Het Rupsje.

Het rupsje Anna zat op haar blaadje te eten.

Daar zitten oma en opa.

Hallo, zegt Anna tegen opa.

Hallo, zegt opa tegen Anna.

Kom je ook een kopje thee drinken, zegt oma.

Ja, maar heel even. Goed?

Goed, zegt oma.

Daar komt mijn vriendin al aan, zegt Anna.

Goed, zegt oma, ga dan maar

Doei, zegt Anna.

Help! Oma, daar komt een roofvogel aan.

Hij wil me opeten.

Kijk, zegt oma tegen Anna, de roofvogel vliegt al weg.

Gelukkig, zegt Anna.

Ik moet nu echt gaan.

Doei.

Ik ga met mijn vriendin naar een lekker blaadje.

Goed doei.

Veel plezier.

Mmm, zegt Anna, dit blaadje is lekker zeg.

Vind ik ook, zegt haar vriendin.

Ik zit vol, zeggen ze allebei.

Kom, het is al laat. Zullen we gaan slapen?

Goedemorgen, zegt Anna.

Wat zie jij er uit, zegt Net.

Wat is er dan, vraagt Anna.

Volgens mij ben jij een vlinder geworden zegt Net.

HOOOEEEERRRRAAAA, roepen ze allebei.

Je bent een vlinder.

Eigen verhaal van Dieuwertje Mekking, 8 jaar, Sambeek