Liftenbranche is wel erg recessiebestendig

Brussel verdenkt fabrikanten van liften en roltrappen van kartelvorming en deed een inval bij de belangrijkste spelers. Hun resultaten gaan wel erg weinig op en neer.

Het gaat slecht met bedrijfstakken die mee-ademen met de bouw, zoals leveranciers van bouwmaterialen, installatiebedrijven en ingenieursbureaus. Op één na: de liftenbouwers. Die hebben geen last gehad van de malaise in de bouw en ook niet van de economische neergang in het algemeen. Integendeel, ze boeken nog altijd gezonde winsten.

Dat zou natuurlijk kunnen komen doordat de liftenbranche een sector is met een hoge toegevoegde waarde, een gezond exploitatiemodel en bedrijven die hun zaken op orde hebben. Maar het kan ook het gevolg zijn van kartelvorming, waar de Europese Commissie gisteren serieuze aanwijzingen voor zei te hebben. Ambtenaren van eurocommissaris Mario Monti (Mededinging) deden eergisteren een inval bij de grootste vier fabrikanten van liften en roltrappen en hun brancheclubs en begonnen een onderzoek.

Toch is er veel te zeggen voor het eerste scenario. Een lift is een hoogtechnologisch product, waar veel kennis in zit over aandrijf- en besturingstechnieken en waar slimme software in zit die bijvoorbeeld zelf mankementen signaleert en doorgeeft aan de onderhoudsdienst. Liftenbouwers hebben de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt in het maken van steeds snellere en stillere liften en ontwikkelden een lift zonder machinekamer.

Ook de exploitatie zit goed in elkaar. Waren de liftenbouwers in het verleden vooral afhankelijk van de verkoop van nieuwe liften en verzorgden lokale installatiebedrijven het onderhoud, tegenwoordig doen de liftfabrikanten dat zelf en komt meer dan de helft van de omzet uit onderhoudscontracten, waar hogere marges op zitten. Door uit te breiden in roltrappen en automatische deuren slaagde de sector er tevens in synergieën te boeken: als de liftmonteur langskomt, kijkt hij meteen ook de roltrappen en de schuifdeuren na. Door de combinatie van nieuwbouw en onderhoudscontracten is de liftensector zijn conjunctuurgevoeligheid goeddeels kwijtgeraakt: als er minder nieuwe liften verkocht worden, blijven oude liften langer in bedrijf en hebben ze meer onderhoud nodig. De stijging van de onderhoudsomzet compenseert zo de daling van de nieuwbouwomzet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de liftbranche goede resultaten boekt. Analisten van de zakenbank UBS becijferden dat de gemiddelde winstmarge van de vier grootste spelers steeg van 5 procent in 1995 tot 12 procent in 2002, een groei van 20 procent per jaar. Bij staalconcern ThyssenKrupp is de liftendivisie (omzet 3,8 miljard euro) bijvoorbeeld goed voor 9 procent van de omzet en 49 procent van de winst.

Toch moet kartelvorming in de liftenbranche geen al te grote opgave zijn. Er hoeven namelijk niet veel partijen bij elkaar te gaan zitten om tot effectieve afspraken te komen. Vier spelers hebben 80 procent van de Europese, 76 procent van de Amerikaanse en 63 procent van de wereldmarkt in handen: Otis, Schindler, ThyssenKrupp en Kone, samen goed voor een omzet van 19,4 miljard euro.

Op de financiële markten kwam de verdenking als een volslagen verrassing, gezien de flinke koersdalingen van de betrokken bedrijven. Ook de branche zelf reageerde verontwaardigd en wees direct elke beschuldiging van de hand. Brussel daarentegen zegt serieuze aanwijzingen te hebben dat de liftfabrikanten informatie over aanbestedingen met elkaar delen en onderling onderhoudscontracten verdelen.

Het onderzoek is vermoedelijk een gevolg van klachten over kartelvorming die de EU hebben bereikt van kleine, onafhankelijke onderhoudsbedrijven, die hun markt hebben zien inzakken doordat liftenbouwers hun eigen onderhoud zijn gaan doen.

,,Doordat liften technisch veel geavanceerder zijn geworden, zitten er gepatenteerde technieken in en zijn cruciale reserve-onderdelen niet meer algemeen verkrijgbaar. Liftenbouwers willen die onderdelen om veiligheidsredenen alleen zelf installeren, waardoor de mogelijkheden voor kleinere onderhoudsbedrijven om liften te onderhouden beperkt worden'', zegt analist Antti Suttelin van de Zweedse zakenbank Handelsbanken, die de Finse fabrikant Kone (de marktleider in Nederland) volgt. ,,Vergelijk het maar met de auto-industrie, daar heeft ook niet elke monteur de kennis om de modernste auto's te onderhouden.''