`Een boeddhist slacht geen kippen'

De kippengriep heeft hard toegeslagen in Thailand. Een kippenboer kan het ruimen niet aanzien. ,,Dit is toch een boeddhistisch land?''

De spraakwaterval van de Thaise kippenboer komt plotseling volledig tot stilstand. Want hij wordt herinnerd aan De Dag.

De Dag was eerder deze week, zo'n dertig soldaten en gevangenen zijn 28.000 kippen kwamen ruimen. Reden: de kippengriep. Ze waren zacht aan komen marcheren, want ze droegen rubberen laarzen. Aan hun handen felgekleurde rubberen afwashandschoenen en op hun hoofd gebloemde douchemutsen. Legkip na legkip rukten de ruimers uit de hokjes, stopten ze levend in zakken en begroeven ze pal voor de schuur. ,,Ik kon het niet aanzien'', zegt de boer na een minuut zwijgen. ,,Ik mis mijn kippen. Ik mis hun geluid.'' Hij staart naar een van zijn volledig lege kippenschuren die, zoals gebruikelijk in Thailand, op palen in een visvijver staat. ,,Kippenpoep is het beste visvoer. Nee, natuurlijk kunnen vissen geen vogelgriep krijgen.''

De buren van de 47-jarige Somchai Jai Dee Choey zeggen dat de kippenboer annex viskweker onbedaarlijk heeft moeten huilen toen hij de bewegende zakken zag. Daarna is hij flauwgevallen. ,,Dit is toch een boeddhistisch land?'', zegt Somchai nu bitter. ,,Levend begraven: dat hoort niet. Politici in Bangkok hebben geen idee wat ze aan deze vogelgriep moeten doen, want een epidemie als deze is nooit eerder voorgekomen.''

De boer heeft een kostenpost van 80.000 euro, zijn illegale Birmese werknemers kon hij bij zijn broer kwijt. ,,Die heeft een suikerrietplantage.'' Maar hij gaat door met de kippen. ,,Anders moet ik ook stoppen met de vissen. Daar verdien ik het meeste aan.'' Hij kijkt naar de flonkerende boeddhistische tempel aan de overkant van de weg: ,,Ik heb mijn geloof niet verloren. Twintig jaar lang heb ik alleen de eieren van mijn kippen genomen, nooit heb ik er één gedood. Het goede karma zal komen.''

In het district Song Phi Nong, dertig kilometer rondom de boerderij van Somchai, hebben alle honderd boeren hun kippen levend begraven zien worden. Zo'n vijf miljoen stuks, schat hij. ,,Ook in de rest van Suphan Buri leeft geen kip meer.'' Suphan Buri is een van de meest welvarende provincies van Thailand. De vlakke gronden zijn zeer vruchtbaar en water, essentieel voor de Thaise wijze van kippen-met-vissen houden, is er in overvloed. Voor de Thai is Suphan Buri de kippenprovincie – de bron van eieren en kippenvlees.

Voorlopig is dat voorbij. Uit de kippenhangars die overal op palen in het water staan klinkt geen geluid meer. Voor elke schuur ligt vers omwoelde grond met sporen van rupsbanden. Op de meeste dichte kuilen ligt nog een laag kalk die het ontbindingsproces zou moeten versnellen. Kippen die wisten te ontsnappen liggen nu dood in de visvijver.

Vandaag verklaarde de regering dat het vogelgriepvirus zich inmiddels naar 29 van de 76 Thaise provincies heeft verspreid, maar dat Suphan Buri `virusvrij' is. Er is daar dan ook nauwelijks gevogelte dat het virus zou kunnen dragen.

Beroofd van hun kippen, zijn vooral de kleine boeren ten einde raad. Zoals de boerin Sawang Pornkasem: ,,Mijn man doet de vissen, ik doe, eh, deed de kippen.'' Ze heeft één kippenschuur waaruit dagelijks 1.200 eieren kwamen, maar die is nu leeg. ,,Het voelt alsof ik tweeduizend baby's heb verloren. Bovendien verveel ik me enorm sinds ze een paar dagen geleden de kippen zijn komen halen. Ik heb ze niet geholpen, want dan zou ik een zonde hebben begaan. Ik heb gehuild, dus vraagt u me er alstublieft niet verder naar.''

