De held leest

Thuis zit de held en hij leest in zijn boek.

Daar vaart hij de zee op hakt dromen aan stukken

zijn schepen verbranden hij zwemt naar de kant

groet koninginnen die huilend beminnen

hun zachte dijen onder zijn handen, hun stranden

verlaten door hem die al spoedig geroepen

naar latere tijden dactylisch weer voortleeft

bijvoorbeeld per fiets in de stad waar hij

meisjes met piercings verlost van hun pillen

nog altijd geduldig zijn plicht doet voor goden

die lang al vergeten toch tegen hem spreken.

Het boek nu gesloten, de lezer verzadigd.

Klinkt in zijn kamer de stem van de opdracht:

wie was je mijn jongen, wat deed je, waar blijf je.