Ik kies voor verstilling

Gerardjan Rijnders regisseert zijn eerste opera in Nederland: `Der Prinz von Homburg', naar Kleist.

,,De muzikale vorm interesseert me niet zo.''

Tot tien jaar geleden wilden toneelregisseurs in Nederland weinig weten van operaregie. Die situatie ligt nu totaal anders. Iolanta van Tsjaikovski, afgelopen maand bij de Nederlandse Opera, is geregisseerd door Ivo van Hove, die in de toekomst Wagners Der Ring des Nibelungen gaat doen bij de Vlaamse Opera. Mirjam Koen en Gerrit Timmers van het Onafhankelijk Toneel hebben hun belangstelling voor opera in de jaren negentig een vast kader gegeven in Opera OT, dat in december verantwoordelijk was voor Händels Samson bij de Nederlandse Opera en in maart The Death of Klinghoffer van John Adams uitvoert.

De beladen drieakter Der Prinz von Homburg van Hans Werner Henze was bedoeld als het lang verwachte, internationale operadebuut van theaterregisseur Gerardjan Rijnders. Na dertig jaar regisseren, waarvan twintig jaar als artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, is Rijnders bezig aan een tweede carrière als freelancer. Daarbij richt hij zich ook op opera. Maar het Vlaamse muziektheatergezelschap Transparant was de Reisopera net te snel af. Rijnders debuteerde vorig jaar in Brugge met een ingetogen, esthetisch ogende en gemengd ontvangen productie van de opera Antigona (1772) van componist Tommasso Traetta. Die productie komt in maart naar het Muziektheater. ,,Het voelt als een volkomen logische stap mij nu meer met opera bezig te houden'', zegt Rijnders. ,,Maar natuurlijk is het ook onwennig en enerverend.''

Guus Mostart, intendant van de Reisopera, kende Gerardjan Rijnders' voorkeur voor de toneelwerken van Heinrich von Kleist en benaderde hem voor de regie van Der Prinz von Homburg. ,,Dat het een onbekende opera was trok me aan'', zegt Rijnders. ,,Het voorkomt dat mensen mijn enscenering kunnen vergelijken met andere. Maar dat betekent niet dat ik bekend repertoire systematisch uit de weg ga. Ik droom ervan ooit Wagners Tristan und Isolde te regisseren. Het lijkt me fantastisch de eindeloze verstilling van die opera spannend vorm te geven.''

Ondanks de Brugse debuutroof presenteert de Reisopera met Der Prinz von Homburg wel Rijnders' Nederlands debuut als operaregisseur. Een opvallend laat debuut, want zijn belangstelling voor opera begon al toen hij als student figureerde bij de Nederlandse Opera Stichting. In 1993 trok de Nederlandse Opera hem aan voor de regie van de wereldpremière van Peter Schats opera Symposion. Rijnders verwachtte in Symposion vrij met het materiaal om te kunnen gaan, zoals hij in zijn geruchtmakende ensceneringen en eigen geschreven voorstellingen voor Toneelgroep Amsterdam gewend was. Maar componist Peter Schat kon Rijnders' voornemen te snijden in zijn nog natte noten, voordat die zelfs maar hadden geklonken, niet waarderen. De samenwerking werd afgebroken.

Wie het regisseren van opera vergelijkt met de vrijheid van het maken van een eigen voorstelling, begrijpt Rijnders' moeilijkheden. De operaregisseur moet zich aanpassen aan een vast, door de componist voorgeschreven ritme. In Der Prinz von Homburg heeft Rijnders, in overleg met dirigent Rolf Gupta maar niet met componist Henze (,,Ik geef het eerlijk toe''), alleen een paar maten gesneden uit de orkestrale tussenspelen. ,,Die vond ik moeizaam'', verklaart hij. ,,Ze verklanken abstract wat er omgaat in het hoofd van de prins zonder dat er iets gebeurt, zonder dat hij op het podium aanwezig is. Wat moet een regisseur daarmee?''

