Sexy freaks en bejaarde hippies

Subversieve kunst verantwoordt zichzelf graag. Hoe antimaatschappelijk sommige kunstenaars ook willen lijken, hoe vies en voos hun beelden – als hun werk niet wordt erkend, zijn ze nergens. En dus schreef het New Yorkse collectief Angelblood een opvallend verantwoorde tekst voor hun tentoonstelling The human face is an empty force, a field of death... bij de Annet Gelink Gallery. Daarin verwijzen ze omslachtig naar het werk van de Franse surrealist Antonin Artaud (1896-1948) die, als bedenker van het `theater van de wreedheid' de Engelbloedjes een steuntje in de rug geeft bij het maken van kunst die ernaar streeft `aan de grenzen van de kunst voorbij te gaan en die tussen kunst en leven te doorbreken'.

Dat klinkt allemaal fijn, maar de vraag is of Angelblood zo'n verantwoording wel nodig heeft. Het collectief, opgetrokken rond de New Yorkse kunstenares Rita Ackermann, en met bekende namen als Harmony Korine en Mark Gonzales, koos voor deze expositie het portret als thema en zoekt daarbij inderdaad naar de grenzen van het betamelijke. Dat werkt behoorlijk – al blijft het vervelende aan zulk werk dat het mechanisme van subversiviteit zo herkenbaar is, en dat de meeste kunstenaars er zo weinig origineels mee weten te doen. Het kinderachtigste is Mario Sorrenti, die onder andere foto's toont van foetussen en losse oogballen die louter werken op het shock-effect – noch als foto, noch als beeld stellen ze veel voor. Veel beter is zijn semi-glamourfoto van een Playboy Bunny: de borstomvang van dit meisje is zo buitensporig dat ze op een angstaanjagende manier balanceert tussen freak en seksbom.

Gelukkig zoeken meer Angelbloederen de grenzen van het betamelijke op een subtiele manier. Mooi is bijvoorbeeld het schilderij dat Brian Degraw maakte van John Lee Malvo, de zeventien-jarige `sniper' die mogelijk tot de doodstraf wordt veroordeeld. Nog curieuzer zijn Justine Kurlands groepsportretten van Amerikaanse hippie-gemeenschappen. De foto's zijn nadrukkelijk geposeerd, maar het allegaartje aan bejaarde hippies, langharige outcasts en beroepsmatige naaktlopers is zo intrigerend dat je er lang en vol verbazing naar blijft kijken. En dan zijn er nog de collages van Andro Wekua – klassieke fotocollage's die zo sterk aan outsiderkunst doen denken dat de meeste serieuze kunstenaars zich er niet meer aan wagen. Wekua doet het wel en weet daarbij een spannende combinatie van vervreemding en gekte op te roepen die evengoed honderd jaar geleden ontstaan zou kunnen zijn. Waarmee Artaud dus toch weer even terug is.

Angelblood. Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187-189, Amsterdam. T/m 28 febr, di t/m vr 11-18u, za 13-18u.