Zelfmoord Chinees partijkader

Meer dan 1200 leden van de Chinese communistische partij hebben in de eerste helft van 2003 zelfmoord gepleegd, omdat zij in de problemen waren geraakt tijdens een nationale campagne tegen corruptie.

Dat heeft de Hongkongse krant Wen Wei Po gemeld. Ook zouden ruim 8000 partijleden in die periode naar het buitenland zijn gevlucht.

Niet alle `zelfmoorden' zijn daarbij noodzakelijkerwijs wat ze lijken.

Een omstreden geval is dat van de in Italië opgeleide Zhu Shengwen, voormalig vice-burgemeester van de Noord-Chinese stad Harbin, die werd veroordeeld tot zeventien jaar gevangenisstraf voor het aannemen van tienduizenden euro's aan steekpenningen. Hij zou vorig jaar uit een wc-raampje zijn gesprongen, maar volgens zijn familie werd hij vermoord om te voorkomen dat hij andere hooggeplaatsten in het omkoopschandaal zou aanwijzen.

De vlucht van partijleden en overheidsfunctionarissen wordt slechts in uitzonderlijke gevallen gemeld in de Chinese media. Wel gaat het gerucht dat sommige hoge provinciale overheidsfunctionarissen altijd grote hoeveelheden contante dollars op hun lichaam dragen om op elk gewenst moment het land te kunnen verlaten.

Een anonieme bron binnen de partij heeft verder tegenover het Britse persbureau Reuters verklaard dat China's president Hu Jintao van plan is om te vragen om uitlevering van corrupte leden van de overheid en de partij die het land zijn ontvlucht. Ook meldt deze bron dat corrupte kinderen van China's politieke elite tegen de vier miljard euro aan overheidsgeld hebben meegenomen op hun vlucht naar het buitenland.

Hu Jintao, die in november 2002 voorzitter werd van de communistische partij en in maart 2003 ook president van China, lijkt er veel meer dan zijn voorganger Jiang Zemin op gebrand om corruptie binnen alle geledingen van de partij ook metterdaad aan te pakken. Zowel Hu als premier Wen Jiabao hebben vooralsnog zelf een `schoon' imago, iets dat over Hu's voorganger Jiang Zemin veel minder gezegd kan worden.

Jiang zou corruptie door de vingers hebben gezien waar het ging om leden van de zogeheten `Bende van Shanghai', een groep hoge partijleden waarmee Jiang samenwerkte sinds zijn periode als burgemeester van Shanghai. Zo was er de zaak rond Jia Qinglin, nu vierde in de partijtop, die wordt verdacht van betrokkenheid bij een van de grootste corruptie- en smokkelzaken uit de geschiedenis van communistisch China, maar die door Jiang's bescherming toch op zijn huidige hoge positie werd benoemd. Ook een andere beschermeling van Jiang, nummer zes in de partijhiërarchie Huang Ju, wordt ervan beschuldigd dat hij een bouwschandaal in Shanghai niet heeft verhinderd in de periode dat hij er burgemeester was.

Hu wil nu schoon schip maken, maar ondervindt de nodige tegenstand in de hoogste gelederen van de communistische partij zelf.