Debat over Blair en de BBC

Hutton: betere controle nodig

De wijze waarop de media berichten [...] over zaken die relevant en belangrijk zijn voor het publiek, is een essentieel onderdeel van het leven in een democratische samenleving. Het recht om zulke inlichtingen door te geven is evenwel onderworpen aan de restrictie – die juist bestaat ten behoeve van die democratische samenleving – dat de media zich dienen te onthouden van valse beschuldigingen die twijfel zaaien aan de integriteit van anderen, inclusief politici. Wanneer een verslaggever van zins is informatie uit te zenden of te publiceren die twijfel zaait aan de integriteit van anderen, dient de leiding van zijn omroeporganisatie of krant zich ervan te verzekeren dat er een stelsel functioneert dat zorgt dat zijn redactie grote aandacht schenkt aan de formulering van het bericht, en aan de vraag of het onder alle omstandigheden correct is om het uit te zenden of te publiceren.

(Citaat uit conclusies van het rapport-Hutton).

Verhaal was juist

Het vermogen van juridische experts uit het Hogerhuis om een grote hoeveelheid gegevens te onderzoeken en vervolgens precies het tegendeel te concluderen van de rest van het land, is bijna net zo amusant als de neiging van deze nobele experts om simpele woorden op een bizarre of anachronistische manier uit te spreken.

Het is niet alleen zo dat het verhaal, zoals het op 29 mei ter tafel lag, in grote lijnen juist was, het is sindsdien ook eindeloos bevestigd. Het verhaal was als volgt: een aanzienlijk lid van de inlichtingengemeenschap had ernstige twijfels over de wijze waarop de regering de door hem en zijn collega's vergaarde gegevens gebruikte; bovendien was Alastair Campbell of zijn bureau de voornaamste verantwoordelijke voor het `opkloppen' van het dossier uit september waarin het gevaar van de zijde van Irak opzettelijk overdreven werd voorgesteld.

(Rod Little, ex-eindredacteur van het programma Today en degene die Gilligan heeft aangenomen, in The Spectator, 30 jan).

Smakeloos victoriegekraai

Het victoriegekraai van de regering over de geschokte, gedemoraliseerde BBC doet wat smakeloos aan. Smakeloos en onverstandig. De aanblik van Alastair Campbell die zich voor de gelegenheid weer als woordvoerder van de premier heeft opgeworpen , die roept dat er meer koppen moeten rollen, druist in tegen het gevoel voor fair play van het Britse volk.

Greg Dyke, de directeur-generaal van de BBC, had gisteren niet moeten aftreden. Van het eervolle vertrek van Gavyn Davies, de voorzitter van de Raad van Bestuur, kun je zeggen dat zo'n groot offer niet vereist was. Maar er valt iets te zeggen voor de ouderwetse opvatting dat de top uiteindelijk verantwoordelijk is. En als de bal eenmaal daar ligt, dan blijft hij daar; hij kaatst niet terug om in de lagere bestuursrangen nog wat kegels om te leggen. [...

De premier moet bedenken dat zijn streven om de tegenstander volkomen te vernederen, de eerste jaren van Thatcher in herinnering roept. Er is voor Blair geen betere manier om de Britten van zich te vervreemden dan te vervallen in de ergste fouten van zijn voormalige Conservatieve voorbeeld.

De indruk dat hij de BBC wil vermorzelen, maakt de gedachte onverdraaglijk dat hij verantwoordelijk is voor de benoeming van de opvolger van Davies, die op zijn beurt de opvolger van Dyke zal benoemen. [... In de rechtstreekse confrontatie tussen de regering en de BBC waar deze crisis in hun betrekkingen op is uitgelopen, mogen de ministers niet zonder meer aannemen dat het publiek partij zal kiezen voor de regering. Een gewonde, onthoofde BBC is niet wat de kiezers zich als resultaat van dit onderzoek hadden voorgesteld, en zij zouden de schuld ervan weleens bij de ministers kunnen leggen. De `overwinning' op de BBC van deze week zou zich weleens tegen de premier kunnen keren.

(Hoofdartikel The Independent, 30 jan).

