Paperclips schieten

Op hun nieuw cd bezingen The Fountains of Wayne de wereld van de kantoorklerk. Hun muziek zit vol stijlcitaten. ,,Wij spelen vanuit bewondering voor anderen.''

Iemand in de organisatie van de Grammy Awards had even niet goed opgelet. Zo kon het gebeuren dat de New Yorkse groep Fountains of Wayne werd genomineerd voor de prijs van `Beste Nieuwkomer'. En dat voor een band die in 1996 zijn eerste cd uitbracht, en ook daarvoor al jaren bezig was. Een groep ook die met haar soepele popliedjes allang een redelijk groot publiek bereikt heeft, en onlangs nog een hit had met het liedje `Stacy's Mom'.

Maar zanger/songschrijver Adam Schlesinger (36) is tevreden: ,,Je kunt je er weer eens jong door voelen.'' Schlesinger en de rest van de band schitteren volgende week zondag bij de uitreiking in het Staples Centre in Los Angeles. In een net pak. Vandaag zitten Schlesinger, met warrige haardos, en zijn licht kalende medesongschrijver Chris Collingwood (36) in het kantoor van hun platenmaatschappij in Amsterdam, rillend in te dunne T-shirts op een koude dag.

Als er een genre-aanduiding moest worden bedacht voor de muziek en stijl van de Fountains of Wayne, was het nerdrock. Dat is geen belediging. Muzikale nerds hebben van oudsher de popgeschiedenis verrijkt met slimme liedjes. Ze kennen hun klassieken en scheppen plezier in het handig aan elkaar breien van eigen inzichten en de invloeden van anderen. Ze zijn bescheiden, verschijnen zelden op het omslag van een muziekblad. Het understatement is hun stijlmiddel bij uitstek. Denk aan Weezer nu, Ween al jaren, Squeeze in de jaren tachtig, en Elvis Costello sinds bijna drie decennia.

Welcome Interstate Managers heet de nieuwe, derde cd van Fountains of Wayne, die onlangs verscheen – zeven maart treedt de groep op in de Melkweg, Amsterdam. Op hun nieuwe cd hebben Schlesinger, Collingwood en medemuzikanten Jody Porter (gitaar) en Brian Young (drum) zich met succes ingeleefd in een voor rock-cd's ongewoon onderwerp: de wereld van de kantoorklerk. Vandaar de titel.

,,I got a new computer/ and a bright future in sales/ yeah, yeah!'' jubelt de ene hoofdpersoon (in `Bright Future In Sales'); ,,Hours on the phone making pointless calls/ I got a desk full of paper that means nothing at all'', klaagt een ander (in `Hey Julie'). ,,We konden putten uit eigen ervaring'', vertelt Adam Schlesinger. ,,Tot een paar jaar geleden werkten we allebei op kantoor om in ons levensonderhoud te voorzien. Meestal waren we ergens tijdelijk, als uitzendkracht. Chris hier was nog eens `Uitzendkracht van de Maand'.'' Collingwood corrigeert: ,,Wel zes keer was ik dat. In ieder kantoor waar ik als automatiseerder kwam.'' Schlesinger: ,,Ik heb het nooit verder geschopt dan manusje van alles bij een publiciteitsbedrijf: fotokopieën maken, tampons kopen voor de baas.''

Slimheid

De flirt van Schlesinger en Collingwood met de kantoorwereld is het bewijs van hun typische nerd-slimheid. Associeer je met een nog saaier aangeschreven mensensoort en je steekt er zelf gunstig bij af. Wie bij het beluisteren van Welcome Interstate Managers paperclips schietende en diensturen kloppende kantoorklerken voor zich ziet, vindt de brave muzikanten al weer een stuk opwindender. En anders zorgt de muziek daar wel voor. Want meer nog dan op de eerdere twee cd's van Fountains of Wayne (de groep is vernoemd naar een cadeaushop in New Jersey die sindsdien ook regelmatig figureerde in de tv-serie The Sopranos) biedt de nieuwe plaat een prikkelend panorama van Amerikaanse rockmuziek. Onbevangen spelen de muzikanten hun rockliedjes, gewapend met speelse gitaaraccenten, kermende orgels en die samenzang met het plezier van een kinderklas op schoolreis.

In de muziek zwerven allerlei verwijzingen rond naar bestaande muziek: `intertextualiteit', maar dan muzikaal. Al zijn de stijlcitaten voor West-Europeanen minder herkenbaar dan voor Amerikanen. Wij hebben The Cars en Rick Springfield niet vanzelfsprekend paraat, als herinnering aan het begin van de jaren tachtig – de jaren dat Schlesinger en Collingwood muzikaal gevormd werden. Van hen werden onverbloemd riffs gejat en songtitels geplunderd. De invloeden krijgen de functie van embleem: wie vandaag de dag een smile-speldje ziet, herinnert zich acid-house, bij een veiligheidspeld denk je: punk. De luisteraar die bij Fountains of Wayne een prikkerig gitaarloopje hoort en een mechanisch ritselende samba-bal, denkt: The Cars. Of: The Steve Miller Band. Als die luisteraar een Amerikaan is, tenminste.

