Muzikaal misverstand

De Russische bariton Vassily Gerello sluit vanavond een serie optredens in het Amsterdamse Muziektheater af. De laatste kans voor Yvo van Regteren Altena op een weerzien met de man die hem voor een Italiaanse weldoener verslijt.

Het applaus in Sint Petersburg is van een ongekend geweld. Dirigent Valery Gergiev heeft net met het World Orchestra For Peace de Ode to the End of War van Sergei Prokofiev uitgevoerd. Een zelden uitgevoerd werk waarbij ook acht harpen en vier vleugels meedoen.

Het is de openingsavond van het in mei vorig jaar gehouden Stars of the White Nights festival in het Mariinsky theater. Na het concert spreekt een bezwete Gergiev tot de zaal. ,,Sint Petersburg bestaat driehonderd jaar en mijn orkest van vijftig nationaliteiten is voor de tiende maal bijeen.'' De dirigent dankt de sponsors, waaronder de Italiaanse textielfamilie Ermenegildo Zegna. Aan twee grote Russische talenten schenkt deze gefortuneerde familie een forse geldsom. Violist Vadim Repim en bariton Vassily Gerello vallen na het horen van hun prijs in de armen van mecenas Zegna. Als gast van de Zegna's sta ik bij de familie en daarom omhelzen Repim en Gerello ook mij voor een krachtige dankbetuiging.

Tijdens het galadiner in de voormalige privé-vertrekken van Catharine de Grote hoor ik over Gerello's carrière. Hij is winnaar van de BBC International Competition of Opera Singers, heeft een prijs ontvangen op het Rimsky-Korsakov concours en heeft opgetreden in La Scala. Gergiev sluit de avond af en de aanwezigen wuiven de beide prijswinnaars uit.

Twee dagen later, op negen mei, viert Sint Petersburg bevrijdingsdag. Via het hotel reserveer ik een kaartje voor de Philharmonie, zonder te weten wat er in deze concertzaal op het programma staat. Tot mijn schrik beland ik bij een balalaikaconcert, maar na de zigeunerachtige ouverture verschijnt opeens Gerello op het podium.

In deze uitverkochte zaal blijkt al snel zijn sterrenstatus. Tussen de stukken van Rossini en Verdi bedankt het publiek de bariton met ovaties en bossen bloemen. Het plankier raakt al snel zo overladen met boeketten dat het lijkt alsof Gerello aan de rand van een vers praalgraf staat te zingen.

Na afloop formeert zich in de artiestenkamer een felicitatiefile waarin nog zo'n tien fans voor mij staan als Gerello's oog op mij valt. Hij beent op me af en omhelst mij zo heftig dat zijn baard op mijn wangen staat geprint. Familie en vrienden omringen hem, terwijl snel circulerende flessen wodka het schaaltje met taaie noten en bruin uitgeslagen stukjes appel compenseren.

Vader Gerello is met vijf oude militaire makkers aanwezig. Speciaal voor bevrijdingsdag hebben zij zich in hun legeruniform gehuld en zetten een spectaculair klinkend strijdlied in, waarbij het speeksel door de ruimte vliegt. Na enkele vlammende liederen neemt de jonge Gerello de regie weer over. Hij richt het woord tot de cirkel rondom hem terwijl zijn blik iets te nadrukkelijk aan mij blijft kleven. Een Russin vertaalt: ,,You big friend, you go to dinner with us.''

Tijd om mij te verwonderen is er niet want om mijn nek hangen een uitgelaten vader en een geëmotioneerde conservatoriumprofessor. Ik doorsta een zoensalvo en word naar een roestige Lada geleid, waarvan de bestuurder mijn vragen alleen met `yes' en `no' kan pareren. Al snel zitten wij conversatieloos verstrikt in de bevrijdingsdagdrukte.

Een uur later raak ik verzeild in een herbergachtige ruimte waar Gerello's feestmaal in volle gang is. Beurtelings verheffen zich de tafelgenoten voor een korte ode aan de ster. Ik heb de eer als eerste te worden toegesproken door de maestro en oogst wederom een luide toejuiching. In een gebrekkige vertaling hoor ik dat het voor Gerello een enorme eer is, dat een lid van de fameuze Zegna-familie van wie hij zijn grote prijs heeft ontvangen, speciaal naar zijn concert is gekomen. Het is een gebeurtenis die hij nooit zal vergeten.

Volgens goed Russisch gebruik is het daarna mijn beurt om te spreken. Ik besef dat ik de gelukzalige roes waarin Gerello en zijn gehoor zich bevinden beter niet kan doorbreken. Deze curieuze operette verdient een betere plot. Ik zeg daarom dat Gerello de prijs als geen ander waard is: ,,Als deze ster uit Sint Petersburg Puccini zingt, klinkt dat Italiaanser dan uit de keel van een Napolitaan.''

Na de Russische vertaling wachten mij wodka en omhoog gestoken duimen. Pas om twee uur 's nachts zwaait mijn benevelde Lada-chauffeur met zijn sleuteltjes. Hij meandert in een schijnbaar schokbrekerloos jaren zeventig relikwie over inktzwarte wegen. Hemelsbreed is de afstand naar mijn hotel misschien vijf kilometer, maar omdat tijdens bevrijdingsdag alle stadsbruggen open staan, lijkt het alsof wij op Vladivostok afkoersen. Om vier uur 's ochtends sta ik weer voor de deur van Hotel Astoria.

Ik weet dan nog niet dat Gerello negen maanden later in het Amsterdamse Muziektheater Tsjaikovski's Iolanta zal zingen. Vanavond is de laatste uitvoering en dé kans voor een weerzien. Maar wie moet ik zijn?