Het morele gelijk van de overwinnaar

Robert McNamara rekende uit hoe Japan efficiënt kon worden gebombardeerd en stuurde als minister duizenden Amerikanen naar Vietnam. Een film over lessen van oorlogsvoering – en het geweten van een technocraat.

,,Oorlog is zo complex'', zegt Robert McNamara, ,,dat het niet binnen het menselijk vermogen ligt om alle facetten ervan te doorzien. Ons oordeel, ons begrip is niet toereikend en we doden onnodig.''

McNamara, Amerikaanse minister van Defensie onder de presidenten Kennedy en Johnson, doet die uitspraak tegen het einde van The Fog of War, een fascinerende documentaire van filmmaker Errol Morris. De film is vorige week in de VS uitgebracht, deze week op het Rotterdams filmfestival vertoond, genomineerd voor een Oscar en nu al goed voor verhitte discussie.

De inmiddels 85-jarige McNamara spreekt in het bewuste filmfragment niet over het omstreden conflict in Irak, maar over die bittere oorlog in Vietnam – waarbij vanaf het midden van de jaren zestig tot de val van Saigon in 1975 58.000 Amerikanen en 1,3 miljoen Vietnamezen om het leven kwamen. Als minister van Defensie speelde hij een belangrijke rol in die oorlog.

Het is een onthullende passage omdat McNamara een poging doet te verklaren waarom hij zich pas zo laat in zijn leven publiekelijk heeft uitgesproken tegen die bloedige slag. De `fog of war' of `oorlogsnevel' had hem het zicht op rationele standpunten ontnomen, stelt hij. Daarom werden er steeds meer jonge Amerikanen de Vietnamese jungle in gestuurd terwijl de minister eigenlijk al wist dat de oorlog niet gewonnen kon worden.

Die laatste bekentenis deed hij ook al in zijn veel besproken boek In Retrospect dat in 1995 verscheen. Daarin geeft hij voor het eerst volmondig toe dat de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam eigenlijk ,,een vergissing'' was. Een inzicht waartoe hij niet in een vlaag van bezinning en pas in de herfst van zijn leven was gekomen, maar een overtuiging die hij zelfs in functie, als verantwoordelijk minister, al had gehad. ,,Ik had er altijd veel vertrouwen in dat er voor ieder probleem een oplossing was, maar nu zag ik mijzelf geconfronteerd met een [probleem] – waarin nationale trots en menselijk leven een rol speelde – waarvoor die [oplossing] ontbrak'', schrijft McNamara. Het was een bekentenis die begrijpelijkerwijs veel emoties losmaakte onder Vietnam-veteranen en hun familieleden, die zich hadden opgeofferd voor argumenten van mensen als McNamara.

Filmmaker Errol Morris, die werd gegrepen door In Retrospect, zoekt in The Fog of War naar een verklaring waarom McNamara de escalatie van de Vietnamoorlog niet heeft voorkomen. Dat doet hij in een ingenieuze documentaire, waarin hij 23 uur van gesprekken met McNamara heeft gecomprimeerd tot een 1 uur en drie kwartier durende les in de recente geschiedenis. `Elf lessen' zelfs, uitgelegd door een van de meest omstreden en belangrijkste spelers van het spel zelf.

Uit nooit eerder uitgezonden geluidsopnamen van gesprekken met de presidenten Kennedy en Johnson en McNamara blijkt dat McNamara, die van 1961 tot 1967 minister van Defensie was, al vroeg zijn twijfels had over het effect van Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam. Hij ried Kennedy aan de Amerikaanse `adviseurs' in Zuid-Vietnam terug te halen en Johnson (die in 1963 aantrad) geen troepen meer te sturen. Beide adviezen werden genegeerd. Tegelijkertijd verkondigde McNamara in het openbaar met grote stelligheid de noodzaak en het gegarandeerde succes van de operatie ter voorkoming van omvallende domino's onder het communistische gevaar. Hij legde zijn functie pas neer toen al 25.000 Amerikanen en honderdduizenden Vietnamezen waren gesneuveld.

Voor generaties Amerikanen was McNamara een hooghartige technocraat die emotieloos verslag deed van de verschrikkingen in Vietnam. Hij was de man van de koele getallen, de boekhouder van het leger, onbarmhartig, `Mac the Knife', `de wandelende IBM-machine en iemand zonder enige compassie of gevoel.

