Zes uur, zes uur heeft geslagen

Zes uur, zes uur heeft geslagen

Het nieuws gaat over het land

Met lichte stap komt naar buiten

Een man – hij zakt naar de grond

Als een boom die door de zagen

Gekerfd wordt tot halfweg zijn stam

En eigener beweging omvalt

Zo is, zo is deze man

Die, neergeschoten wordend – wie

O wie loste het schot? die schoten

Niet te tellen? – op zijn knieën

Gaat, nog steeds rechtop

Een man ligt op het plaveisel

Van het nieuwscentrum van het land

Uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd

komen zwarte bloedvlechten, lang

Ik zeg, zeg jullie mijn waarheid

Die ik denk en waarin ik geloof

En ik doe, doe nooit als die anderen

Minder dan ik beloof –

Een held is in alle tijden

Iemand met persoonlijke moed

De moed om het publieke menen

Van wie woorden smijten als stenen

Als eenling te blijven weerstaan;

Om je waarheid steeds weer te zeggen

Geen zwijgen je op te laten leggen:

Held wórd je, je wordt niet zo geboren

Het lot wijst je daartoe aan –

Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld

Das los, aan het hemd kleeft bloed

Op de borstkas drukt men naar leven

En onder de schoen ligt een voet.

Zeven uur, zeven uur heeft geslagen

Het nieuws dreunt over heel het land

Op straat, tussen vreemden bezweken

Hard sterfbed, door iedereen bekeken

Zijn lijk prijkt in kleur op de krant.

Waar was jij, toen je het hoorde?

Is de vraag van een vriend die mij belt:

Ik stond in de keuken en huilde

Toen de radio het mij vertelde – jij?

Ik zat en ik stond voor het raam

En zag het steeds donkerder worden

Ons uitzicht is heden verdwenen

Niets is ons meer overgebleven

Twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen

Ik heb het twaalf uur horen slaan

Maar op de doodse parkeerplaats

Van het nieuwscentrum onder de maan

Heeft het bloed dat zich niet weg liet vegen

Zijn bericht in beton uitgeschreven:

Ik zal kruipen waar ik niet kon gaan –