Europarlement kapittelt Commissie over fraudezaak

Het Europees Parlement is niet te spreken over de wijze waarop Europees Commissaris Pedro Solbes (Economisch en Monetair Beleid) is opgetreden in de zogeheten Eurostat-zaak.

In een met één stem verschil aangenomen motie heeft het parlement gisteren zijn treurnis uitgesproken over het feit dat de uit de Spaanse sociaal-democratische partij afkomstige Solbes niet eerder is opgetreden tegen de fraudepraktijken bij het Europese bureau voor de Statistiek en ook geen politieke verantwoordelijkheid genomen heeft toen vorig jaar zomer de omvang van het probleem duidelijk werd. De motie werd met 175 tegen 174 stemmen aangenomen.

Vorig najaar dreigde de fraudekwestie bij het Eurostat nog op een harde confrontatatie tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie uit te lopen. In 1999 dwong het parlement de toenmalige Europese Commissie, onder leiding van de Luxemburgse voorzitter Jacques Santer, tot aftreden in verband met de administratieve chaos die er op de burelen van het dagelijks bestuur van de Europese Unie heerste. De fraudekwestie bij Eurostat was de grootste zaak die sinds 1999 aan het licht kwam.

Uit accountantsonderzoek bleek vorig jaar dat sommige gelden van Eurostat op aparte bankrekeningen waren geparkeerd en zo buiten het zicht van de Europese Commissie bleven. Ook verleende Eurostat opdrachten aan statistische bureautjes die waren opgezet door (ex-)medewerkers. De contracten met deze firma's werden afgelopen zomer opgezegd en de leiding van Eurostat werd vervangen. Volgens het onderzoek is ongeveer vijf miljoen euro zoekgeraakt.

Centraal voor het Europees Parlement stond de verantwoordelijkheidsvraag. Eerder was al gebleken dat de parlementariërs de zaak niet zo hoog zouden opnemen door het aftreden van de verantwoordelijke commissarissen te eisen.

Het parlement nam het gisteren op voor de ambtelijke medewerkers die de praktijken van Eurostat aan de orde hebben gesteld. Deze zogenoemde klokkenluiders, onder wie de Nederlander Paul van Buitenen, zijn in het verleden vaak slecht behandeld, zeker in vergelijking met de clementie waarop ambtenaren die onderwerp waren van het fraude-onderzoek konden rekenen, aldus het parlement.

Het Europees Parlement sprak verder nog uit dat de leidende rol van commissarissen over het Europese ambtenarenapparaat en de daarbij horende politieke verantwoordelijkheid duidelijker moet worden geformuleerd.