Prostitutie is verkrachting

In het leven met geheimen heeft Karina Schaapman in de loop der jaren veel ervaring opgedaan – soms uit eigen verkiezing, soms onder druk van anderen. Maar sinds ze in 2002 voor de PvdA werd gekozen in de gemeenteraad van Amsterdam begon het haar steeds zwaarder te vallen. Schaapman is namelijk een vrouw met een verleden, dat in haar nieuwe werk als een zwaard van Damocles boven haar hoofd hing. Er liepen overal nog mensen rond die haar van vroeger kenden, er konden compromitterende video's opduiken en journalisten stelden haar soms doodnormale vragen over haar achtergrond, waar ze niet goed antwoord op kon geven. Schaapman kampte, met andere woorden, met de voortdurende vrees dat er dingen in de publiciteit konden komen die haarzelf of haar gezin zouden schaden.

Eerder kwam Schaapman uitgebreid in het nieuws met haar boek Schoolstrijd (2000), waarin ze verslag doet van het juridische gevecht met de gemeente Amsterdam, nadat ze ontdekte dat haar zoon op school een grote leerachterstand had opgelopen door slecht onderwijs. Ze won dit gevecht en kreeg de kosten van de bijlessen die nodig waren om hem bijtijds klaar te stomen voor de middelbare school vergoed. Deze jarenlange zaak bracht haar uiteindelijk zelf in de politiek, waar dus de twijfel toesloeg. Eind 2002 lichtte Schaapman haar partijleider Rob Oudkerk in over, wat je tegenwoordig noemt, haar `kwetsbare positie'. `Als ervaren politicus weet hij als geen ander wat beeldvorming in de media met je kan doen', schrijft Schaapman in haar nawoord. Inmiddels weet hij dat nog veel beter, maar ook zonder deze laatste les helpt hij haar de beslissing te nemen door te gaan in de politiek en zelf met haar verhaal naar buiten te komen.

Het verband tussen de verschijning van Schaapmans boek en de affaire-Oudkerk is publicitair gezien ongetwijfeld gunstig, maar voor het overige is het te betreuren dat Zonder moeder voortdurend in dit licht geplaatst wordt. Nadat de wethouder als klant ontmaskerd is, onthult nu het raadslid haar verleden als prostituee. Opnieuw smullen geblazen! Maar het boek reduceren tot de pikante bekentenissen van een gemeentelijk politica, doet het tekort. Zonder moeder is het verslag van een turbulent leven, dat je bij tijd en wijle naar de keel grijpt, verteld in een directe, onopgesmukte stijl.

Het meisje Karina groeit met haar Indische moeder op in Leiden in een vijandige omgeving. Haar vader is er op de dag van haar geboorte vandoor gegaan en wist de voogdij te verkrijgen over haar oudere broer en zus. Sindsdien bestaat er tussen beide gezinshelften geen contact. Moeder en dochter hebben het samen goed, maar Karina's jeugdjaren zijn ook getekend door grote armoede en een soms beklemmende isolatie. Hierin treedt verbetering op als haar moeder een verhouding krijgt met een circusdirecteur. In de omgeving van het circus gaat een nieuwe wereld open, totdat Karina's moeder met darmkanker in het ziekenhuis wordt opgenomen. Het meisje blijft thuis achter en moet zich maandenlang alleen zien te redden. Ze is dan dertien jaar.

Het is een schrijnende episode die Schaapman beschrijft zonder larmoyant te worden. Tegen de tijd dat de situatie onhoudbaar wordt, biedt een buurgezin uitkomst. Het meisje heeft het er naar haar zin, maar wordt na het overlijden van haar moeder toegewezen aan haar vader. In het nieuwe gezin in Brabant gaat Karina voor de buitenwacht door voor een nichtje. Haar vader, die zich al snel ontpopt als een tirannieke en gewelddadige man, neemt haar af wat haar lief is en verbiedt haar om over haar moeder te spreken. Ook in het contact met haar broer en zus is het onderwerp taboe. Uit deze hel weet Karina uiteindelijk te ontsnappen door weg te lopen.

