Rechtvaardiging van oorlog steeds dubieuzer

`En het document onthult dat zijn (Saddams) militaire planning het mogelijk maakt dat enkele van de massavernietigingswapens gereed zijn binnen 45 minuten na een bevel ze te gebruiken.''

(Premier Blair in zijn voorwoord bij het op 24 september 2002 gepubliceerde dossier getiteld Iraks Massavernietigingswapens.)

Met ,,het document onthult'' verwees de premier naar hoofdstuk 3 Deel I van het dossier waarin onder meer wordt gezegd: ,,De Iraakse strijdkrachten zijn in staat deze wapens te ontplooien binnen 45 minuten na een beslissing om dat te doen.'' (In een passage over chemische en biologische wapens gifgassen en ziekteverwekkers.)

Het zijn vooral deze zinnen die tot een conflict hebben geleid tussen de Britse regering en de BBC, een conflict dat afgelopen woensdag is beslecht door Lord Hutton. De regering gaat nagenoeg vrijuit, de BBC is veroordeeld. Het conflict ging over een BBC-reportage waarin werd gesuggereerd dat de regering, onder meer met haar 45-minutenclaim, willens en wetens het Britse Lagerhuis en het Britse volk had misleid. Hutton komt tot de slotsom dat daarvan niets is gebleken.

De vraag in deze zaak blijft intussen of onvermogen niet ernstiger is dan misleiding. De inmiddels afgetreden leider van het team inspecteurs, dat door president Bush naar Irak werd gestuurd om Saddams veronderstelde massavernietigingswapens alsnog op te sporen, doelt daarop. In een optreden voor de Amerikaanse Senaat deze week verklaarde David Kay: ,,Op een bijna perverse manier wens ik dat het (de claim dat Saddam in 2002 en 2003 over inzetbare massavernietigingswapens beschikte/JHS) op onbehoorlijke beïnvloeding berustte, want wij weten hoe dat te corrigeren.'' Maar het probleem zat volgens hem dieper. ,,Het blijkt dat we het allemaal bij het verkeerde eind hadden, en dat is het meest verontrustend.''

Lord Hutton en vervolgens premier Blair in het Lagerhuis onderstreepten dat in het dossier niets stond dat niet door de inlichtingendiensten was aangereikt en niet door de Joint Intelligence Committee geschikt was bevonden om in het regeringsdossier te worden opgenomen. Hoewel, Lord Hutton maakte een zijsprongetje naar Freud, toen hij ruimte liet voor de mogelijkheid dat de inlichtingenchefs in hun onderbewustzijn gevoelig waren geweest voor de verlangens en suggesties van 10 Downingstreet. Maar dat was een suggestie die zelfs een Law Lord niet kon waarmaken.

,,Het meest verontrustend'' noemt Kay de algemene onwetendheid met betrekking tot Irak. Maar het debacle kan niet alleen worden verklaard uit gebrekkig opereren van de inlichtingendiensten. De bereidheid van leiders, volgens Kay inclusief die van Duitsland en Frankrijk, om alles voor zoete koek te slikken, mag niet worden vergeten.

Natuurlijk, Saddams Irak had eens een arsenaal massavernietigingswapens bezeten en had die wapens ook ingezet, tegen de eigen bevolking en in de oorlog met Iran. Dat was dan ook de reden om in 1991, na de bevrijding van Koeweit, Irak te dwingen van die wapens af te zien. Er waren vervolgens echter niet weg te cijferen aanwijzingen dat de internationale inspectie belangrijk bijdroeg aan demontage en vernietiging van Iraks arsenaal. Dat niet over alle dubieuze voorraden duidelijkheid kon worden verschaft, wilde niet zonder meer zeggen dat die voorraden nog bestonden. De eerste groep internationale inspecteurs kwam tot die conclusie, de tweede, in 2003, eveneens, en de Amerikaanse inspecteurs nu opnieuw. In feite heeft de veronderstelling dat die voorraden al vernietigd waren, in de loop der jaren steeds meer rechtvaardiging gevonden.

Maar in 2002 was premier Blair overtuigd van het gevaar dat Saddam betekende. In het voorwoord bij het dossier zei Blair: ,,Ik geloof dat dit onderwerp een reëel en ernstig gevaar is voor de nationale belangen van het Verenigd Koninkrijk. [...] Saddam Hussein gaat voort massavernietigingswapens te ontwikkelen, en daarmee het vermogen ernstige schade toe te brengen aan de regio, en aan de stabiliteit in de wereld. [...] We kunnen niet alles publiceren wat we weten. [...] Ik en andere ministers zijn in detail op de hoogte gebracht van de inlichtingen en we zijn overtuigd van hun gezaghebbendheid. [...] Ik geloof dat de gewogen inlichtingen buiten twijfel hebben vastgesteld dat Saddam is doorgegaan met het produceren van chemische en biologische wapens, en dat hij in staat is geweest de reikwijdte van zijn programma van ballistische raketten te verlengen. [...] Hij moet gestopt worden.''

Toen Blair dit dossier liet publiceren, hield hij nog de optie open van een terugkeer van internationale inspecteurs naar Irak. Maar hij zei erbij dat als Saddam het de inspecteurs opnieuw onmogelijk zou maken hun werk te doen, de internationale gemeenschap diende op te treden. In die zin liep zijn dossier parallel aan de rede die president Bush in dezelfde maand hield in de Algemene Vergadering van de VN. Daarin noemde Bush Saddam een ,,grave and gathering danger'', een groeiend gevaar voor Amerika en zijn bondgenoten. Bush meende bij die gelegenheid dat de VN irrelevant zouden worden als zij niet tegen Saddam zouden optreden.

Nu in Irak massavernietigingswapens almaar niet willen opduiken, is de gangbare rechtvaardiging van de oorlog tegen Irak geworden dat toch maar mooi een verschrikkelijke dictator van zijn macht is beroofd. We hebben nu als rechtvaardiging van oorlog zonder internationaal mandaat, de humanitaire interventie (Kosovo), het voorkomen van mogelijk gebruik van massavernietigingswapens in een verre toekomst en, ten slotte, de afzetting van een ongewenste leider. Daarmee verwijdert de wereld zich steeds verder van het Handvest van de Verenigde Naties dat slechts het recht op zelfverdediging erkent. En dat alles in laatste instantie op grond van foute inlichtingen.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.