigen aanpak die haar verplichte omroepbijdrage en haar plicht tot onpartijdigheid vereisen? Dat zal volgend jaar bij de vernieuwing van de statuten een van de voornaamste discussiepunten worden.

(Tim Gardam, voormalig hoofd actualiteiten bij de BBC, en voormalig directeur televisie bij Channel 4, in The Guardian, 30 jan).

En nu een onderzoek in VS

Terwijl Tony Blair meewerkte aan een Brits onderzoek naar de manier waarop hij het voorspel van de invasie in Irak had aangepakt, hield het Witte Huis van Bush zich aan zijn strategie van ontwijken en de zaken gekleurd voorstellen. Omdat Blair gedwongen werd te riskeren dat objectieve onderzoekers aan het licht zouden brengen dat hij niet fatsoenlijk en eerlijk was opgetreden, kan Groot-Brittannië nu de volgende logische stap zetten: uitzoeken waarom zijn inlichtingendiensten er zo volkomen naast zaten.

De Amerikanen zitten echter nog vast in fase één. President Bush moet de zaak in beweging brengen door een onafhankelijk onderzoek te beginnen – of toe te laten dat het Congres dat doet – dat verder gaat dan het Britse onderzoek én dat alle aspecten van de kennelijke blunders van de inlichtingendiensten in Irak onder de loep neemt.

Bush, wiens naaste medewerkers zo ongeveer sinds diens inauguratie als president een oorlog tegen Irak hebben beraamd, heeft de vraag ontlopen waarom de Amerikaanse inlichtingen over Irak net zo min deugden als de Britse.

[...] Het publiek heeft ook het recht om uit de meest gezaghebbende bron te vernemen of de regering dubieuze gegevens om politieke redenen als zeker heeft

gepresenteerd of dat, erger nog, analisten onder druk zijn gezet

om hun gegevens te overdrijven. [...]

(Hoofdartikel in The New York Times, 30 jan).

Blair denkt aan zijn plaats in de geschiedenis

De oude Tony Blair is sinds lang verdwenen. Het beleid van de charme, van de voortdurende jacht op goedkope populariteit heeft in 10 Downing Street plaatsgemaakt voor overtuiging en voor het gevoel dat de tijd dringt.

Blair weet dat hij als premier misschien nog drie jaar te gaan heeft. Hij is aangekomen op het punt in zijn carrière waar de vluchtige bijval van vandaag niet opweegt tegen het oordeel van de geschiedenis.

[...] Ik kan niet met zekerheid zeggen dat hij het tijdstip van zijn vertrek al heeft bepaald. Maar de sfeermuziek in Downing Street en Blairs eigen nerveuze gedrevenheid wijzen er sterk op dat drie jaar ongeveer de uiterste grens is. Dan zou hij bijna tien jaar aan de top hebben gestaan.

Margaret Thatcher heeft het langer uitgehouden, maar Blair heeft altijd gezegd dat zij zo dwaas is geweest om te blijven toen ze niet langer welkom was. [...] Blair wil de geschiedenis ingaan als méér dan alleen een centrumlinkse leider met het talent om verkiezingen te winnen.

De communis opinio in Westminster is echter dat Blair waar het gaat om de hervorming van de verzorgingsstaat de grenzen van het mogelijke heeft bereikt. Deze week heeft hij de stemming weliswaar nog gewonnen, maar veel Labour-parlementsleden hebben genoeg van zijn gedweep met de tucht van de markt. De rebellen zijn met de afgedankte leden van Blairs regering een verbond aangegaan om zich tegen verdere veranderingen te verzetten.

Blairs politieke visie houdt in dat het voor de toekomst van de staatsgezondheidszorg en het staatsonderwijs bovenal nodig is de middenklassen ervan te doordringen dat uitmuntende kwaliteit verenigbaar is met universele verkrijgbaarheid. En dat terwijl een groot deel van zijn partij gevangen zit in de Old-Labour-visie die diversiteit en de tucht van de markt ziet als een bedreiging voor het ideologische streven naar gelijkheid.

[...] Dit is geen politicus die erop uit is om de laatste jaren van

zijn premierschap rustig uit te dienen.

(Commentator Philip Stephens in The Financial Times, 30 jan)