Pruisische sabels

Het is zaterdagochtend in Enschede, twee weken voor de première. Bariton Daniel Broad (Prins) is enkele dagen tevoren gestruikeld bij een verplichte klim-escapade over het dak van het Pruisisch paleis en kan voorlopig niet lopen. Regieassistent Remi Beelprez neemt zijn rol waar en coördineert het verloop van de repetitie op het podium, waarachter in afwachting van de strijd een lugubere hoeveelheid Pruisische sabels ligt opgestapeld. Over het paleisbordes nadert langzaam en zacht zingend een rij officieren en hofdames, geflankeerd door de keurvorst en keurvorstin. Beneden vlecht een dromerige prins een lauwerkrans. ,,Der Prinz von Homburg!'' zingt de menigte bezwerend. Maar de prins heeft alleen oog voor zijn krans.

Wat componist Hans Werner Henze in het oorspronkelijk stuk van Heinrich von Kleist uit 1811 aantrok, was bovenal het gegeven van een dromerig individu (de prins) als held in een streng milieu. Der Prinz von Homburg gaat over het botsen van droom en werkelijkheid, de onverenigbaarheid van gehoorzaamheid en individualiteit.

Gerardjan Rijnders heeft het origineel nooit geregisseerd, vertelt hij. ,,Het leek me te veel een ellenlang mannenstuk over oorlog en Pruisische discipline, met mannenrollen, mannenthema's en weinig interessante vrouwelijke personages. Dat blijkt nu een vooroordeel. Bovendien duurt de opera maar half zo lang als het stuk, de handeling heeft veel meer vaart.''

Het vlotte tempo van de opera is de verdienste van dichteres Ingeborg Bachmann. Zij bekortte en bewerkte de oorspronkelijke tekst op verzoek van Henze drastisch tot een meer universeel aansprekend libretto. Veelzeggend is de verandering van de opvoedende woorden van de keurvorst tot de prins. Niet meer `gehoorzaamheid en discipline' moet hij leren, maar `vrijheid en eer'. De opera Der Prinz von Homburg werd, in Henze's eigen bewoordingen, een verhaal over ,,de verheerlijking van de menselijke goedheid. Een goedheid (...) die de mens een plaats wil geven, ook al is hij een dromer, of misschien wel juist daarom.''

Gerardjan Rijnders: ,,Goedheid? Der Prinz von Homburg blijft een verhaal over het conflict tussen wet en gevoel. Doordat de prins een bevel in de wind slaat, wordt de oorlog gewonnen. Toch verdient hij volgens de keurvorst de doodstraf. Is dat ernst, of een pedagogisch bedoeld dreigement? Ik laat dat in het midden. Uiteindelijk wordt de droom van de prins werkelijkheid en trouwt hij met de prinses, maar of de utopie wordt bewaarheid? Een happy end wil ik het in elk geval niet noemen!''

Tijdens de repetitie lichten achter twee ruiten in het paleis groene boompjes op. Later veranderen die in een dor winterlandschap. ,,Droom versus werkelijkheid en natuur versus dood'', wijst Rijnders. ,,Ofwel: Pruisische orde en discipline versus de Italiaanse onbekommerdheid waar Henze zich meer toe aangetrokken voelt.

,,Je kunt Der Prinz von Homburg op talloze manieren verbeelden. Ik heb gekozen voor verstilling. Je hoort hectiek, je ziet rust. Een fenomeen als oorlog kun je verbeelden met een toneel vol vuur en lijken, maar ik vind het effectiever één gewonde soldaat over het podium te laten strompelen. Ik heb deze opera rustig, eenvoudig willen ensceneren. Je moet het hele stuk kunnen zien als een droom van de prins over de ideale samenleving.''

Onderkoelde humor

Der Prinz von Homburg draait op en om – gezongen – dialogen en monologen. Men praat, duwt, trekt elkaar aan en stoot elkaar weg. In de personenregie gaat onderkoelde humor schuil in details, botsinkjes tussen de sfeer van de muziek en die van de handeling. Pruisische schildwachten posten voor het paleis. Ze slaan gedecideerd de armen over elkaar en gaan af en toe macho op de bal van hun voet staan. Links schuifelt, afwachtend, de keurvorst.

Rijnders: ,,Bedankt, U bent klaar!''

Sopraan Giorgia Milanesi (Natalie): ,,Nee, blijf nou!''

Tenor Kenneth Garrison (Keurvorst): ,,Alsjeblieft zeg, ik zit al in genoeg scènes!''

