Laatste blik van de gids

Mensen die op het punt staan te sterven, beseffen opeens van alles. Ze zien dat ze een engeltje worden of herinneren zich dat ze de eigenlijke ware liefde van Napoleon zijn geweest. Een dieper inzicht op de valreep. Zoiets overkomt ook de hoofdpersoon in Dood van een riviergids van de in Tasmanië woonachtige schrijver Richard Flanagan.

Door een onhandige reddingsactie van een passagier komt de riviergids Aljaz Cosini vast te zitten in de Franklinrivier en daar verdrinkt hij langzaam, in die zin dat hij er 300 pagina's over doet om definitief kopje onder te gaan. Dood van een riviergids is het debuut van Flanagan, van wie eerder twee romans in het Nederlands werden vertaald. Hij brak terecht door met Het boek van Gould. Een roman in 12 vissen. Wat aan die vissenroman opviel was – behalve de prachtige vormgeving – ook de originele manier waarop een bekend gegeven, namelijk dat van een vervalser in Van Diemens Land, werd uitgewerkt. Vanuit een persoonlijke invalshoek vertelde Flanagan een Australische geschiedenis.

Ook in Dood van een riviergids wordt een persoonlijke geschiedenis ingebed in de nationale historie. Hier gebeurt dat niet vanuit één invalshoek, maar in een breed uitwaaierend verhaal over de weinig heroïsche Aljaz. Ondanks zijn slechte conditie moet hij zijn passagiers in een wildwaterkano enkele dagen lang over de Franklinrivier begeleiden. De reizigers maken het hem ook niet makkelijk: de een heeft een korte arm door polio, de ander houdt niet van wokgroenten en de derde valt tijdens de tocht dood neer.

Ook Aljaz is dus aan het verdrinken en terwijl hij sterft krijgt hij `visioenen'. Zo drijft hij de lotgevallen van zijn familie in en ziet hij zijn criminele overovergrootvader die als gevangene het strafkamp in Van Diemens Land probeert te ontvluchten. Hij ziet een aboriginal-vrouw die verkracht wordt door een zeehondenknuppelaar, een half aangevreten opa in de bush, maar ook komen zijn eigen herinneringen aan zijn vriendin en zijn jonggestorven dochter terug. Aljaz verdrinkt als een alwetend man, wat niet gek is voor iemand die tijdens het leven niet bepaald hoogbegaafd was.

Alle familieverhalen samen vormen een geschiedenis van Australië en enkele daarvan zijn beslist mooi, maar vertelsels over half opgegeten grootvaders die uitgroeien tot bomen vol bloemen zijn minder. Flanagan heeft heel Australië in dit boek willen neerzetten en daarbij heeft hij vooral oog voor de ellende. Zo komt er in de verhalen geen normale voorouder voor. Ook is Flanagan erg expliciet in zijn opzet: `Ik heb scholen geslachte walvissen gezien [...] ik heb door hun gelederen kolonies afgeslachte, en eveneens zwevende zeehonden zien wervelen. Ik heb een dorp met ronde hutten gezien, van aborigines waarvan de vrouwen waren gestolen en die met vreselijke verhalen en vreemde weemoedige liederen waren teruggekomen.' Die werkelijkheid is erg genoeg, en dat maakt het pijnlijk hoe er een verdrinking nodig blijkt om tot een dieper inzicht te komen. Aljaz had beter zijn ogen kunnen openhouden toen hij nog een levende ziel was.

Richard Flanagan: Dood van een riviergids. Uit het Engels vertaald door Ankie Blommensteijn.

Ambo/Anthos, 303 blz. €21,90