Het bovenzeeërtje 5

Zo hard als hij kon, reed het visje naar de rand van de zee,

waar de golven zijn. Hij ging met zijn bovenzeeërtje het strand op

en keek zijn ogen uit. Daar lagen een heleboel mensen,

ze werden gebakken in de zon.

Hij zag een hond, die tegen hem blafte. En kinderen. En dikke en dunne

meneren en dikke en dunne mevrouwen. De hond sprong vrolijk voor het

bovenzeeërtje, het visje moest remmen. STOP! riep het visje. Piepend kwam het bovenzeeërtje tot stilstand, vlak voor de hond.

Volgende week: Een meneer in de zon

`Het bovenzeeërtje', een Gouden Boekje naar een idee van Hein Kruiswijk, komt in het voorjaar uit.