Marokkanen massaal naar de film

Honderden jonge Marokkanen kwamen gisteren in Utrecht af op de film Shouf Shouf Habibi!, over een Marokkaanse jongen in Nederland.

,,Heee! Dat is Marokko,'' gilt een jongen in zaal 1 van bioscoop Catharijne, wanneer op het doek het beeld van een stoffig en armoedig dorpje verschijnt. Zijn opmerking gaat verloren in het gegil van zeker driehonderd Marokkaanse jongeren, allemaal in de puberleeftijd, die op de eerste speeldag van de Nederlandse speelfilm Shouf Shouf Habibi! zijn afgekomen.

Shouf Shouf Habibi! is een komedie over de 20-jarige Ap, een in Nederland geboren Marokkaan die een plek probeert te vinden in de samenleving. De film zet alle vooroordelen die er tussen Nederlanders en Marokkaanse Nederlanders bestaan lekker dik aan.

Anderhalf uur voor aanvang van de film staat al een groep van zes Marokkaanse meisjes te wachten bij de kassa van de bioscoop. De enkele niet-Marokkaan die een kaartje wil bemachtigen, wordt nieuwsgierig ondervraagd. ,,Gaat u ook naar Shouf? Goed zo, want het is een hele grappige film,'' voorspelt een van hen.

Na aanvang van de film maakt het gegil van de wildenthousiaste jongeren de eerste minuten, waarin Ap zijn gezin introduceert, compleet onverstaanbaar. In de anderhalf uur die erop volgen blijft de zaal knetteren van de emoties.

Als de zaal enigszins tot bedaren is gekomen, krijgt Ap op het witte doek via zijn broer Sam een baantje bij een bedrijf in Buitenveldert, waar hij de eerste dag al te laat komt. Zijn baas wijst hem er nogal bot op dat de klok een uur vooruit is gezet. ,,Of kennen jullie dat niet in Marokko?'' De jongens in de zaal worden boos. Eentje roept baldadig: ,,Pak je shotgun, Ap!''

Het beeld dat de film van de Nederlanders schetst, zorgt voor meer verontwaardiging bij het publiek. Als Ap zijn zus Leila bezoekt bij haar Nederlandse vriendje Daan, roept Daan verontwaardigd dat `dat soort volk echt niet kan' in zijn nette huis. `Dat soort volk,' bauwt een meisje in zaal hem cynisch na.

De in Marokko geboren Mimoun Oaïssa verwerkte bij het schrijven – samen met regisseur Albert ter Heerdt – veel specifiek Marokkaanse grapjes in het script. ,,Dat is het Marokkaanse volkslied!'' roept een meisje bijvoorbeeld verrast, als het mobieltje van de hoofdrolspeler gaat piepen.

Als Ap's moeder Khadija haar echtgenoot Ali - die ze niet meer kan uitstaan – van de trap laat vallen, lachen de meisjes in de zaal hard, terwijl de jongens doodstil blijven. Als Ab zijn zus Leila een hoer noemt, barsten de Marokkaanse jongens in juichen uit. Op het moment dat Ab haar een klap geeft, wordt dat zelfs gebrul. ,,Dat verdient die hoer!'' roepen een paar jongens. De meisjes zwijgen. Zij letten weer op andere dingen. Als de Nederlandse collega-agente van Sam een bescheiden decolleté heeft, zijn ze geschokt. ,,Je vrouw zal dat maar doen, halfnaakt aan tafel zitten.''

Wanneer Ap besluit `serieus' te worden, wat inhoudt dat hij voor het traditionele leven kiest en naar Marokko gaat om een bruid uit te zoeken, slaat de sfeer in de zaal om. Waar de vooroordelen over beide culturen eerst nog als zoete koek werden geslikt, gaat de paniekaanval van een Marokkaans meisje, dat vreest eenzaam in Marokko te moeten blijven omdat ze niet door Ap wordt uitverkoren, met name de meisjes te ver. Verontwaardigd herhaalt een van hen tot het einde van film: ,,Dit klopt echt niet! Dit is echt overdreven.''