Dankzij hulp van school wordt ze vervolgens opgenomen in de commune van een hartelijke lerares. Het zijn aangrijpende passages waarin we lezen over de puber die het uit dankbaarheid voor de warmte die ze eindelijk ondervindt zo ontzettend graag goed wil doen, maar die tegelijkertijd zo in zichzelf zit opgesloten dat het toch weer mis gaat. Ze moet praten, zeggen alle hulpverleners, maar dat lukt juist niet. Datgene waar ze steeds over heeft moeten zwijgen – het missen van haar moeder, de periode in het circus – laat zich niet makkelijk meer meedelen.

Karina stopt met school en stort zich in de kraakscene van Den Bosch. Haar eeuwige geldzorgen verlicht ze door winkeldiefstal en door voor een tientje mannen af te trekken in een donker hoekje op een plein. In haar stamcafé ontmoet ze bij toeval Herman Brood, in wiens gevolg ze tijdelijk wordt opgenomen. Ze volgt hem op goed geluk naar Amsterdam. Het enige wat ze op zak heeft is wat geld en de naam van een kroeg die Brood haar heeft genoemd. Maar als ze die gevonden heeft, is hij er al in tijden niet gesignaleerd. Er volgt een periode waarin ze via cafécontacten zo nu en dan tijdelijk onderdak vindt en zich onderhoudt door haar diensten aan te bieden op het Rembrandtplein en met baantjes achter de bar.

Pas als haar leven redelijk op orde is – ze woont inmiddels samen met een serieuze werkstudent en speelt zo nu en dan een rol voor film of televisie – drijft geldgebrek haar ertoe een baantje te nemen in een nachtclub op de Wallen. Die blijkt te behoren tot de Satanskerk, een internationale sektarische beweging, waarvan de invloed op Schaapmans nieuwe werkomgeving overigens beperkt lijkt te zijn geweest tot wat uiterlijk vertoon. Het gaf de zaak wat meer cachet dat de meisjes elkaar met `sister' moesten aanspreken en dat de gebruikelijke dildo- en bananenshows er werden aangeduid als `rituelen'. De quasi-religieuze opzet diende waarschijnlijk slechts belastingtechnische doelen. Mede dankzij lucratieve schnabbels, zoals video-opnames en de bediening van privé-klanten in dure hotels, verdient Schaapman geld als water. Een tijdje geeft dat grote voldoening, maar na een jaar wordt ze er niet warm of koud meer van, zoals haar werk haar uiteindelijk onverschillig maakt tegenover alles, ook tegenover de groeiende bezwaren van haar vriend, inmiddels echtgenoot. Veel van wat ze doet, houdt ze voor hem verborgen – of wilde hij niet weten.

De onverschilligheid slaat om in woede en walging als Schaapman een nieuwe collega moet inwerken die zich onder dwang van haar man heeft aangemeld. Ze maakt de avond nog met moeite vol, maar geeft er dan voorgoed de brui aan, ziek van alle vernedering en zelfverloochening die inherent zijn aan het werk. Prostitutie is verkrachting, oordeelt Schaapman met terugwerkende kracht. Misschien toch iets om in de PvdA nog eens wat langer over door te praten. Al was het alleen al om eens af te rekenen met enkele oude reflexen in de moeizame verhouding tussen de socialisten en de prostitutie, zoals de neiging om bezwaren tegen de bedrijfstak onmiddellijk toe te schrijven aan `moraalridders'.

Het is begin 1982 als Schaapman de business vaarwel zegt. Het verleden dat haar in opspraak zou kunnen brengen, is inmiddels bedekt met twintig jaar gezinsleven. De geboorte van haar eigen kinderen heeft Schaapman ertoe aangezet het beeld van haar moeder met behulp van opgespoorde familieleden verder te completeren. Zonder moeder is daarmee behalve een ontroerend levensverhaal ook een liefdevol portret van degene die in dat leven zo pijnlijk heeft ontbroken.

Karina Schaapman: Zonder moeder. Balans, 285 blz. €16,50