Maar niet in de film van Morris. Daar zien we vooral een oude grijze man met donkere waterige ogen, die ons dankzij een speciale cameratechniek recht aankijkt. Hij heeft ze duidelijk nog op een rijtje, McNamara. Weet precies waarover hij praat en verwoordt zijn gedachten met stemverhef en vlijmscherp. Maar af en toe breekt zijn stem, krijgt hij een brok in zijn keel of lopen zijn ogen vol.

Veelzeggend en nieuw is bijvoorbeeld de gedetailleerde beschrijving die McNamara geeft van zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog. Daarin vertelt hij hoe hij als analist in dienst van de Amerikaanse luchtmacht zorgvuldige berekeningen maakte over de effectiviteit van hoogtebombardementen op Japan. Door flink lager te gaan vliegen, zo berekende McNamara, werd de doelmatigheid van de bombardementen zo veel groter dat de risico's die de Amerikaanse piloten liepen, daartegen konden worden weggestreept. Zijn gewaagde advies werd opgevolgd en op één nacht vielen er alleen al in Tokio 100.000 burgerslachtoffers. ,,Als we uiteindelijk hadden verloren'', zegt McNamara dan, ,,zouden we zijn berecht als oorlogsmisdadigers''. Maar, ,,wat maakt het immoreel als je verliest en niet immoreel als je wint?'', concludeert hij tenslotte.

Dezelfde analytische koelbloedigheid legt hij aan de dag ná die oorlog, wanneer hij carrière maakt bij autofabrikant Ford en het uiteindelijk schopt tot de hoogste baas van dit wereldconcern. Alweer geven zijn eindeloze tabellen de doorslag in bedrijfsbeslissingen, dit keer om levens te redden. McNamara ontdekt na uitgebreide studie (waarbij onder andere schedels door een trapgat naar beneden worden gegooid om te testen wanneer ze breken) dat veel potentiële klanten van Ford om het leven komen bij auto-ongelukken, en dus introduceert de hij de autogordel.

Intrigerend is dat McNamara zowel sympathie als afkeer oproept in The Fog of War. Sympathie omdat hij wel bereid is de machtige rol die hij heeft gespeeld tegen het licht te houden, afkeer omdat hij ternauwernood schuldbesef toont. De architect van de `Rolling Thunder', het bommentapijt op Vietnam, waarbij meer bommen werden afgeworpen dan tijdens de hele Tweede Wereldoorlog, erkent de nutteloosheid ervan, maar verwoordt geen berouw. Daarvoor verwijst hij naar zijn hoogste bazen, Kennedy en Johnson, aan wie hij absolute trouw had gezworen.

Wat het allemaal oproept, zijn noodzakelijke vragen over de trouw van McNamara aan de waarheid en aan het Amerikaanse volk dat eronder heeft geleden. Morris komt daar pas naderhand, in een telefonisch gesprek aan het einde van de film aan toe.

,,Waarom sprak u zich niet uit tegen de Vietnamoorlog nadat u de regering van Johnson had verlaten?'', vraagt hij McNamara.

Die antwoordt: ,,Ik ga niet meer zeggen dan ik al heb gedaan. Veel mensen begrijpen de oorlog niet, begrijpen mij niet. Veel mensen vinden mij een vuile schoft.''

Morris: ,,Voelt u zich op enige manier verantwoordelijk voor de oorlog? Voelt u zich schuldig?''

McNamara: ,,Ik wil hier niet op door gaan. Het leidt enkel tot meer controverse.''

Morris: ,,Heeft u het gevoel dat u veroordeeld wordt, of u nu spreekt of zwijgt, ongeacht wat u zegt?''

McNamara: ,,Ja, dat is correct. Ik kies er liever voor veroordeeld te worden als ik zwijg.''

Het is een enigszins verontrustend einde van een film waarin McNamara goochelt op de messcherpe rand van zijn geweten. Zoekt hij nu vergiffenis of wil hij gewoon zijn geschiedenis rechtzetten? Zeker is dat McNamara meer weet dan hij al heeft vertelt. En dat maakt nog nieuwsgieriger.