Haar heupen en de kosmos

Tot hij een eind in de twintig was had Ray Foster, bijgenaamd Fos, de hoofdpersoon van Marianne Wiggins' achtste roman, nooit iets met een vrouw beleefd. Toen ontmoette hij op een reis uit Tennessee naar North Carolina de al even onervaren dochter van een glasblazer, Opal, en meteen ontknoopte hij haar jurk. Een week later waren zij getrouwd. Vijfendertig jaar later, wanneer zij allebei dood zijn, ontmoet hun aangenomen zoon in Californië een meisje, Pat, met wie hij een vertrouwelijk gesprek heeft. Hij reist naar Nevada om zich te beraden en dan terug naar haar: zij is de ware.

De grootste prijs van het leven wordt zonder omslag aan de kandidaten uitgereikt, lijkt Wiggins ons te leren, zonder te willen zeggen dat het altijd goed afloopt. Fos' vriend en collega Flash raakt verwikkeld in een onstuitbare liefde met een meisje van veertien dat sterft aan een abortus, en hij brengt de volgende twintig jaar in de gevangenis door.

Wie na afloop van de roman aan deze hoofdpunten terugdenkt ziet een overzichtelijk verhaal. De ervaring tijdens het lezen is anders. De schrijfster werkt in een duizelingwekkende verbeeldingswereld van waaruit zij ons een stroom ideeën en inzichten toezendt, variërend van helderziend tot alledaags, en van veelzeggend tot onbegrijpelijk. `In de tijd die Fos nam om zijn hand te laten afdalen van de schouder van Opal naar haar heupen had de tollende aarde meer dan een halve mijl afgelegd in wat zij waarnamen als een oostelijke richting': zo kosmisch omlijst zij het beeld van een jonge liefde. Niet alleen hanteert zij zelf zulke ruime termen, zij schrijft ze ook aan haar personages toe, vooral aan Fos.

Met haar alomvattende gedachten en haar proza dat zich heen en weer beweegt tussen een poëtische en een populaire pool klinkt Marianne Wiggins als een ontkerstende evangelist. Sommige lezers zal dat na verloop van tijd te machtig worden. Wie volhoudt wordt beloond. Het verhaal van Fos' leven gaat niet alleen over kosmische waarnemingen en emotionele ontboezemingen. Het eerste wat wij van hem horen is dat hij in 1918 in het Amerikaanse leger in Frankrijk gediend heeft. Later komt hij te werken op het geheime terrein van Oak Ridge waar aan de atoombom gewerkt wordt. In de laatste honderd pagina's gaan de gebeurtenissen de filosofie definitief overstemmen; daar neemt het verhaal een dramatische wending. De aangenomen zoon van Fos en Opal moet in 1945 op zijn negende jaar beleven dat zijn moeder sterft aan stralingsziekte en zijn vader haar dood deelt; hij zelf wordt in een verzorgingstehuis opgenomen.

Na dat emotionele knooppunt ontspant de roman zich geleidelijk wanneer de jongen, op zijn zestiende uit het tehuis vrijgelaten en student geworden, in Californië zijn ware liefde ontmoet. Waarschijnlijk zal dit werk van Marianne Wiggins langer en scherper in de herinnering blijven dan veel romans die met meer beheersing en humor en gevoel voor proportie geschreven zijn.

Marianne Wiggins: Evidence of Things Unseen.

Simon & Schuster, 383 blz. €24,95