Muzikaal is Der Prinz von Homburg een opmerkelijke opera door het gebruik van vorm en schaal. Het orkest wordt op een kamermuzikale manier ingezet en tussen de bedrijven door wordt de droomwereld van de prins tastbaar in de tussenspelen. Alle tien scènes, steeds anders van muzikale `kleur', berusten bovendien op een klassieke vorm, zoals de fuga, het rondo of de passacaglia.

,,Hoe de muzikale vorm inhoudelijk precies in elkaar zit, interesseert me niet zo'', zegt Rijnders. ,,Wat ik interessanter vind, is dat Henze als componist door zijn toonaangevende, avant-gardistische generatiegenoten niet voor vol werd aangezien omdat hij nooit dogmatisch is geweest. In die zin is hij verwant aan de Prins von Homburg. Ook Henze is een dromer, een individu die zich aan de geldende wetten onttrekt.''

Uiteindelijk bestaat er weinig verschil tussen het regisseren van opera of toneel, vindt Rijnders. ,,Het gaat allemaal om het vertellen van een verhaal, met of zonder muziek. Soms ga ik zelfs expliciet tegen de muziek in, omdat juist dat een mooi effect geeft. Lastig is wel dat zangers, overigens net als veel acteurs, willen uitbeelden wat er gebeurt. Ik vind dat wanneer de tekst iets vertelt, het lichaam dat niet ook hoeft te doen. Als de muziek treurig is, kan het juist interessant zijn als een zanger blij acteert. Maar in de grote lijnen moet iedereen zichzelf zijn rol eigen maken. Ik kan wel bewegingen voorschrijven, maar dat leidt tot neptoneel. Mezzosopraan Annelies Lamm (Kurfürstin) heeft een heel verhaal geschreven over wat haar personage drijft, en voelt zich daardoor heel prettig in haar rol. Dat is toch prachtig?''

Tenor Kenneth Garrison (Kurfürst Friedrich Wilhelm) reageert tijdens het repetitieproces soms geagiteerd op vertragingen of onduidelijkheden, maar over Rijnders' regieaanpak is hij tevreden. ,,Ik haat het om als zanger als een pop te worden behandeld. `Hier je hand omhoog, daar een pasje naar links!' Rijnders laat ons alles zelf uitzoeken. Dat vind ik plezierig. Maar die werkwijze is niet typisch de benadering van een theaterregisseur. Ik ken voldoende `echte' operaregisseurs die óók zo werken. Een verschil is wel dat Rijnders al zijn op- en aanmerkingen persoonlijk met ons doorneemt. Hij spreekt de groep zelden als geheel aan. Dat valt me op, in positieve zin.''

De reacties in de pers op Rijnders' eerste opera signaleerden wel een duidelijk verschil tussen Rijnders eigen signatuur als theater- en operaregisseur. ,,Critici die mijn Antigona `braaf', `esthetisch' of `niet echt Rijnders' noemden hebben mijn enscenering van Kleists Penthesilea of De Cid niet gezien'', pareert Rijnders. ,,Het gaat me om de inhoudelijke relevantie van wat je ziet, zowel in het theater als in de film, maar een groot toneelbeeld ziet er snel esthetisch uit. Het eenheidsdecor van Der Prinz von Homburg oogt op het eerste gezicht óók heel aantrekkelijk, maar als je beter kijkt is het paleis rot. Dat past weer bij het onderwerp. De ideale samenleving waar de prins van droomt zal nooit werkelijkheid kunnen worden, vrees ik. Daarom laat ik het aan het slot regenen. Dat is mijn visie op het `en ze leefden nog lang en gelukkig'. Maar het is aan de toeschouwer zijn eigen visie te bedenken. Dat is nu juist het mooie van theater.''

`Der Prinz von Homburg' door de Nationale Reisopera: 31/1 Arnhem; 3/2 Enschede; 6/2 Utrecht; 10/2 Maastricht; 12/1 Leeuwarden; 17/2 Sittard; 21/2 Rotterdam. Inl. www. reisopera.nl of (053) 4878500.

Bij de Koninklijk Muntopera Brussel regisseert Rijnders dit najaar de wereldpremière van `Thyeste' van Jan van Vlijmen (muziek) en Hugo Claus (tekst). `Antigona' door Muziektheater Transparant is op 6, 8, 9 maart te zien in het Muziektheater, Amsterdam. Res.: (020) 6255455.

`Als je beter kijkt is het paleis rot' `Opera regisseren voelt als een logische stap'