Waardevolle BBC

Pas nu de BBC zulke klappen krijgt, komen wij erachter hoe waardevol zij is. Woensdagavond viel op hoe volkomen onbevooroordeeld haar nieuwsteam berichtte over de crisis waarin zij was beland. [...] het zou een dwaling zijn als de BBC zou proberen te overleven in een cultuur van gehoorzaamheid. De BBC is iets heel zeldzaams, een waardevol, uit een algemene heffing gefinancierd overheidsinstituut, dat een vrijbrief heeft om met rationele scepsis de regering in het oog te houden. Als er kritiek mogelijk is op de BBC-cultuur, dan hooguit dat het, wanneer je er eenmaal in zit, gemakkelijk is om te vergeten hoe buitengewoon geprivilegieerd ze is door de solide financiering uit de omroepbijdrage. Hoe kan de journalistiek van de BBC haar vrijheid om te analyseren en kritische vragen te stellen handhaven, en tegelijkertijd komen tot een solide definitie van de heel eigen aanpak die haar verplichte omroepbijdrage en haar plicht tot onpartijdigheid vereisen? Dat zal volgend jaar bij de vernieuwing van de statuten een van de voornaamste discussiepunten worden.

(Tim Gardam, voormalig hoofd actualiteiten bij de BBC, en voormalig directeur televisie bij Channel 4, in The Guardian, 30 jan).

En nu een onderzoek in VS

Terwijl Tony Blair meewerkte aan een Brits onderzoek naar de manier waarop hij het voorspel van de invasie in Irak had aangepakt, hield het Witte Huis van Bush zich aan zijn strategie van ontwijken en de zaken gekleurd voorstellen. Omdat Blair gedwongen werd te riskeren dat objectieve onderzoekers aan het licht zouden brengen dat hij niet fatsoenlijk en eerlijk was opgetreden, kan Groot-Brittannië nu de volgende logische stap zetten: uitzoeken waarom zijn inlichtingendiensten er zo volkomen naast zaten.

De Amerikanen zitten echter nog vast in fase één. President Bush moet de zaak in beweging brengen door een onafhankelijk onderzoek te beginnen – of toe te laten dat het Congres dat doet – dat verder gaat dan het Britse onderzoek én dat alle aspecten van de kennelijke blunders van de inlichtingendiensten in Irak onder de loep neemt.

Bush, wiens naaste medewerkers zo ongeveer sinds diens inauguratie als president een oorlog tegen Irak hebben beraamd, heeft de vraag ontlopen waarom de Amerikaanse inlichtingen over Irak net zo min deugden als de Britse.

[...] Het publiek heeft ook het recht om uit de meest gezaghebbende bron te vernemen of de regering dubieuze gegevens om politieke redenen als zeker heeft

gepresenteerd of dat, erger nog, analisten onder druk zijn gezet

om hun gegevens te overdrijven. [...]

(Hoofdartikel in The New York Times, 30 jan).

Blair denkt aan zijn plaats in de geschiedenis

De oude Tony Blair is sinds lang verdwenen. Het beleid van de charme, van de voortdurende jacht op goedkope populariteit heeft in 10 Downing Street plaatsgemaakt voor overtuiging en voor het gevoel dat de tijd dringt.

Blair weet dat hij als premier misschien nog drie jaar te gaan heeft. Hij is aangekomen op het punt in zijn carrière waar de vluchtige bijval van vandaag niet opweegt tegen het oordeel van de geschiedenis.

[...] Ik kan niet met zekerheid zeggen dat hij het tijdstip van zijn vertrek al heeft bepaald. Maar de sfeermuziek in Downing Street en Blairs eigen nerveuze gedrevenheid wijzen er sterk op dat drie jaar ongeveer de uiterste grens is. Dan zou hij bijna tien jaar aan de top hebben gestaan.

Margaret Thatcher heeft het langer uitgehouden, maar Blair heeft altijd gezegd dat zij zo dwaas is geweest om te blijven toen ze niet langer welkom was. [...] Blair wil de geschiedenis ingaan als méér dan alleen een centrumlinkse leider met het talent om verkiezingen te winnen.

De communis opinio in Westminster is echter dat Blair waar het gaat om de hervorming van de verzorgingsstaat de grenzen van het mogelijke heeft bereikt. Deze week heeft hij de stemming weliswaar nog gewonnen, maar veel Labour-parlementsleden hebben genoeg van zijn gedweep met de tucht van de markt. De rebellen zijn met de afgedankte leden van Blairs regering een verbond aangegaan om zich tegen verdere veranderingen te verzetten.

Blairs politieke visie houdt in dat het voor de toekomst van de staatsgezondheidszorg en het staatsonderwijs bovenal nodig is de middenklassen ervan te doordringen dat uitmuntende kwaliteit verenigbaar is met universele verkrijgbaarheid. En dat terwijl een groot deel van zijn partij gevangen zit in de Old-Labour-visie die diversiteit en de tucht van de markt ziet als een bedreiging voor het ideologische streven naar gelijkheid.

[...] Dit is geen politicus die erop uit is om de laatste jaren van

zijn premierschap rustig uit te dienen.

(Commentator Philip Stephens in The Financial Times, 30 jan)