Concurrentie van overheid aan banden

Het kabinet wil strengere regels opleggen aan overheidsbedrijven die concurreren met commerciële bedrijven. Hiervoor zal de Mededingingswet worden veranderd.

Daarover is vandaag in de ministerraad gesproken. Volgens de nieuwe bepalingen in de Mededingingswet mogen overheidsinstellingen geen belastinggeld gebruiken voor het uitoefenen van commerciële activiteiten. Daarnaast mogen zij geen persoonsgegevens gebruiken voor activiteiten waarover de overheid vanwege haar publieke taak beschikt. Ook mag de overheid bij aanbestedingen eigen bedrijven niet bevoordelen boven particuliere bedrijven.

Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het bedrijfsleven dat al jaren klaagt over oneerlijke concurrentie door de overheid. Het aantal voorbeelden van dergelijke klachten is legio. Particuliere installatiebedrijven ondervinden concurrentie van publieke energiebedrijven, die naast gas en electriciteit ook installatie- en onderhoudswerkzaamheden aanbieden. Hoveniersbedrijven klagen over concurrerentie van de gemeentelijke plantsoenendiensten. Overheidsinstellingen behalen jaarlijks een omzet van 2,5 miljard euro met ondernemingsactiviteiten. Dat is tien procent van de totale omzet van overheidsbedrijven.

Door aan de Mededingingswet een apart hoofdstuk toe te voegen over gedragsregels voor overheidsbedrijven, komt een definitief einde aan het wetsvoorstel Markt en overheid. Het initiatief hiertoe werd genomen tijdens het eerste paarse kabinet, na een gezamenlijke protestbrief in 1995 van de Nederlandse werkgeversorganisaties. Toenmalig minister van Economische Zaken Wijers gaf zijn departement vervolgens opdracht om wettelijke regels te ontwerpen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Nadat deze poging faalde, deed een commissie onder voorzitterschap van Job Cohen een aantal voorstellen voor een wet Markt en Overheid. Het wetsvoorstel werd echter kritisch ontvangen door de SER en de Tweede Kamer, waarna de wet tijdens het eerste kabinet-Balkenende werd `geparkeerd'. Nu is het voorstel alsnog ingetrokken.

De belangrijkste bezwaren waren dat het de overheidsinstellingen te veel administratieve en bestuurlijke lasten bezorgde. Daarnaast bleef het moeilijk te bewijzen of een overheidsinstelling `misbruik van zijn economische machtspositie' had gemaakt. Door eenvoudig een aantal zaken te verbieden, vervalt deze eis.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW is ,,heel content dat het kabinet dit probleem eindelijk oplost''.