Schelpdiervisserij schaadt wad

Waddenonderzoekers zijn wel degelijk onafhankelijk. En de bewijzen tegen de schelpdiervisserij stapelen zich op, zo bleek op een wetenschappelijk congres.

,,Het is allemaal goed gegaan.'' Dat zei prof. Wim Wolff gisteren op een congres van de Rijksuniversiteit Groningen over de wetenschappelijke evaluatie van het schelpdiervisserijbeleid. Er is sinds de presentatie van de resultaten, zeven weken geleden, enige twijfel gerezen aan de onafhankelijkheid van het onderzoek, dat door de directie Visserij van het ministerie van LNV werd opgezet. Medewerkers van het NIOZ, onder wie hoogleraar diercologie Theunis Piersma, vonden dat de wetenschappers zich hadden laten ,,gebruiken'' door de politiek. Ten onrechte, zegt Wolff, hoogleraar mariene biologie in Groningen en voorzitter van de audit-commissie die ruim twintig rapporten heeft beoordeeld.

Er is zeker ,,discussie'' geweest gedurende het onderzoek, maar van ,,ongeoorloofde beïnvloeding'' door de directie Visserij was volgens Wolff geen sprake. ,,Wij konden zeggen en schrijven wat we wilden. Ook van de onderzoekers zelf hebben wij geen signalen gekregen dat de directie visserij dicteerde wat zij moesten vinden'', aldus Wolff.

Over de onafhankelijkheid van onderzoekers van de Waddenzee zegt Wolff, vooral in de richting van wantrouwige schelpdiervissers: ,,Elke boekhouder wil graag meer geld verdienen. Toch is dat geen reden voor bedrijven om boekhouders niet hun kas te laten controleren. Net zo is het met wetenschappers. Hun liefde voor de Waddenzee kan heel goed samengaan met zorgvuldig onderzoek.''

Een deel van de twijfel aan de onafhankelijkheid werd gevoed door de nadruk die de onderzoekers bij de presentatie legden op een van de conclusies uit het eindrapport, dat er de afgelopen decennia minder ruimte is op de Waddenzee voor vissers én vogels door een verminderde ,,draagkracht'' van Nederlands grootste natuurgebied in het algemeen. De schelpdiervissers trokken hieruit de conclusie dat zij niet verantwoordelijk gesteld konden worden voor het teruggelopende aantal scholeksters, eidereenden en kanoetstrandlopers. Ook minister Veerman (LNV) zag in deze conclusie een van de argumenten om de schelpdiervisserij niet te verbieden, maar de vissers slechts op te roepen ,,duurzamer'' te werk te gaan.

Op het congres van de Groningse universiteit werd duidelijk hoezeer de ecologische waardedaling in de Waddenzee volgens de wetenschap de schelpdiervisserij kan worden aangerekend. Het verhaal over de ,,draagkracht'' van de schonere en daardoor minder visrijke Waddenzee klopt hooguit in theoretische zin. Voor de dagelijkse praktijk stapelen de bewijzen over de schadelijkheid van de schelpdiervisserij zich op. Deze bewijzen winnen aan belang, nu het Europese Hof van Justitie lijkt aan te sturen op een verplichting om alleen vergunningen voor schelpdiervisserij te verlenen als kan worden aangetoond dat deze visserij geen enkele schade toebrengt aan het Europees beschermde natuurmonument Waddenzee.

De Waddenzee lijdt onder de visserij. Onderzoeksleider Bruno Ens herhaalde nog maar eens dat het aantal scholeksters fors is gedaald doordat begin jaren negentig de voortgaande mosselzaadvisserij in combinatie met uitblijvende zaadval en mogelijk ook stormschade voor de vrijwel totale verdwijning van de droogvallende mosselbanken heeft gezorgd. Dat deze mosselbanken de laatste jaren weer terugkeren, komt door het ,,succesvolle beleid'' om delen van de Waddenzee voor visserij te sluiten en voor andere gebieden visplannen op te stellen. Ook de daling van het aantal kanoeten moet in verband worden gebracht met de schelpdiervisserij. Nog los van de daling van het aantal kokkels en nonnetjes als gevolg van visserij, wist NIOZ-onderzoeker Jan van Gils te melden, neemt ook de kwaliteit van de overgebleven kokkels af. De schelpen zijn tot veertig procent minder van kwaliteit op plaatsen waar wordt gevist en veel kanoeten leggen het loodje. De Engelse onderzoeker John Goss-Custard lichtte toe waarom de visserij veel meer schelpdieren moet overlaten voor vogels dan wordt aangenomen. Ook al ligt er voldoende vlees, dan nog sterven er vogels van de honger, omdat de sterke vogels de zwakkere op voedselplaatsen wegconcurreren. Minister Veerman trok hieruit de conclusie dat er voor de vogels drie keer zoveel voedsel moet worden gereserveerd als werd aangenomen.

Ook de effecten van de mechanische kokkelvisserij op de wadbodem zijn niet te verwaarlozen, stelde RIKZ-onderzoeker Leo Zwarts. Door het schrapen over de zeebodem verzandt de bodem, en op langere termijn komen de kokkelbanken op hogere platen te liggen. ,,Daar worden ze geoogst maar daar zitten ook veel vogels.'' Tenslotte wees NIOZ-coryfee Piersma op zijn bevinding dat diersoorten op de bodem van de zee die het zwaarst worden bevist, ook het hardst achteruitgaan. Er treedt later wel een herstel op, maar dat herstel geldt meer wormen dan schelpdieren, zodat op langere termijn een ,,verworming'' optreedt. Piersma: ,,De wormen zullen de Waddenzee overnemen.''