Huwelijksmigratie remt emancipatie

De groeiende stroom huwelijksmigranten uit Marokko en Turkije belemmert de emancipatie van allochtone vrouwen. Zeventig procent van deze vrouwen heeft slechts de basisschool afgerond, waardoor ze nauwelijks toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Ook onderhouden de vrouwen geen sociale contacten met autochtonen.

Dat blijkt uit het rapport Emancipatie in Estafette, dat deze week door minister De Geus (Sociale Zaken) naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het rapport is een analyse van de positie van vrouwen uit etnische minderheden, gebaseerd op onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO).

Volgens de onderzoekers bevindt 53 procent van de vrouwen uit etnische minderheidsgroepen zich in een ,,kansarme positie''. Het overgrote deel van hen is van Turkse of Marokkaanse afkomst. Ook vallen relatief veel alleenstaande moeders van Surinaamse en Antilliaanse afkomst in deze groep. Wel heeft 56 procent van de vrouwen van Surinaamse afkomst een baan.

Tegenover de grote groep kansarmen staat een groeiende groep (inmiddels 22 procent van de vrouwen uit etnische minderheden) met een goede opleiding en een baan met aanzien. Ook hebben ze regelmatig contact met allochtonen. Minister de Geus wil dat de vrouwen uit die laatste groep ,,als rolmodellen worden ingezet'' ter ondersteuning van de emancipatie van allochtone vrouwen.

Volgens het onderzoek Emancipatie in Estafette is huwelijksmigratie sinds 1995 fors toegenomen. In 2002 kwamen 1922 Marokkaanse en 1866 Turkse vrouwen voor gezinsvorming naar Nederland. In 1995 waren die aantallen respectievelijk 575 en 943. Als deze trend zich voortzet, aldus de onderzoekers, stokt de emancipatie van de derde generatie vrouwen uit minderheidsgroepen. Wel constateert het rapport dat met name de tweede generatie Turkse en Marokkaanse vrouwen ,,een enorme sprong'' vooruit hebben gemaakt te opzichte van hun ouders.