Zoals alle boeren krijgt Sawang een schadevergoeding van veertig baht, 80 eurocent, per gedode kip. ,,Maar ze hebben me honderd baht gekost. Bovendien moet ik nog zien of we dat geld echt krijgen.'' Stoppen of doorgaan? De boerin is erg gaan twijfelen. Die schuur staat er en daar heeft ze met haar man veel geld in gestoken. Maar hoe lang duurt het voordat er weer 2.000 leggende kippen inzitten? ,,Over drie maanden mogen we weer kippen houden. Maar waar haal ik die vandaan? Nog even en er zijn in heel Thailand geen kippen meer. En als ik dan misschien ergens kuikentjes kan krijgen, dan nog duurt het twintig weken voordat die hun eerste ei leggen.''

Boer Somchai ziet het nog veel somberder in: ,,Pas over twee jaar is alles weer normaal. Ik schat dat eenvijfde van de boeren zal stoppen met kippen, vooral de kleine boeren.'' Dag na dag staan de tranentrekkende verhalen van zulke boeren in alle kranten. Ze hebben net een nieuw dak op hun schuur gezet, of voor maanden voer ingeslagen of hebben de opbrengst van eieren of kippen nodig voor een kind dat net deze week voor het eerst naar een dure school gaat.

Zonder uitzondering klagen ze over de manier waarop de regering van premier Thaksin Shinawatra ze zal compenseren. Sommige boerenorganisaties roepen kiezers al op bij de parlementsverkiezingen volgend jaar niet op de Thai Rak Thai te stemmen. Die partij, Thai Houden Van Thai, is het politieke vehikel van Thaksin die tot voor de vogelgriepuitbraak zo goed als zeker was van een eclatante verkiezingszege. Vooral dankzij de stemmen van de plattelandsbevolking, de meerderheid van het electoraat. ,,Dit zijn mijn zwaarste dagen als premier'', liet Thaksin zich deze week ontvallen. Reden is de zogenoemde tweelingcrisis, want naast de vogelgriep epidemie, kampt het overwegend Boeddhistische Thailand in het islamitisch zuiden met problemen van religieuze aard: met bloedige moordaanslagen jagen separatistische moslims de Boeddhistische bevolking daar de stuipen op het lijf. ,,Het is: zuiden, kippen, kippen, zuiden, zuiden, kippen enzovoort'', zo vatte Thaksin zijn agenda van de afgelopen weken samen.

De boeren voelen zich ook het slachtoffer van een regering die veel te laat in actie is gekomen. Afgelopen vrijdag gaf Thaksin via zijn woordvoerder toe dat het vogelpestvirus misschien toch in Thailand actief was. Twee kinderen zijn er inmiddels aan overleden, één ligt op sterven en van zes recente doden moet nog worden vastgesteld of hun dood te wijten is aan virus H5N1.

Tegelijk komen verhalen in de krant over jongens zoals de 15-jarige Watchara Boonrod, zoon van een kippenhouder. Op diens boerderij zijn vanaf begin december kippen gestorven aan een mysterieuze ziekte. Watchara ging ze volgens zijn moeder verzorgen, aaide ze, liep rond met de kippen in zijn armen en overleed op 27 december. Aan longontsteking, zeiden de artsen toen.

,,Bij mij gingen de eerste kippen ongeveer een maand geleden dood'', herinnert boer Somchai zich. Hoe het virus in zijn boerderij is gekomen weet hij niet. ,,De regering zegt dat trekvogels het virus hebben meegenomen. Ze zeggen dat als wij weer kippen willen hebben, we een net over al onze kippenschuren moeten leggen. Die mensen in Bangkok weten echt niet waar ze het over hebben.''