Beperkt de groep haar bereik door zulke specifieke citaten? ,,Ik denk het niet'', zegt Collingwood. ,,De verwijzingen in de muziek zijn vooral bedoeld als knipoog naar generatiegenoten, de mensen die bij dezelfde jaarclub horen als wij. Een hele generatie Amerikanen ziet de herinnering aan zijn puberjaren gekleurd door een liedje als `Jessie's Girl' van Rick Springfield. Ons nummer `Stacy's Mom' is een opzichtig eerbetoon daaraan.''

Schlesinger: ,,We hebben het altijd gedaan. We hadden ooit een liedje gemaakt dat plotseling dezelfde akkoordenreeks bleek te hebben als het nummer `(Don't Fear) The Reaper' van Blue Öyster Cult, uit 1976. Toen we dat ontdekt hadden, hebben we het niet weggemoffeld maar juist extra benadrukt. Wij maken muziek vanuit bewondering voor anderen.''

Collingwood: ,,We zijn nu eenmaal opgegroeid met The Beatles. We wilden songschrijvers worden omdat we op Lennon en McCartney wilden lijken.'' Schlesinger: ,,De beste bands creëren hun eigen wereldje, met volstrekt eigen muziek. Dat weten wij ook wel. Maar het streven daarnaar leidde bij ons steevast tot zware moeilijke nummers. Dat kon toch ook niet de bedoeling zijn, dachten we. Totdat Chris een keer een stel liedjes had geschreven die lichter waren en vol verwijzingen zaten. Maar ze hadden ook iets eigens. Toen werd ik heel jaloers en ben het snel ook gaan proberen.''

Collingwood. ,,Ik denk dat niemand nog werkelijk `nieuwe' muziek kan maken, omdat je altijd vastzit aan je kennis van de canon. Het enige nieuwe komt dan ook uit andere disciplines: uit het theater of de jazzhoek.'' Schlesinger: ,,Het verwijzen naar andermans muziek is ook de manier waarop we onze ideeën op elkaar overbrengen. Wij kennen elkaar een jaar of achttien. Samen hebben we zo'n grote gedeelde smaak en kennis, van alles van de afgelopen dertig jaar, dat we tijdens het muziek maken alleen maar een nummer hoeven te noemen van iemand anders om onze bedoeling duidelijk te maken. Zo hebben we ook ooit onze drummer aangenomen: door gewoon twintig minuten lang samen nummers van The Steve Miller Band te spelen. Toen wisten we genoeg.''

Maf liedje

Drummer Brian Young en gitarist Jody Porter zijn er vandaag niet bij. Maar op de nieuwe cd hebben ze juist een groter aandeel dan op de twee vorige. Zoals de cd ook gevarieerder is, met een enkel country-nummer en gevoelige ballades. Chris Collingwood vertelt hoe nummers tijdens het repeteren in een ander tempo werden gespeeld en plotseling een heel ander effect kregen. ,,Zo was er een nummer dat begon als een rocksong en vervolgens langzaam werd uitgevoerd. Daardoor kreeg de tekst ineens veel meer betekenis. In de snelle versie was het een maf liedje. In de langzame uitvoering werd het spookachtig en onrustwekkend.''

Behalve het kantoorleven bezingt Welcome Interstate Managers de meer reguliere aspecten van het rock & roll-bestaan. Softdrugs bijvoorbeeld, volgens Chris vooral omdat `bong' (een soort grote joint) ,,zo'n leuk woord is om te zingen''. Schlesinger: ,,Ik kan niet voor de twee andere bandleden spreken, maar wij roken nooit meer. We krijgen er alleen maar paniekaanvallen van. Denk ik dat ik een hartaanval krijg, ofzo.'' Ook de alcohol vloeit rijkelijk op de cd. ,,We hadden de plaat evengoed `Telephones & Alcohol' kunnen noemen'', zegt Schlesinger. ,,Het is onduidelijk waarom je in een bepaalde periode als vanzelf over bepaalde verschijnselen schrijft. Zo zat onze vorige cd vol met treinen en vliegtuigen. En nu dan die kantoorattributen.

,,Wellicht omdat we ons makkelijk met zakenmannen kunnen identificeren. Ook wij spreken 's ochtends om 7.00 af op het vliegveld om even ergens heen te vliegen waar we zaken gaan doen. Zoals nu naar Europa voor interviews. Dan komen we met een koffertje op het vliegveld, kopen een kop koffie en klagen over het weer. Net als al die andere business-mannen.''

`Welcome Interstate Managers' is verschenen bij S-Curve Records/Labels (7243 5 84839). Fountains of Wayne speelt op 7 maart in de Melkweg, Amsterdam.

Samenzang met het plezier van een kinderklas op schoolreis

`We wilden op Lennon en McCartney lijken'