Moorden in de zomerzon

`Na de oorlog kwam de zon achter de wolken vandaan en werd de wereld een kleurenfilm. Iedereen had hetzelfde idee. Laten we trouwen. Laten we kinderen krijgen. Laten we het goed doen'. De Canadese schrijfster Ann-Marie MacDonald begint haar tweede roman De kraaien zullen het zeggen met het optimisme dat eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw heerste. Maar de openingsalinea's van het boek gaan over de onopgeloste moord op een jong meisje.

MacDonald (1958) is actrice (in bijvoorbeeld de film I've heard the mermaids singing), een bekroond toneelschrijfster en met haar succesvolle debuutroman Laten wij aanbidden uit 1996 bewees ze ook een talent voor proza te hebben. In die roman vielen gruwelijke moorden samen met onvoorwaardelijke liefde. Goed en kwaad zijn ook in haar tweede, lijvige roman, onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Luchtmachtbasis Centralia, dichtbij de Canadees-Amerikaanse grens, 1962. Het gezin MacCarthy leidt een gelukzalig leven: vader Jack en moeder Mimi zijn nog altijd verliefd, zoon Mike is een sportieve jongen en de negenjarige Madeleine is een grappig leuk meisje. Bijna tweehonderd pagina's lang beschrijft MacDonald het dagelijks reilen en zeilen op de basis. Taarten bakken, buitenspelen, barbecuen en een biertje met de buren. Net wanneer je denkt dat alle geluk te veel van het goede is, begint MacDonald aan een stapsgewijze en geraffineerd psychologische uitholling van dat geluk. De dreiging van de Koude Oorlog (de Cuba-crisis) doet zijn intrede in het gezin. Vader Jack raakt betrokken bij spionage en helpt wat later een ex-nazi zal blijken die aan een geheim atoomprogramma werkt. Madeleine, de hoofdpersoon, wordt in het nablijfklasje seksueel misbruikt door meneer March, de onderwijzer. Moeder Mimi legt zich met steeds meer moeite neer bij haar huisvrouwenrol en zoon Mike zal uiteindelijk `deserteren' in het Amerikaanse leger en in Vietnam vermist raken.

En dan is er als een rode draad, de geheimzinnige moord op Claire, het ook al misbruikte klasgenootje van Madeleine. De veertienjarige buurjongen Ricky, geadopteerd door Auschwitz-overlevenden, wordt ten onrechte veroordeeld mede doordat Jack hem in verband met zijn spionageactiviteiten geen alibi verschaft. Kortom, de idylle van het maatschappelijk en persoonlijk recht op geluk, spat voor alle personages uiteen.

In de tweede helft van de roman kijkt Madeleine als lesbische dertiger terug op haar jeugd. Inmiddels is ze een gevierd comédienne maar haar psyche ligt aan flarden. Ze besluit op zoek te gaan naar de waarheid en de echte moordenaar. De kraaien zullen het zeggen loopt goed af, zij het met een akelige bijsmaak en een hoop slachtoffers.

In een recent interview zei Ann-Marie MacDonald over haar tweede roman: `I wanted to kill people with sunshine.' Even genadeloos als weergaloos geeft ze die paradox vorm. In weinig romans wordt zoveel en zo optimistisch van elkaar gehouden, terwijl die (gezins)liefde tegelijkertijd verstikt en geheimen creeert. Leugens stapelen zich op en ingenieus maakt MacDonald gebruik van deze archetypische thrillerstructuur. Ze verweeft de maatschappelijk-politiek gekoesterde leugens met het gezinsleven; individuele levensdrama's doen er op macroniveau niet toe zolang de zonnige toekomst voor onze kinderen aan de horizon blijft gloren.

De wereldpolitiek is dus geen achtergronddecor maar een essentieel element in de spanningsopbouw. De thematische overeenkomsten met haar met prijzen overladen debuut Laten wij aanbidden zijn er ook: misbruik, te grenzeloze vaderliefde, verloren kinderlijke onschuld en in mindere mate religieuze waanzin. Maar waar in die gothic vrouwenroman de gezinsdrama's implodeerden, daar zijn de gevolgen van keuzes en daden in haar tweede roman veel verstrekkender. MacDonald is meester over haar materiaal, dat voor een deel autobiografisch is – ze is de dochter van een luchtmachtofficier, en lesbisch – en voor een deel gebaseerd op feitelijke gebeurtenissen.

De compositie van het boek is razend spannend, en MacDonald overtreft haar toch al indrukwekkende stilistische vermogens. De kraaien zullen het zeggen is als een koortsdroom waarin de tragiek en humor van de kinderlogica vervat zijn. Scherpzinnig, vilein en subtiel observeert de Canadese het verdriet van de mens op alle leeftijden, en schept daarbij onvergetelijke karakters – met dank aan de vertalers Marion op den Camp en Maxim de Winter.

Deze beklemmende en verontrustende `Bildungsroman' overtreft veel van wat er de laatste jaren is uitgegeven. Ieder minpuntje, zoals de beschrijving van Madeleines latere therapeutische sessies en de afschuwelijke titel, valt in het niet bij deze overrompelende leeservaring. Ann-Marie MacDonald kondigde onlangs aan met `pensioen' te gaan om zich voltijds te wijden aan de opvoeding van haar geadopteerde dochter. Het is tijd om tegen dat besluit in opstand te komen.

Ann-Marie MacDonald:

De kraaien zullen het zeggen.

Vertaald uit het Engels door Marion op den Camp en Maxim de Winter.

Nijgh & Van Ditmar, 811 blz. €29,50