Eens had hij de tijd aan een touwtje

Een liefde in Parijs, de eerste roman van Remco Campert sinds veertien jaar, besluit met een knal.

Tot op de laatste bladzijde zijn we meegevoerd in het leven en de geest van Richard Sanders, een oudere schrijver die in Parijs op de schreden van zijn verleden terugkeert. Sanders luncht met zijn Franse uitgever, slentert door de stad, ontmoet een beroemd geworden jeugdvriend, presenteert de vertaling van een novelle, en probeert ondertussen zijn door drank aangetaste geheugen op te frissen. Want wat heeft hij toch gehad met de `elegante vrouw' die hem op straat heeft aangesproken, en die de beroemde schrijver heel wat beter blijkt te kennen dan hij haar?

Het verhaal kabbelt 155 bladzijden rustig voort, onderbroken door flashbacks naar het rozevingerige of zelfs minder florissante verleden. En dan, tijdens een cafégesprek dat Sanders met de hem steeds minder onbekende vrouw heeft, volgt het soort clou dat je nog wel eens tegenkomt in een ouderwets kort verhaal. Zo'n plotwending waarvoor de gemiddelde romanschrijver zich hoedt en die je als recensent niet mag navertellen omdat je dan het plezier van toekomstige lezers vergalt. Verrassend, jazeker, maar ook een tikje goedkoop, en onder het niveau van Remco Campert, die weliswaar excelleert in karikaturale verdraaiingen van de werkelijkheid, maar die in zijn romans en poëzie juist de schoonheid van het onvoltooide benadrukt.

Aanloop

`Het gedicht is op zijn mooist als het op weg naar af is', zegt de hoofdpersoon van Camperts novelle Als in een droom (2000). En zo is Een liefde in Parijs op zijn best in de aanloop. Richard Sanders, `ten prooi aan lusteloze gedachten over de bruikbaarheid van zijn leven', is een man die medeleven oproept, ook al blijkt binnen een paar hoofdstukken dat hij aardig wat puin op zijn pad heeft laten slingeren. Hij is een onverbeterlijke nostalgicus die lijdt onder de gedachte dat het geluk hem altijd is ontglipt. Behalve in Parijs, toen hij als beginnende dichter samen met een schildervriend in een armoedig appartement `een potdicht leven' leidde `waarin de rest van de wereld niet bestond.' Zijn vriend werd beroemd, ze groeiden uit elkaar, en veertig jaar later is er van de vroegere magie weinig over: `Hier in Parijs was hij gelukkig geweest, maar toen wist hij het niet en nu viel het niet meer te achterhalen.'

Voorheen Rik Sanders (`Nooit zou hij een Richard willen worden, een man die zich verzoend had met de maatschappij') bevindt zich overduidelijk in wat je een `latelife crisis' zou kunnen noemen. Zijn goede vader, een beroemd toneelspeler, heeft hem op het hart gedrukt om zich niet te veel te hechten – en daar heeft hij zich aan gehouden, met als gevolg dat hij van vrouw naar vrouw is gegaan en zelfs met zijn echtgenote sinds jaar en dag een lauwe verhouding onderhoudt. Nog erger is het dat hij voor zijn gevoel de controle over de tijd is kwijtgeraakt: `Lang had het leven eindeloos geleken. Hij had de tijd aan een touwtje dat hij zonder de controle te verliezen onbeperkt kon vieren. [...] De rollen waren omgedraaid: de tijd speelde met hém.'

Parijs in de eenentwintigste eeuw is voor Richard een teleurstelling, net als het weerzien met zijn veramerikaniseerde vriend Tovèr. Hij is een toerist in de Lichtstad, die hij vijftig jaar eerder verliet voor Antwerpen en daarna Amsterdam. `In werkelijkheid had hij nooit bestaan in deze stad, besefte hij opeens scherp. Alleen zijn jeugd, die voorbij was, had hier kortstondig bestaan en zelfs dat was ongemerkt aan de stad voorbijgegaan.' En hoewel Sanders zich ook realiseert dat hij alleen in het schrijven op zijn schreden kan terugkeren (`opnieuw beginnen, fouten herstellen'), laat hij die kans voorbijgaan. Als zijn Franse uitgever hem vraagt om een bijdrage te leveren aan zijn reeks Un Amour à... antwoordt hij laf dat hij liever over Antwerpen schrijft.

Nostalgie en de vergeefsheid van het leven zijn twee van de grote thema's van Remco Campert. En hoewel hij zijn held laat mopperen op de mode om de schrijver en zijn werk gelijk te stellen (`klakkeloos werd aangenomen dat jij model had gestaan voor de hoofdpersoon in je boek'), heeft hij ongetwijfeld veel van zijn eigen ervaringen in zijn roman verwerkt. Als zoon van een toneelspeelster ging Campert in 1949 naar Parijs om het als dichter te maken; en daar was het Alle Dagen Feest, zoals de titel van zijn eerste verhalenbundel (1954) luidt. De kunstenaarsromantiek die hij in Een liefde in Parijs beschrijft, neemt soms Monty Python-achtige vormen aan (`Als ze het kookplaatje wilden gebruiken, moesten ze het licht [...] uitdoen, anders ploften de zekeringen'); maar ze komt overtuigend en sympathiek over.

Rondleiding

Een liefde in Parijs lijkt dan ook geschreven als een schaduwgeschenk voor de aanstaande Boekenweek, die is gewijd aan Frankrijk. De roman, die overigens slechts zesduizend woorden langer is dan een `verhaal' als Somberman's actie (Boekenweekgeschenk 1985), geeft een afwisselend romantisch en realistisch beeld van de Franse hoofdstad. Af en toe leest hij zelfs als een toeristische rondleiding door de stad, inclusief een beklimming van de Eiffeltoren, een wandeling door het Luxembourg-park en een bezoek aan De kale zangeres in het toeristenfuiktheater in de rue de la Huchette. Het is niet moeilijk te raden waarom uitgeverij De Bezige Bij de publicatiedatum van Een liefde in Parijs een volle maand heeft vervroegd: in maart zou Campert moeten concurreren met de twee dozijn andere Frankrijkgangers die op het thema van de Boekenweek inhaken.

Waarschijnlijk zou Campert nog als een van de winnaars uit die concurrentiestrijd tevoorschijn zijn gekomen. Maar dat wil niet zeggen dat Een liefde in Parijs een onverdeeld succes is. Natuurlijk kunnen we genieten van Camperts weemoedig-ironische stijl, en natuurlijk wemelt het in de roman van gave zinnetjes, zoals het droogkomische commentaar op een bioscoopbezoek: `Het was een larmoyant gegeven en Richard moest dan ook een paar keer de tranen uit zijn ogen wissen.' Maar het einde van het boek is een teleurstelling, terwijl je na een bladzijde of honderd enigszins genoeg krijgt van de steeds hernomen idealisering van het verleden en de spijt over een verloren jeugd.

`Misschien was de leeftijd wel aangebroken om met zekere virtuositeit wat kleine werkjes af te scheiden', bedenkt Richard als hij met zijn uitgever praat over de serie Un Amour à... Misschien ja, maar je zou hopen dat zijn 74-jarige geestelijke vader die virtuositeit ook tot het einde toe zou etaleren. Campert is het aan zijn stand verplicht.

Remco Campert:

Een liefde in Parijs.

De Bezige Bij, 160 blz. €15,– (geb)